Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 68-69

Iets over woordorde, woordsoorten, meervoudsvorming, zinsdelen,vervoeging, verbuiging, woorvorming, uitspraak, enz.: 489-493

489. Zijn die sigaretten van jou?
Nei, 't binne zoines ( (de) zijne).
Nei, 't binne heures ( (de) hare).
Nei, 't binne hullies ( (de) hare).
Nei, 't binne moines ( (de) mijne).
Nei, 't binne jouwes ( ( de) jouwe).

Een merkwaardig gebruik van moin, zoin, enz. ziet men in de volgende zinnen:
Moin die joon (mijn jongen, mijn zoon) kan goed zingen.
Zoin die koe (zijn koe, die koe van hem) woog 800 pond.
Jouw dat hooi (jouw hooi, het hooi van jou) is beter gewonnen dan moin dat hooi (mijn hooi, het hooi van mij).
Oos dat geld (ons geld, het geld van ons) telt niet mee tussen al die miljoenen.

490. Buurman Klaas leeft er voor, je van tijd tot tijd in 't zontje te zetten (zonnetje).
Ook zo met:

Nederlands:
mannetje
kannetje
pannetje
jongetje
gangetje
weggetje
bruggetje
heggetje
brilletje
kammetje
kippetje
stalletje
dingetje
'n jong wezen
ringetje
tangetje
Westfries
manje
melkkanje
panje
joonje
gankie
weggie
breggie
heggie
briltje
kampie
kippie
staltje
dinkie
jonkie
rinkie
tankie

491. Om aan te duiden waar een vrouw woont, gebruikt de Westfries altijd de mannelijke vorm van de plaatsnamen.
Waar komt je vrouw vandaan? 't Is een Amsterdammer (Amsterdamse). Ze is een Spierdijker (Spierdijkse).
In het Ned. eindigen deze woorden, die gevormd zijn van plaatsnamen en vrouwen aanduiden, alle op se.

Vergelijk:

MAN:
'n Ursemmer
'n Spanbroeker
'n Hagenaar
'n Drent(enaar)
'n Zeeuw
'n Niedorper
'n Spanjaard
'n Romein (uit Rome)
'n Geldersman
'n Noordhollander
'n Medemblikker
'n Belg
'n Egyptenaar
'n Fransman
VROUW:
'n Ursemse
'n Spanbroekse
'n Haagse
'n Drentse
'n Zeeuwse
'n Niedorpse
'n Spaanse
'n Romeinse
'n Gelderse
'n Noordhollandse
'n Medemblikse
'n Belgische
'n Egyptische
'n Française of Franse

492. De Westfries gebruikt voor enige zelfstandige naamwoorden het lidwoord 'de', terwijl het Ned. 'het' gebruikt en omgekeerd bv.:

Nederlands:
Het kluwen
Het konijn
Het midden
Het snot
Het teer
Het gewicht
De big
De wei (ondermelk)
Westfries:
De kluwen of knuwel
De knoin
In de middend
De snot
De teer
De wicht
Het big
Het waai

Opm.: Het gezamenlijk onderdak voor zijn vee noemt de Westfries evenals in het Ned. 'de' stal, ofschoon hij meer spreekt van het koejes of de koegang. Daarnaast kent hij ook een onzijdig woord 'stal' (stalgedeelte voor twee koeien), bv.: Op dat stal staan enz.

493. Van enige zelfst. naamw. heeft het Westfries ook een meervoudsvorm op -s, terwijl het Nederlands uitsluitend -en heeft.
Voorbeelden:

Nederlands::
knechten
knieën
haringen
leuningen
palingen
verdiepingen
lezingen
boerderijen
Westfries:
knechtse
kniese
herings
leunings
palings
verdiepings
lezings
boerderais

 


Hé, is dat Westfries?

22. Ik ben drie nachten te warskip geweest (te logeren). We krijgen vandaag twee warskippers (logés, logées).
Volksrijmpje:
Warskippers en vis
Bloiven maar drie dagen fris.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.