Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 49-50

Woorden en uitdrukkingen: 362-384

362. Joris en Aaltje gaan in 't rustoord; 't ouwe span is of (de twee oudjes zijn afgeleefd).

Afbeelding pagina 49

363. Ik kan niet weggaan, er staat een koe op kalven (hij kan elk ogenblik kalven).

364. Tamis is een prestige man; hij heeft altijd klucht (plezier, lol).
Ja, hij kan altijd zo leuk klucht maken (lol maken, prettig omgaan met, grapjes maken) met onze kinderen.

365. Op 't verjaarsfeest van moeder kregen twee van m'n broers ruzie en toen was 't mooi van 't gasten (de pret was voorbij).

366. Hij wil niet tegengesproken worden; dan is-ie direct op redut (van streek door boosheid; hij wordt dan hels).

367. Gister had 'k nog een snippie (een buitenkansje, een extraatje): ik verdiende (maakte een winst van) honderd gulden op een vet kalf.

368. Wat is dat een onrustig kind!
Ja, hij is zo wild als hooi (zeer druk en ongedurig). Net zo pas (zo juist) gooide hij nog een kombakkie (een kop en schotel) stuk. Vgl. 160.

369. Hij kon z'n bedrijfje niet goed bementenéren (hij haalt er niet die opbrengst van, die bij een goede bedrijfsvoering mogelijk zou zijn). Vgl. 315.

370. Kind, zit niet zo te wiemelen (te draaien, te wiebelen, te wiegelen)!

371, Ik woon dichtbij m'n vriendin; we hebben veel anhoud aan mekaar (morele steun, houvast).

372. 's Zondags kwart voor negen is in onze kerk een zingende (gezongen) mis.

373. Is Piet al binnen? O ja, hij is al lang al thuis.
(Dit overbodig herhalen van 'al' komt ook in het Ned. voor.)

374. Men moet hem niet ansassen (aanhitsen, opstoken, ophitsen), hij is toch al zo oplopend.

375. Je mag niet die appel van dat kleine kind ofpollen (aftroggelen, afbedelen).

376. Auto-rijden, dat is z'n druk (dat is z'n lievelingsbezigheid).

377. Hij is elke avond de hort op, an de flort, an de gnart (de deur uit, hij is erg uithuizig).

378. Wat zit je toch te frikbillen (je zit geen ogenblik stil)!

379. Piet van Arie is een gestopt (gezet, kort en dik) ventje.

380. Tussen ons huis en dat van buurman is een open glop (een onbebouwd gedeelte van enige tientallen meters).

381. Voor dat stukje bouwterrein zullen wel gaaienaars (gegadigden, liefhebbers) wezen.

382. 't Is hollebollig (ongestadig, veranderlijk) weer.

383. Ons Tonnie is erg huizig (hokvast, gaat niet graag uit).

384. Wat heeft dat kind een rabbig (rafelig, slordig) hessie (kieltje, bloesje) aan. Hij is bot (erg) verlegen om een nieuw.

 


Hé, is dat Westfries?

33. Ik ben op de zuikerstikken geweest (kraamvisite). Wat had m'n zus 'n pittig kloin purkie ('n lief klein kindje) in de wieg. Toen de buurmeisjes twee jaar geleden bij haar waren op de bruidstranen (in de bruidsdagen 'n glaasje kwamen drinken ten afscheid), was ze al gelukkig, maar 't haalt niet bij 't geluk van nu.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.