Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1948 » No. 7 » pagina 200-201

In Grootebroek in 1568

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 3e jaargang, 1948, No. 7, pagina 200-201.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: F. Vogels.

Ook in Grootebroek werden in 1568 twee oorlogsschepen „jegens den rebellen ende vianden vande Conincklycke Majesteijt (Philips II)” uitgerust. Dit stadje was in het begin van de Tachtigjarige oorlog veel belangrijker dan tegenwoordig, het zond zelfs enige jaren lang afgevaardigden naar de Statenvergadering van Holland.

Op 14 Mei 1568 begon men, op bevel van Alva, een roeibaars uit te rusten. Het was een klein scheepje, met 27 man aan boord. Kapitein was Gerrit Meynertsz., stuurman Jonge Werner, uit Groningen, en schrijver Pieter van der Meeren. Verder waren er twee busschieters, een bottelier, een tromslager, negentien matrozen en een scheepsjongen.

Dit scheepje heeft niets tegen de Watergeuzen uitgericht. Eerst werd het door een oorlogsschip uit Enkhuizen aangevaren, en op 28 Juli zonk het tijdens een storm en onweder. Alle munitie en gereedschap ging verloren, het geschut kon nog geborgen worden.

De volgende dag, 29 Juli 1568, begon men dadelijk in Grootebroek een veel groter schip uit te rusten, „Het Vliegende Hardt”, groot 50 last, een karveelschip en gehuurd van Pieter Doesz., een schipper uit Venhuizen. De kapitein weer Gerrit Meynertsz., stuurman Claes Pauwelsz. en schipper Oude Roelof, er waren in het geheel 59 man aan boord. Als hoogbootsman diende er Volckert Jansz. Cattendyck, die later naar de Watergeuzen overliep, aan veel plundertochten deelnam en zijn leven aan de galg eindigde.

Aan deze boeier moest, zoals altijd, vrij veel vertimmerd worden, men was er een week lang mede bezig. Ook de bewapening was veel zwaarder, zes metalen stukken, zes bassen en twee halve slangen. Dit geschut was niet in Grootebroek aanwezig en werd van Amsterdam en Enkhuizen geleend.

Was de bewapening voor die tijd sterk, van eersteklas kwaliteit was het zeker niet. Waarschijnlijk omdat genoemde steden niet van plan waren om hun beste kanonnen uit te lenen, wat, zoals wij weldra zullen zien, goed bekeken was.

Wij lezen van „zeeckere gebroicken schut”, dat van Enkhuizen naar Amsterdam teruggebracht werd, twee metalen stukken werden „uytte houten geslagen”, nl. de metalen banden om de loop braken stuk.

Ongelukken bleven ook niet uit, misschien wel omdat niet iedere man aan boord een geoefend artillerist kon genoemd worden. Cattendyck was dit zeker niet, van zijn beroep was hij zeilmaker. Mr Hendrick, chirurgijn uit Enkhuizen, moest een bootsman „cureeren”, die „duert breecken van een basse seer gequest is geweest”. Een andere matroos werd gebrand door het ontsteken van een baskamer. Nog een matroos werd tien weken lang in het gasthuis van Enkhuizen verpleegd, omdat hij ook al door het ontsteken van een baskamer „seer gebrandt worde in synen aensicht”. Allemaal van die genoegens aan boord, omdat in die tijd Jan en alleman maar voor de zeedienst werd aangeworven, zonder dat gelet werd op enige wapenkennis.

Ook dit tweede schip zonk op de Zuiderzee, op 10 October 1568, tijdens een storm, zelfs het geschut ging erbij verloren, zodat men evenmin als met de beide schepen uit Medemblik iets tegen de Watergeuzen had bereikt.
(Zie: Archief van Grootebroek, Rekening Van Cornelis Dircsz. en Ysbrant Necxz., z.p.)

F. Vogels

 


Hé, is dat Westfries?

512. Ik ben zo meteen klaar met schrijven, dan mag je m'n potlood wel efkes (even, eventjes, effen) gebruiken, maar je mag 't niet weghelpen (zoek maken, 't mag niet zoek raken).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.