Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1947 » No. 8 » pagina 228-229

In Medemblik in 1568

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 2e jaargang, 1947, No. 8, pagina 228-229.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: F. Vogels.

... ende dat ghy van stonden aen doet tot rusten een carveelschip,
wel gemant ende versien met geschut...


Brief van Alva aan de regering van Medemblik, van 21 April 1568,
in het archief aldaar.

De tijden waren onrustig in die jaren, er liepen in de Nederlanden geruchten, dat graaf Lodewijk van Nassau een leger aan het bijeenbrengen was om in Groningerland een inval te doen. Iedereen zag met spanning uit naar de bevrijding, maar ook Alva had gehoord van de toebereidselen der prinsgezinden. Daarom beval hij de graaf van Bossu, stadhouder van Holland, om maatregelen te nemen en zond zelf brieven aan de zeesteden.

In Medemblik, waar de regering bovenstaande aanschrijving had ontvangen, was de Spaansgezinde regering er dadelijk bij om dit bevel op te volgen. Men besloot om het karveelschip van Willem Jansz. uit Hoorn uit te rusten, die zelf de tocht zou meemaken. Het bevel voerde kapitein Michiel van Hagenoult, en diens luitenant was Reyer Willemsz.

In Medemblik zelf was vrijwel niets voor de uitrusting aanwezig, zodat op 13 Mei de kapitein naar Hoorn reisde om volk aan te werven en werkelijk met drie man terugkwam. Hij logeerde daar in de herberg „In den Wildeman”. De burgemeester Pieter Jansz. werd naar Hoorn en Enkhuizen gezonden, om munitie bijeen te brengen. En de kastelein van het kasteel, jonker Cornelis van Ryswyck, ging met de oudburgemeester Jan Willemsz. naar Alkmaar.

Zo bij beetjes kwam van alle kanten het een en ander binnen. Uit Alkmaar kwam geschut, kruit, „knevelstocken”1, spietsen, enz., uit Amsterdam munitie, uit Enkhuizen ook geschut en uit Hoorn een vat kruit. Dat „geschut” moet men zich niet al te hoog voorstellen. Eerste klas materiaal en wapenen werden zeker niet gebruikt, men hoort voortdurend van reparaties aan het schip, en de bewapening was ver van volledig. De Hollandse admiraal jonker François van Boschuyzen kwam zelf naar Medemblik, om alles te bezien, en vertrok „mitten wagen” verder naar Enkhuizen. De monstering van het volk had in Medemblik bij trommelslag op 17 Mei 1568 plaats, en zesentwintig man werden aangeworven.

Eindelijk zeilde het karveelschip uit, en te laat kwamen nog uit Amsterdam vier gezellen, om als busschieters en „mastclimmers” dienst te nemen, ze moesten terugkeren.

Het schip zeilde uit het Vlie naar Ameland, en vandaar naar Harlingen, waar het twee dagen bleef liggen, en nog wat stormhoeden achterna gezonden kreeg. Op 22 Juni was men voor Emden, en zonder iets tegen de watergeuzen uitgericht te hebben kwam dit oorlogsschip einde Juli weer in Medemblik terug, waar het volk op 28 Juli werd afgedankt.

Dezelfde dag werd op, de rede van Medemblik een groter schip, een boeier, uitgerust, eigendom van Jan Pietersz., die als schipper aan boord bleef. De kapitein en diens luitenant waren dezelfden, en de bemanning telde zestig koppen.

De boeier zeilde spoedig uit, maar doordat aan boord geen ervaren zeelieden waren, kreeg men op 9 Augustus bij Vlieland em ernstige schade, „duert inseylen van den vice-admirael”. Het schip kwam n.l. in aanvaring met de vice-admiraal Jan in den Acker. Zo goed mogelijk werd alle schade weer hersteld, en op 18 Augustus is men voor Delfzijl, op 25 Augustus voor Emden en 11 September voor Dokkum. De watergeuzen waren echter niet meer te bekennen, daarom werd de koers weer naar Medemblik gezet, waar het schip behouden aankwam en het volk op 12 October werd afgedankt.

Ook dit afmonsteren had niet erg vlot plaats. Waarschijnlijk had de stad gebrek aan de nodige contanten, en men was verplicht om een bode te paard naar Enkhuizen te zenden, om te vragen op welke manier men de soldaten zou betalen, „die den Burgemeesteren lastich vielen”. Hoe de zaak in der minne is geschikt meldt de stadsrekening niet.

Op 28 November 1568 werd de hele uitrusting „by dock geslach” in het openbaar verkocht, voor zover de geleende uitrustingen niet aan de steden werden teruggegeven. De hele onderneming had aan de stad veel geld gekost en was volkomen mislukt.

F. Vogels

(Zie: Archief van Medemblik, inv. nr. 338, rekening van Symon Jansz.).
1 Knevelstock = „jachtspies”, dus een soort lans.

 


Hé, is dat Westfries?

85. Als je de hele dag flink gewerkt hebt, ben je 's avonds wel 'ns hooigat (flink vermoeid).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.