Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 51-52

Woorden en uitdrukkingen: 385-404

385. Nei (na) drieen ga 'k nei (naar) Alkmaar.

386. Moeder, ik blijf op brood (ik neem brood mee naar m'n werk, naar de school, enz.). Maar snij niet van die knurve, van die piele (dikke sneeen), je weet wel, van een stoet (bruinbrood) in zessen!

387. Hou je van vinke, van koonders (kanen)?

388. Daar komt iemand over 't possie of: de post (loopbruggetje).
O, dat is die rare meut (zonderlinge vrouw), die komt wel weer te potteglouwen (pottekijken). Geef 'r niet die stoel, die uit z'n krikkemikke (uit z'n voegen, gammel) is. Ze laat 'r paraplu in 't hossie (klein voorportaaltje voor de achterdeur) staan.

389. Met zes kleine kinderen heeft een moeder altijd wel ofwerk (bezigheid).

390. Voldoet je schilmachientje goed?
Jawel, maar voor de reiighoid, of: voor de vlugte (om vlug klaar te komen) heb je 't niet aan te schaffen.

391. Hoeveel suiker moet er in dat gebak?
Een kopje streken-of (afgestreken).

392. Het kleine kindje had de hele wieg onder (vol) gespuwd.

Wat een brat (vuile massa)! Alles zat onder (was vuil)!
393. Die handdoek voelt nog wat dof (slof, 'n weinig vochtig).

394. Wat is die Klaas van Sijmen toch een deurroker, een luisnek (rakker, deugniet).

395. Ik heb een don (zwaar, door verkoudheid bijvoorbeeld) hoofd.
't Komt misschien wel wat van een steenpuist. Die deint en tokkert en zangert (steekt voortdurend) de hele avond al. Als 'k eventjes doedelig (slaperig) word, maakt-ie me weer wakker.

396. Vind je het goed van Afie's jas niet wat fluterig (dun en licht)?

397. Buurvrouw, kom er in en neem een zit (stoel).
Opm.: 'Zit' is Ned. in de volgende zinnen:
In de linkerhoek van de huiskamer hebben we een zit(je) gemaakt.
Drie uur bussen is een hele zit.
Die jongen heeft geen zit in z'n lijf, of in z'n gat.

398. Wat praat die broer van jou zeker (langzaam, was lijzig).

399. Hij heeft een beste vrouw gevonden, ze is niet handskoon wil werken en aanpakken, haar handen behoeven niet schoon te blijven).

400. We handse mekaar goed (we kunnen 't uitstekend met elkaar vinden).
Met dat werkje moet ik aan de andere kant staan; aan deze kant handst (hands) het me niet.

401. Ik had m'n koeien een pik of: duig hooi (zoveel hooi als men aan een vork kan steken) gegeven, toen oonde (jongde) een deef (een jong schaap, die voor het eerst lammeren brengt). Ik heb acht van die eerst-oonders (die voor de eerste keer onen).

402. Je hebt 't niet direct te doen, 't loit 'r niet bai (er is nog geen haast). 't Kan over een uurtje nog wel.
Opm.: Deze uitdrukking wordt ook gebruikt als uiting van afkeuring, verwijt of verontwaardiging; ook om te kennen te geven dat iets overbodig of ongewenst is. Voorbeelden:
Vrouw: „Ik heb vanmiddag een bloesje gekocht, 't kostte maar twee tientjes.”
Man: „Nou, dat lòit 'r bai, je weet toch, dat we op 't ogenblik zo krap in ons geld zitten!”
Zoon: „Ik ga vanavond naar de bioscoop.”
Moeder: „Dat lòit 'r bai, je vader is jarig en dan behoor je thuis te blijven!”

403. Z'n vrouw is een doetje (onhandige, niet volwaardige vrouw), deer zit niet veul bai (ze komt aan verstand wel iets te kort). Hij is gelukkig een diknek (een rijk man) en zal dus door het onvoldoende huishoudelijk beleid van z'n vrouw niet gauw met de bille deur de broek rake (failliet gaan).

404. Een paar van die echte brakke (rakkers) van schooljongens hadden m'n fiets opgeknapt; ik gaf ze een bogie (pluimpje) en wat bokkeneute (pinda's, sausjes). Ze gingen bloid (blij) op huis an (naar huis).

 


Hé, is dat Westfries?

484. Aan de lucht te zien kon 't morgen wel 'ns snei-jagen (sneeuwen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.