Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 70-71

Iets over woordorde, woordsoorten, meervoudsvorming, zinsdelen,vervoeging, verbuiging, woorvorming, uitspraak, enz.: 494-497

494. Voor vrouwelijke dieren gebruikt de Westfries altijd de voornaamwoordelijke aanduiding van het mannelijke dier. Eenvoudig gezegd: hij gebruikt voor de kat en de kater beide het woord 'hij'.
Bv.: De koe is vet; hij (zij) moet binnenkort naar de markt.
Zijn (haar) volgende baas zal wel een slager zijn.
Opm.: Dit verschijnsel is niet alleen Westfries of Noordhollands, maar algemeen gebruikelijk in het noorden van ons land.

495. Een veel voorkomend verschijnsel in het Westfries is, dat men bijzinnen van tijd laat beginnen met 'al'. In het Ned. beginnen deze zinnen met 'als'.
Dit is misleidend, omdat 'al' in het Ned. in dit geval zou betekenen: 'ofschoon', 'hoewel'. Let ook op de woordvolgorde!
a. Al komt hij straks, dan zal ik hem vriendelijk ontvangen.
(In het Ned. luidt de zin: Als hij straks komt, dan.... )
b. Al ben ik klaar, wat moet ik dan doen?
(Ned.: Als ik klaar ben, wat.... )
c. Al regent het straks niet meer, mag ik dan weer buiten spelen?
(Ned.: Als het straks niet meer regent, ....)
d. Al vraagt hij me ten huwelijk, dan antwoord ik bevestigend.
(Ned.: Als hij me ten huwelijk vraagt, ....)
'Al' is wel goed Ned, maar betekent dan o.m. 'ofschoon', 'hoewel'.
Goed Ned. is het in de volgende zinnen:
1. Al is hij oud, hij leest nog zonder bril (betekent: Ofschoon hij oud is, enz.).
2. Zij wordt niet verwend, al is ze 't jongste kind (betekent: Ofschoon zij 't jongste kind is, enz.).
3. Al is het weer slecht, wij gaan toch uit (betekent: Hoewel of ofschoon het weer slecht is, enz.).
Opm.: Als u twijfelt, of u het woordje 'al' goed gebruikt hebt, probeer dan of u er een zin van kunt maken met 'ofschoon' of wel met 'wanneer'. In het eerste geval was uw zin goed, in het tweede geval foutief.

496. In West-Friesland gebruikt men tamelijk veel het voegwoord 'dat', wanneer het Ned. 'toen' zou gebruiken.
Hier volgen enkele van die dat-zinnen:
Dat (toen) ik thuiskwam, moest ik direct aardappelen schillen.
Net dat (toen) ik het zei, kwam ze binnen.
Dat (toen) hij z'n zieke vader zag, schrok hij ervan.
Dat (toen) ik die fiets kocht, waren ze nog niet zo duur.

497. In het Ned. mag men zeggen:
1. Zou-ie hem hebben gezien?
Zou-ie hem gezien hebben?
De Westfries gebruikt altijd de woordorde als in het laatste geval: Zou-ie 'm zien hewwe?
2. Ze vertelden, dat ze lekker hadden gegeten of: gegeten hadden.
Westfries: Ze vertelde, dat ze lekker eten hadde.
3. 't Heeft zo moeten zijn.
Westfries: 't Heb zo weze moeten.
4. Wie zou er zijn binnen gekomen?, of: binnen gekomen zijn?
Westfries: Wie zou er binnen kommen weze?
5. Ik moest die man nooit hebben ontmoet (of: ontmoet hebben).
Westfries: Ik most die man nooit ontmoet hewwe.
6. Ik zou nooit met hem willen trouwen of: trouwen willen).
Westfries: lk zou nooit mit 'm trouwen wille.

 


Hé, is dat Westfries?

615. Een paar van die echte brakken (rakkers, deugnieten) van schooljongens hadden m'n fiets opgeknapt. Ik gaf ze 'n bogie ('n pluimpje) en wat bokkeneuten (pinda's, sausjes). Ze gingen bloid (blij) op huis an (naar huis).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.