Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Boeken » Hé, is dat Westfries? (deel I) » Pagina 71-75

Toegift

Enige spreekwoorden, uitdrukkingen en zegswijzen.

De rokende mannen dampten as kalkovens (erg).

Men moet niet krenterig en ook niet verkwistend zijn. Tussen dut en dat is ook wat (tussen de uitersten ligt de middenweg).

Die man heeft woinig bloed in z'n oren (hij is niet flink, heeft geen eigen mening, denkt te weinig na).

Die jongen is lui, men moet 'm voortdurend achter z'n vodde zitten (achter de broek).

De winst wordt elk jaar kleiner. 't Bedrijf groeit nei beneden, net as de koesteerte ('t wordt al minder).

Voetballen, dat is z'n windje (z'n hobby)!

't Is ienmaal wel, zoi Harmen Kramer (er komt eenmaal een eind aan).

Hij is van Grootebroek (hij is een bluffer, doet aan grootspraak).

Vertel 't maar in De Roip (ik geloof je niet).

't Is te Hoorn net as t' Enkhuizen (De mensen zijn overal eender, men doetoveral dezelfde ervaringen op).

't Raast meer as 't wint ('t is veel werk, maar weinig winst).

Ik was zo loof als een maaier of: een hond.

Z'n lip hong op 't onderste knoupsgat (hij was erg teleurgesteld).

Van brulleften komt brulleften (op een bruiloft kunnen liefdesrelaties ontstaan, die weer tot een bruiloft leiden).

Ik kwam 's nachts om twee uur thuis van de Skager (Schagense) kermis. Vader vond 't te laat. De reipe ware gaar (vader was erg boos en liet 't merken ook)!

Trouwen is houwen (eenmaal getrouwd zijnde, kun je 't niet meer ongedaan maken).

Ouwe knolle moete eerst of, zei grootvader en hij nam z'n kleinzoon 't werk uit de hand.

Z'n hart slaat as 'n lammeresteertje ('t bonst hevig van angst).

Lollen over iefie en afie (praten over koetjes en kalfjes, over alles en nog wat).

Hai heb 'n wit peerdje trouwd (z'n vrouw heeft veel huishoudgeld nodig).

Bij een ambachtsman raakt heel wat gereedschap onder 't peerd z'n buk (gaat ongemerkt verloren door onachtzaamheid of onvoldoende toezicht).

Jij binne niet rottig al beurs je wat (jij verlangt veel, jij stelt hoge eisen).

Hij had veel gegeten. Hij was zo dik als een pachter. Hai stende (steunde, zuchtte) as 'n poep, die gort eten heb.

Grote Griet van Broekerhaven! (een uitroep van verbazing en verwondering.)

Hij is een beste arbeider. Hij is in alle hame pas (van alle markten thuis, hij kan alle verschillend werk doen).

Er is gien vuiltje an de lucht (er is niets wat verstorend werkt, niets wat in de weg staat).

Je kinne gien twei regknokkels uit ien varken snaien (je kunt het onmogelijke niet doen; je mag geen dubbel voordeel verwachten).

Hai stonk as 'n piek in de wind (heel erg).

Ouwe Tinus is dood; 't was koe dood en hooi op (hij liet niks na, hij had precies z'n bezit verbruikt, toen hij stierf).

Je magge liever een druipend dakkie hewwe dan een stortbui (men heeft meer aan regelmatig terugkerende kleine geldelijke steun dan aan een groot bedrag voor eens).

As de knoiper op de steert komt... (als het vuur aan de schenen wordt gelegd, als 't gevaar dreigend wordt...).

Hij werd zo wit as 'n doek (lijkbleek).

As 't op de ien regent, din druipt 't op de aar (als de baas flink verdient, dan ondervindt de knecht daar de gunstige gevolgen van).

Zo drunken as 'n steertmolen (erg dronken).

Als men een nieuwsgierig kind, dat naar de inhoud vraagt van iets wat verpakt is, met een kluitje in 't riet wil sturen, zegt men wel: Apies mit kale gatjes.

Die man ziet er uit als een kladdig hemd (hij schijnt niet gezond, ziet er verlept uit).

Wie mooi wil gaan, moet poin uitstaan. (Wie er verzorgd wil uitzien, moet zich de ongemakken van de opmaak, van de make-up, maar getroosten.)

't Moet eerst erger wil 't beter ('t Moet eerst nog onaangenamer worden; daarna pas kan het keerpunt ten goede komen. Gezegd bv. van een zieke, die het hoogtepunt nog niet bereikt heeft).

Die kleine dreumes weet op 'n uirt (heel nauwkeurig) wanneer vader 's middags thuiskomt.

Ik heb 't zo drok as 't waswoif of: Zo drok as 'n barbier mit ien klant (door een toevallige samenloop van omstandigheden schijnt 't of ik 't enkele ogenblikken druk heb).

Deer he je 't gedonder in de glazekas(t) (een uitroep van verwondering, bv. als een onverwachte bezoeker binnenkomt of als men z'n misnoegen over een onverwachte tegenvaller wil uiten).

Van de dis nei de mis (mest), dat is onbeleefd (van de eettafel naar het toilet).

Die joon weet nag niet wat end vóór moet (hij weet zich nog geen behoorlijke houding te geven).

Nou zal de butter geld gelden (nu zal de beslissing komen, nu zal de klap op de vuurpijl gegeven worden).

Boere en varkens worre gnortende vet ('t Mopperen en grommelen zit in hun aard en schaadt hun niet).

Een garnaal heb ok een kop (een onontwikkeld mens kan ook een gefundeerde eigen mening hebben).

Wat was-ie verhit van 't voetballen, z'n gezicht glom as 'n butterdiggel in de maneskoin.

't Vroor stok en stien (dat het kraakte).

Zo komt Jan Splinter deur de winter (zo komt de arme door de winter).

Hij zette de sokke d'r in (hij voerde de snelheid op, bv. een voetganger, een wielrenner).

Van houwers kommen spouwers (Gierige ouders hebben soms verkwistende kinderen).

Ik wil er graag een poot in hewwe (medezeggenschap, deelgenootschap).

Hij zat te hoesten en te proesten (bv. van verkoudheid).

Dat liep over kuirf en klamp heen (dat liep de spuigaten uit, dat ging alle perken te buiten).

Hij zat in de poepse karn (in 't 'nauw, in de verlegenheid, in de penarie).

Lang heer en luize kroig je voor niks, maar al 't are moet je betale.

Kom maar op de lappe (openbaar je maar, zeg maar, wat je te zeggen hebt).

Dat loikt kat nach varken (dat lijkt helemaal niet).

Hij heeft een knap meisje; deer kin je mee vóór de krame om (kan-ie mee pronken).

Hai heb 't voor z'n kriek (hij is ziek, dronken, enz.)

Van de luize kom je in de nete (als je kinderen het huis uit en getrouwd zijn, dan komen je kleinkinderen je huis weer in).

Hai is zo foin as gemalen poppestront (hij is overdreven godsdienstig).

Alles liep tegen: z'n vrouw werd ziek, de dienstbode liep weg, z'n zoon kreeg een motor-ongeval, z'n schuur brandde of – zo ging 't van repas op repas (doorlopend van de ene tegenslag in de andere).

Die handel werd 'n skip van baileg (er was verlies, men moest er geld op bij leggen).

Ze hadden heel wat koek en gebak en vlees in huis, maar ze atten 't voor ruig hooi op (direct, zonder iets te bewaren voor later).

Deur nauwte komt grauwte (door geldgebrek komt ruzie).

Ik moet noodzakelijk aan m'n werk, maar ik kin de hip niet krogge (ik kan er uit gemakzucht of tegenzin nog niet mee beginnen).

Tegen iemand die voorgeeft vermoeid te zijn, zegt men wel:
Louf kin lang an, je biene binne nag lang niet tot je kniese toe of. Hai heb 'n leventje as 'n luis op 'n zeer hoofd (hij komt heel gemakkelijk aan z'n kost).

Hij woont hier dichtbij. Je kinne 'm mit een warme pangkoek beloupe.

Ik ruilde m'n bijna versleten brommer voor een andere, maar die is nog slechter. 't Was dus: Pissebed weg, kakkebed terug.

Hij moest kiezen tussen een operatie en de dood. Hai most aan de kat of an de keis (een verplichte keus uit twee onaangename dingen).

Hij lult (kletst) uit een peerdekop (hij kletst zonder oordeel, onlogisch en onsamenhangend).

Buurvrouw gaat uit mit kap en dek op (op z'n paasbest gekleed).

Dat vlois is zo taai as hondeleer (heel erg taai).

't Hot niet tussen die twei (ze kunnen 't niet met elkaar rooien).

Onze poes is overreden; kloine Piet huilde snot en kwoil (was erg verdrietig).

Zuurkool met worst is heerlijk! Je zouwe je leste himd 'r om vertere of: verkoupe (je laatste cent ervoor besteden).

Als Jan jets vraagt, krijgt-ie niets gedaan, maar als Piet met hetzelfde verzoek komt, dan staat men 't direct toe. 't Skeelt veul wie 'r poep zoit (de ene mens heeft meer invloed dan de andere).

We zalle de groene herberg maar 'ns andoen (even uitrusten in het gras langs de weg).

D'r zitte altoid spatters (erwten die niet gaar te koken zijn) in de groene uirte (in een gezin kan een losbol voorkomen).

Ik leit m'n tong niet ofskrapen (ik laat me niet uithoren).

Hai is zwart in de bek (hij overvraagt schromelijk voor zijn koopwaar).

Hai gebruikt woorde as worste, maar niet zo vet (hij bluft en overdrijft geweldig).

Woinig volk, 'n lekker leven.

In een gesprek springt-ie van bok op jasper (hij verandert telkens van onderwerp, hij springt van de hak op de tak).

Beter er óm verlegen as erméé verlegen.
(Meestal tot troost gezegd tegen iemand, die graag zou willen trouwen, maar die geen vrouw kan vinden. )

Dat vertel ik je nou lekker niet, deer bin je nag te kloin en te kladdig voor (nog te klein, nog te jong voor). De uitdrukking heeft een enigszins plagende, kleinerende strekking.

 


Hé, is dat Westfries?

798. 't Was erg stil om me heen; ik raakte eventjes beskoten (ingedommeld, sluimerend) in de stoel.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.