Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 66-68

Iets over woordorde, woordsoorten, meervoudsvorming, zinsdelen,vervoeging, verbuiging, woorvorming, uitspraak, enz.: 484-488

484. Enkele in het Ned. zwakke werkwoorden worden in het Westfries sterk vervoegd. Bv.:
In de bus rees (reisde) ik met Klaas Nobel. Ik heb al meer keren met hem meerezen (meegereisd).
Ik ees (ijsde) ervan, toen die auto langs de spelende kinderen gierde. Ik heb ervan ezen (geijsd).
Hij mork (merkte) er niks van.
We kregen op het feest allemaal een roos op ons jasje vastspolden (vastgespeld).
Ook het omgekeerde komt voor; een in het Ned. sterk werkwoord wordt in het Westfries zwak vervoegd. Bv.: Hij bidde (bad) niet langzaam. Hij heeft niet erg devoot bid (gebeden).

485. De Westfries laat 'ge-' van het voltooid deelwoord bijna altijd weg.
Ik heb ploegd, skreven, zien, dijn, enz.
Ik ben gaan, uitskolden, meegaan, wegstuurd, enz.
Opvallend is, dat het Westfries dit 'ge-' niet weglaat als het voltooid deelwoord gebruikt wordt als bijvoeglijk naamwoord:
Ik heb de akker ploegd. Maar: de geploegde akker.
Wie heb de klok opwonden? Maar: de opgewonden klok.
Jij hewwe de brief skreven. Maar: de geskreven brief.
De kamer is net baiveegd. Maar: de baigeveegde kamer.
Vergissing is uitsloten. Maar: de uitgesloten vergissing.

486. Soms gebruikt de Westfries de sterke deelwoordvorm van een werkwoord dat zwak is. Bv.:
Wat heb ik toch zweiten (gezweet)!
Wat was ik toch bezweiten (bezweet)!
Ik heb van m'n vader heel wat urven of uirven of: orven (geerfd).
De winnaars hebben loten om de prijzen (geloot).
Er werden vier prijzen verloten (verloot).
De uitloten (uitgelote) prijzen werden uitgereikt.
Opm.: De woorden 'lotje' en 'lootje' zijn beide goed Ned. Men mag dus zeggen: Ik heb een lotje of een lootje gekocht.

487. In het ziekenhuis heeft hij m'n (mij, me) een keer bezocht. Moin (mij) bezocht-ie het allerlaatst.
Hij bezocht meer patiënten, hij kwam niet voor moin (mij) alleen.

488. Ik ben veel kleiner als hunnie (zij).
Ik ben later jarig als zoin (hij).
Opm.: Inplaats van 'als' in bovenstaande zinnen, gebruikt men in het Ned. ook wel 'dan'.
Bv.: Ik ben ouder dan zij.
Bij de zogenaamd vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord doet men dat meestal, vooral in geschreven taal. Men mag echter in dat geval ook 'als' gebruiken.

 


Hé, is dat Westfries?

23. Dat kind lag lekker te spragen in de zon (koesteren, zonder bedekking met dekens). Na 't middageten doet opa altijd 'n tukkie of: tokkie (middagdutje, middagslaapje, sièsta).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.