Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1950 » No. 8 » pagina 255-256

De Boekenla

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 5e jaargang, 1950, No. 8, pagina 255-256.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: J. de Wit.

WIERINGER LAND EN LEVEN IN DE TAAL

Er zijn maar weinige delen van onze provincie, waarover zo weinig is geschreven als over het oude eiland Wieringen. Wat men er nog over vindt, is over het algemeen verouderd en oppervlakkig. Wieringen was maar een klein en afgelegen eiland, historisch noch economisch van veel betekenis; het gebrek aan belangstelling is dus wel te verklaren.

En toch, de kleine en in het verleden zeer gesloten Wieringse gemeenschap is in menig opzicht belangwekkend. Wie deze gemeenschap heeft gekend, zoals ze een 25 jaar geleden - vóór de totstandkoming van de dijkverbinding tussen Noordholland en Wieringen - nog bestond en wie er daarna oog voor heeft gehad, hoe in een steeds sneller tempo de plaatselijke eigenaardigheden verdwenen, moest het daarom dubbel betreuren dat er zo weinig van het oude in de literatuur was vastgelegd.

Er is derhalve alle aanleiding om met warme waardering melding te maken van het verschijnen van het wetenschappelijk geschrift, waarvan de titel hierboven is afgedrukt. Het is een omvangrijk werk (ongeveer 400 bladzijden), waarop de schrijfster, mej. J. C. Daan - voor de lezers van De Speelwagen geen onbekende - op 6 Juni 1950 aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam is gepromoveerd tot doctor in de letteren en wijsbegeerte. Via het taalonderzoek in de Wieringermeer is de schrijfster (die geen Wieringse is) tot de bestudering van het Wieringer dialect gekomen, een dialect dat enerzijds met het Westfries en het Tessels, anderzijds met het Fries verwant is. Maar zij heeft zich niet tot het dialect beperkt. Wat is de taal van een volk zonder het volk dat haar spreekt, vraagt zij. Zonder kennis van de cultuur en de geschiedenis van dat volk blijft de taal een wetenschappelijke abstractie. Daarom heeft mej. Daan in haar studie ook opgenomen de volksgebruiken, de plaatselijke benamingen (dorpen, gehuchten, wateren, landerijen enz.), de de persoonsnamen, het volkskarakter, de bestaansmiddelen enz., kortom de beschrijving van land en volk van Wieringen. En daarom ligt thans een werk voor ons, dat niet slechts van wetenschappelijke waarde is, doch dat de amdacht verdient van en leesbaar is voor allen, die in land en volk van Wieringen belangstellen. Het land en de zee met hun dieren en planten, het volk in zijn werkzaamheden en vermaken, de huizen en schepen, dit alles wordt vlot en vaak humoristisch beschreven en in dit kader vinden alle woorden en uitdrukkingen van het Wieringse dialect ongedwongen hun plaats. Van bijzondere betekenis is de uitgebreide opsomming en gedeeltelijke verklaring van de namen der dorpen, gehuchten, wateren, landerijen enz. Knap is, in haar beknoptheid, de beschrijving van het Wieringer volkskarakter en het geestelijk leven.

Aan hulp en medewerking van de Wieringers heeft het mej. Daan niet ontbroken. Haar boek gewaagt ervan en bij de promotie zijn in het bijzonder woorden van warme waardering gesproken tot het echtpaar Koorn te Den Oever, dat met oud-Wieringse hartelijkheid de juffrouw van buiten in het gezin heeft opgenomen. Dergelijke lieden, aldus de promotor, prof. Hellinga, zijn koren op de molen van de dialectkundigen en verdienen eigenlijk een promotie honoris causa.

Deze korte aankondiging is niet bedoeld als een recemie. Schrijver dezes zou geenszins bevoegd zijn over de wetenschappelijke betekenis van het werk te oordelen. Iets anders is echter dat hij, als oud-Wieringer, die in zijn jeugd steeds het Wieringer dialect heeft gesproken, meent te mogen zeggen, dat de beschrijving van land, volk en dialect een hoge mate van volledigheid en betrouwbaarheid bezit. Het verzamelen, controleren en schiften van het materiaal moet voor de van elders gekomen wetenschappelijke werkster een omvangrijk en moeizaam werk zijn geweest, te meer omdat het hier gaat om een gemeenschap en een dialect, welke bezig zijn te verdwijnen. Het dialect, zoals het thans wordt gehoord, moet daarom al met een belangrijke mate van reserve worden beschouwd. Hier komt nog bij, dat er niet-onbelangrijke verschillen zijn tussen het dialect van Oost- en dat van West-Wieringen. Mej. Daan heeft haar werk voornamelijk gebaseerd op het dialect van Den Oever, de oosthoek van het oude eiland, omdat aldaar naar haar mening het dialect het best de oude vormen heeft bewaard.

Détailopmerkingen zijn bij deze omvangrijke studie natuurlijk wel te maken. Zo viel het schrijver dezes op, dat bij de beschrijving van het visserijbedrijf geen gewag wordt gemaakt van de vroeger niet onbelangrijke „krukelvisserij”. Verder zegt mej. Daan naar mijn mening ten onrechte, dat het aantal bijnamen of scheldnamen van personen gering was; naar mijn indruk waren er vrij veel van deze namen, vooral op West-Wieringen en daaronder buitengewoon aardige. Indien ook andere Wieringers en oud-Wieringers hun opmerkingen en aanvullingen leveren, kan dit aan de schrijfster slechts welkom zijn. Laten de Wieringers door hun belangstelling tonen de juistheid te beseffen van het woord, dat prof. Van der Leeuw sprak bij de opening van het Zuiderzeemuseum: „Een volk, dat leeft buiten zijn verleden om, is gedoemd tot ondergang”.

Tenslotte: Mej. Daan kondigt in haar werk aan, dat zij hoopt binnenkort over het tegenwoordige Wieringen een ander, niet uitsluitend taalkundig werk te schrijven; zij maakt verder enkele malen gebuik van gegevens uit een nog niet gepubliceerde monografie van de heer Hoekstra over het sociaaleconomische leven op Wieringen sinds 1850. Er staat ons dus nog het een en ander te wachten en het gebrek aan literatuur over Wieringen zal hopelijk eerlang in belangrijke mate zijn verholpen.

J. de Wit

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.