Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Verkiezing mooiste bedrijfsgebouw van Westfriesland

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 7 » pagina 210-217

Werken en streven van de Commissie voor Landelijk Schoon

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 7, pagina 210-217.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: J. C. Kerkmeijer.

Auteur: J. C. Kerkmeijer.

Door het Historisch Genootschap „Oud West-Friesland” is reeds vroeg een commissie in het leven geroepen, die de naam kreeg: „Commissie ter bevordering van het Landelijk Schoon in West-Friesland” en die is samengesteld uit leden van het Genootschap.
Voor vele Westfriezen weer iets nieuws en we horen al zeggen: „Wat moet dat nu weer betekenen, er zijn al commissies genoeg”. Wij willen er iets over vertellen.

Zij stelt zich ten doel het Landelijk Schoon in Westfriesland te bewaren en te bevorderen. Zij moet dit doen door het houden van samenkomsten. Wat uit een oudheidkundig oogpunt belangrijk wordt geoordeeld moet de commissie trachten te bewaren. En zo mogelijk moet van het nieuwe het schoon worden bevorderd.

Dit is de omschrijving van het doel, zoals in het reglement van 1937 voorkomt. Of in het algemeen de belangrijkheid ervan wordt ingezien betwijfelen wij zeer, want dikwijls hoort men zeggen: „Wat hebben wij er aan, het geeft geen zout in de pap”. Goed, het kan zijn, dat in het algemeen voor iets dergelijks niets gevoeld wordt, omdat men er totaal buiten staat. Wij hopen echter, dat men inziet, dat een dergelijke commissie niet uit gekken bestaat en dat ze een zeer edel doel heeft. Wij willen de lezer iets over het werk van deze commissie vertellen.

Vroeger speelden in Oud West-Friesland, toneel, dichtkunst, dans en muziek een eerste rol. 25 jaar geleden was de geest eventjes anders dan thans. Er is een verandering gekomen ten goede van de schoonheid van het landschap en van de bouwkunst, bovendien is er grote belangstelling gekomen voor het bodemonderzoek, want we willen zo graag weten hoe onze voorvaderen hier geleefd hebben. Men begint al meer en meer te beseffen van hoeveel belang het is om de omgeving waarin men leeft, er mooier en beter te doen uitzien. In vroeger eeuwen is er in Westfriesland ook een tijd geweest waarin men dit, al is het misschien onbewust, besefte. De 19de eeuw is voor dit alles fnuikend geweest. De tijd van het materialisme.

Het vele moois, dat West-Friesland bezat, is voor enkele guldens verkocht, en wat is er voor in de plaats gekomen? We kunnen gerust zeggen: Een bende brandhout. Dit is het geval met de meubelen en ook met de huizen. We kunnen hier thans niet over uitweiden, want we dwalen af. Gelukkig is er nog wat over, al is het niet veel, en het is het doel van de commissie te trachten dit te bewaren en om het nieuwe zo goed mogelijk te laten zijn. Het is van groter belang dan menigeen denkt, wij menen te kunnen zeggen, dat het een stuk levensgeluk is.

Er is veel lelijks tot stand gekomen en er is veel moois vernietigd. Wij hebben hier vooral het oog op gebouwen, erfafscheidingen en inrijhekken.
Het ontwerpen van dergelijke zaken wordt als heel gemakkelijk beschouwd. Vier muren met gaten voor deuren en ramen en een afdekking voor de regen; ziedaar een huis. Wat betonnen palen met een ijzeren pijp erdoor; ziedaar een terreinafsluiting.

Dit is geen juiste manier, want het ontwerpen van welk klein geval ook, vraagt niet alleen practische kennis, maar ook gevoel voor een rhythmische verdeling. Dit zijn nu eenmaal wetten die het heelal beheersen.

Het ligt in de bedoeling van de commissie om al dit lelijke te bestrijden en het mooie te bevorderen. Het is een moeilijke taak, omdat men dikwijls stuit op onwillige mensen, die niet willen begrijpen of niet in staat zijn te begrijpen, dat de ware schoonheid een levensvreugde is.
Dikwijls is het hopeloos. Gelukkig zijn er ook nog fijngevoelige Westfriezen, die er anders over denken. Een aardig voorbeeld willen we hier naar voren brengen.

Het was op een mooie dag in 1943, dat we naar buiten gingen om te tekenen. We werden getroffen door de zo typische boerderij Zwaag no 325, eigenaar de heer J. van Zelm. Het buiten tekenen geeft dikwijls aanleiding tot belangstelling en van belangstelling komt praten. Zo was het ook hier. Tot onze grote schrik vernamen we, dat de typische voorgevel geheel veranderd zou worden. Er was een tekening gemaakt, die goedgekeurd was. Toen we deze onder de ogen kregen, konden we niet anders dan onze teleurstelling te kennen geven. We vroegen ons af: Hoe is het in 's hemelsnaam mogelijk, dat iemand ter wereld zo iets afschuwelijks in elkaar kan zetten en toestemming voor uitvoering krijgt? (Hieronder geven wij een afbeelding van de bestaande toestand en van de voorgestelde verandering.)

Dit is toch wel een frappant voorbeeld. Wij hebben met de eigenaar en de eigenares maar heel kort gesproken om ze te overtuigen, dat dit zo niet kon en dat het beter was de gevel in dezelfde trant te restaureren. Natuurlijk werd voor zo'n geval de volle medewerking van Rijk, Provincie en Gemeente verkregen.

De restauratie is nog niet geheel afgelopen, maar het gebouw staat er als een juweeltje tussen veel lelijks.
Alle lof aan de familie van Zelm waar we zo prettig mee samenwerken. Er heerst een sfeer waar we gaarne vertoeven om te praten over allerlei moois.

In verscheidene dorpen zijn nog vele mooie boerderijen, althans van buiten, want als men er inkomt ziet men veel wansmaak.
Met medewerking van de commissie heeft de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg er reeds verscheidene doen opmeten. Het ligt in de bedoeling om deze verzameling op de tentoonstelling naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van het Genootschap te exposeren.

Mooie oude pronkdeuren zijn er niet veel meer over. Wij noemen er drie: Westwoud W 67, O 16 en Zwaag 336. Wat blijft er van deze pronkdeuren, van deze mooie voorbeelden van timmerkunst over? Bijna niets, men voelt er niet voor. Als men maar eens kijkt naar het ontwerp gevel te Zwaag, hiervoor genoemd, dan voelt men wat voor geest er heerst en hier moet verandering in komen. En als men aan het Keern, de gevel van de herberg „Wie weet nog hoe”, bekijkt, die enige jaren geleden is veranderd, is het dan een wonder, dat een der aanwezigen in de vergadering van de Vereniging „Oud-Hoorn” zegt: De naam moet veranderd en moet worden: „Hoe bestaat het”. We zouden zo door kunnen gaan, ook wat betreft de afsluiting van de terreinen.

Wat we denken moeten van het schilderwerk van de huizen weten wij niet. We vragen ons af: Waarom moet alles omgekeerd worden? Het is altijd een goede traditie geweest om de kozijnen van deuren en vensters een gele tint te geven en de ramen groen. Dus de kozijnen licht en de ramen donker. De artistieke schilders menen, dat het anders moet, de kozijnen donker, de ramen licht en dan dikwijls met knal harde kleuren. Waarom mag Joost weten, het is zeker een modeartikel als de dameskleding.

Het is wel te begrijpen, dat de Commissie voor Landelijk Schoon heel wat te doen heeft om alles in goede banen te leiden.
Met de oude kerken is het in het algemeen ook treurig gesteld; er zijn er vele in verval en verknoeid. Het is bijna onmogelijk om alles onderhanden te nemen, bovendien is er veel geld voor nodig.
Enige kerken, waarvoor de Commissie zich interesseert en waarvoor restauratieplannen zijn gemaakt, zijn die te Schellinkhout, Sijbekarspel en Oude Niedorp. Er zijn er nog meerdere, die de aandacht verdienen.

Het is een mooi verschijnsel, dat verscheiden gemeenten voor hun bouwkundige problemen advies vragen aan de Adviescommissie voor Noord-Holland te Amsterdam. Maar deze Adviescommissie krijgt het te druk. Om een betere gang van zaken te bevorderen is op initiatief van de Commissie voor Landelijk Schoon een aparte commissie voor West-Friesland in het leven geroepen, die haar zetel heeft te Hoorn. Deze commissie is een onderdeel van de Amsterdamse commissie. Het contact voor de Westfriese vaklieden wordt hierdoor gemakkelijker en het is te hopen, dat alle Westfriese gemeenten zullen medewerken om een flinke eenheid te krijgen.

Op de jaarvergadering te Purmerend in 1942 is gewezen op de noodzakelijkheid om spoedig te komen tot een goed overzicht van de vele oude dingen (let wel: dingen), die er ten plattelande nog hier en daar zijn te vinden. Wat er zoal genoemd wordt in de circulaire van 1943 is onmogelijk. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar toch kunnen we mededelen, dat met samenwerking van de Commissie voor Landelijk Schoon door het Rijksbureau voor de Monumentenzorg reeds vele kerken en boerderijen in tekening zijn gebracht en nog meer moeten volgen. We geven de verzekering dat dit werk intens wordt gedaan. Een verzameling van dit werk zal op de tentoonstelling van het Genootschap te zien zijn.

We zouden nog veel meer over de bouwkunst en sierkunst kunnen schrijven, maar voorlopig is dit genoeg. We moeten ook nog eens even kijken naar de opgravingen, die met medewerking van de Commissie zijn ondernomen.
Reeds lang geleden is door prof. van Giffen en door de heer J. Butter te Deventer een terrein te Zandwerven onderzocht. Er zijn belangrijke vondsten gedaan, die getuigen van een zeer oude nederzetting. Wij hadden gaarne dat terrein willen behouden voor verder onderzoek. Dit bleek ook weer niet mogelijk; het schijnt dat nog steeds wordt afgegraven en dat na verloop van tijd de gehele zandheuvel zal zijn verkocht. Jammer en jammer!

Een mooi deskundig onderzoek was de afgraving van de heuvels op het land van de Gebr. Hetzen te Wervershoof onder leiding van prof. van Giffen. Het was ook weer de Commissie voor Landelijk Schoon, die zich hiervoor interesseerde. De vondsten zijn niet belangrijk geweest, maar toch is wel vast komen te staan, dat de heuvels uit het Bronstijdperk afkomstig zijn.

Een belangrijk terrein om te onderzoeken is zeer zeker het zgn. Kloosterland in de Bangert, waar vroeger het klooster Nieuwlicht stond. Het is wel zeker, dat hier goede voorbeelden van Middeleeuwse voorwerpen te voorschijn zullen komen.
Na vele hopeloze pogingen van vele instanties is door de weigering van de huurder een onderzoek niet door kunnen gaan. Alles was klaar om te beginnen. Is het niet treurig, dat één persoon een werk van zoveel belang kan tegengaan?

We moeten nu ophouden, we hopen, dat de lezers zullen inzien, dat er veel werk wordt verricht en dat het dikwijls zeer moeilijk is om alles in goede banen te leiden.

J. C. Kerkmeijer

 


Hé, is dat Westfries?

323. Op carnaval had ie zich verkleed; hij zag er kakkelollig uit (potsierlijk, belachelijk, als 'n hansworst); de meesten konnen 'm geniesen (herkenden 'm niet eens).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.