Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 59-62

Woorden en uitdrukkingen: 466-477

466. Dat groepje jongens op de straat is de hele middag al aan 't maljagen of: donderjagen (drukte maken en kattekwaad uithalen, soms alleen: stoeien, ravotten). Gister hebben ze een stokie (vuurtje, brandje) gemaakt achter een hooiklamp. Als je ze een standje geeft, verbreeuwen (verbouwereren) ze er niet van.

Afbeelding pagina 59

467. Nou, Truus is maar familie van de kouwe kant (aangetrouwd). Haar man is ziek; op 8 februari kreeg-ie de leg (werd bedlegerig). Ik zal 'm maar 'n hussie (zootje) appels brengen.
Als-ie niet ziek is, komt-ie hier alle klapskete (elk ogenblik, heel vaak).
In 't begin van de week was-ie erg zuinig (erg ziek, minnetjes). Z'n vrouw kon wel in een lucifersdoosje (zit erg in de benauwdheid, in angst en vrees.)

468. Drijf geen handel met hem; 't is een slechte hurk (oneerlijk iemand). Hij valt nooit vlak (bekent nooit schuld). Hij is swuuphard (heeft een olifantshuid, blijft onbewogen als je hem uitkaffert). Hij houdt van narren (sarren, plagen). Hij geniet er van als-ie iemand op redut, op de non (woedend, over 't kwade heen) weet te krijgen. Hij maakt het dikwijls al te bordig (al te bout, al te erg). Hij doet altijd een aanval op je knip, je puut, je buul (je portemonnee).

469. Zou Cor de flens (influenza) krijgen? Hij heeft van die pogge (verhogingen, verdikkingen) under z'n ogen. Vanmorgen had-ie verbeelding van (trek in) verloren brood (wentelteefjes). Hij begun te eten, maar 't beskoot (beliep, betekende) niks. Ja, hij is erg vervongen (pijnlijk en ziekelijk door kouvatting). Hij is altijd zo'n vroegspouk (staat altijd vroeg op), maar vanochend (vanmorgen) kwam-ie laat uit bed. Vanavond moet-ie maar met de kippen op stok gaan (vroeg naar bed gaan).
Opm.: 't Gebruik van vanochend is zeer frequent.

470. Koos is niet zo'n goed leerling, hij kan de vleet of: de vloot (de leerlingen van middelmatige aanleg) niet goed bijhouden. Soms is hij moedeloos en ziet er geen verwin op (ziet er geen kans toe, geen gat in). Erg is ook, dat sums zo'n lokkebout (lummelachtige, grote jongen) hem nog plaagt. Koos staat dan soms te lidderen (beven, trillen) van woede, maar hij kan een vechtpartijtje niet hachten (riskeren), want hij kan z'n tegenstander niet mannen (niet baas).

471. M'n vrouw kreeg voor (bij) haar verjaardag een nieuwe stofzuiger. Dat was in de emmer (dat was in de roos geschoten, dat vond ze fijn)!

472. Toen we met de kaartclub een uitstapje maakten, kon Siem niet mee. Hij had griep. Wat had-ie de damp in (wat had-ie 't land, wat had-ie de pest in of: de pee in)! Hij had z'n mond al genet naar het dineetje in Amsterdam. Hij kan zo lekker buizen (smikkelen). Maar, hij is nu eenmaal een krammenáp (iemand, die zwak en dikwijls ziekelijk is).

473. Heeft jullie Hans al verkering?
Nee, maar hij lingert (vlast) wel wat op dat meisje van Jaap Schouten. Als je over haar praat, dan kijkt-ie pruimig en muiterig (vrolijk, opgewekt). Maar ik weet niet of ze Hans wel hebben wil; hij is zo'n pluut, zo'n magere skrook, zo'n ópeten ventje (min, mager, onooglijk kereltje). Als-ie over dat kind praat, dan kan-ie 'r zo heerlijk opbochelen (prijzen). Hij verzorgt zelfs z'n uiterlijk al beter; deze week moest ik 't poddeheer (de nekharen) in z'n nek al wegknippen.

Afbeelding pagina 61

474. Kleine Toos had de koffiepot omgekeerd; de koffieprut (koffiedik) op 't vloerkleed. Ze zat er met twee handjes in te prieken (smeren, kladden). Ik gaf 'r een tik en toen zat ze met een prutlip (hangende lip, pruillip) de onschuld uit te hangen.
Maar ik moest alles oproden (opruimen). 's Avonds zei m'n man:
„Dat kun je van een Ootje Tontel (schertsend van een klein meisje gezegd) verwachten.”
Toen Toosje 's avonds in de badkuip zat te polsteren (te slaan en te roeren), zat de koffieprut nog in 'r haren en 'r oren!

475. Vader is al bijna tachtig, maar hij skottert (loopt) nog dagelijks vijf kilometer naar en van de kerk. En moeder zit nog elke dag te ribben (naaien). Dat is nog een talie van 'n woif (een grote, sterke vrouw). En 't is geen smerige sod (ze is proper). Ze kunnen goed rondkomen, want vader heeft z'n centjes niet verbarreld (verbrast, verkwist). Z'n buurman komt elke dag bij 'm om een rokie (een praatje onder gezellig roken). Hun kleinkinderen vinden ze wel wat reurig (druk, al te levendig). Maar Anneliesje kan 't niet verpeuteren (verbruien), dat is een handige smeerhoorn (vleister).

476. Die baby is een skreeuwlillik (hij huilt veel). Z'n oudere broer is al twaalf en die is langs de straat nog altijd een skreeuwlillik (een schreeuwerige druktemaker). Daarentegen is z'n vierjarig zusje een skimmelig (enigszins verlegen) kind.
't Is beter dan met 'r oom. Dat is een ruwaan (een brutale, gevoelloze schoft). Zo ruwanig ziet men ze zelden! Die z'n vader liep ook z'n hele leven te kneerten (te kankeren) over een cent.
Met dat soort mensen kun je onmogelijk goeie buisies (goeie maatjes) blijven. Dat zijn van die rare hapskére (moeilijke mensen)!

477. Wie zijn daar achter (in de keuken) zo aan 't donderjagen (ravotten, stoeien, elkaar plagen, lawaai maken)? Als de kinderen zo druk zijn, dan kun je omteven (meestal, doorgaans, in de regel) slecht weer verwachten, bv. storm of sneeuw.
Vanmorgen krokkelde (heel lichtelijk sneeuwen met een enkel vlokje) 't al wat.
Misschien komt er storm, hagel, sneeuw, onweer.
Zuk of zuk of: zok of zok (zoiets, lets van die aard) zal 't wel wezen.

 


Hé, is dat Westfries?

400. Die twee oudjes kunnen leuk koetelen (met elkaar hun huishoudelijke bezigheden, enz. doen). We laten ze maar wat koetelen (begaan, hun gang gaan, zonder ons ermee te bemoeien).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.