Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1951 » No. 6 » pagina 175-177

Niets is nul

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 6e jaargang, 1951, No. 6, pagina 175-177.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: Dr W. Lampen.

Naar aanleiding van ons stukje over „Kinderrijmen” (November 1949, blz. 337) ontvingen wij van enige reisgenoten nog enkele aardige brieven, waarvoor wij bij deze oprecht dank zeggen. Over Hop, Marianneke hebben wij al het een en ander geantwoord. Nu iets over ons eerste prentenboekje, dat wij in 1893 in Alkmaar gebruikten. De heer R. Muyen te Heemskerk schreef ons (30 December 1949), dat ook hij dit het eerst kon lezen: maar hij meent, dat het geen boekje, maar een zgn. „centsplaat” was. Hij herinnert zich nog de „verschrikkelijkste mooie kleuren”. Wij kennen alleen het boekje, dat begint Niets is nul en wij hebben van dit exemplaar nog een aantal bladzijden, doch 70 opgekalefaterd, dat er enkele stukken ontbreken. Zo zijn ook de twee regels van het eerste versje verdwenen, die ons door drie reisgenoten opnieuw in herinnering worden gebracht, zodat het geheel inderdaad luidde:

Niets is nul.
Arme sul,
Gij komt te laat.
Dat spijt mij maat.

Dan volgde in andere druk de moraal van het „gedicht”:

Als men bij iemand komt te gast,
Dan dient er op de tijd gepast.

Het merkwaardige van dit boekje was, dat er allerlei typen in gebruikt worden: romein, cursief, minuskel en majuskel. Boven de plaatjes, die helaas om technische redenen niet konden herdrukt worden, staan de cijfers, zowel arabische als romeinse. Men leerde dus niet weinig uit dit boekje.
Wij zullen nu van dit zeldzame boekje, dat in Amsterdam in 1870 verscheen, de versjes weergeven, waaraan wij en onze tijdgenoten zoveel plezier hadden en waardoor wij deugden en cijfers leerden.

Eenmaal een is EEN.
Jan! waar ga je heen?
'k Ga, zegt Jan, mijn lieve Trijn!
Waar meisjes niet nieuwsgierig zijn.
Nieuwsgierigheid
Wacht kwaad bescheid.

Een bij een wordt TWEE.
Ik trek weer naar zee.
Voor land en voor koning
Verlaat ik mijn woning.
Eer ik mijn vlag verlaat of strijk
Volg ik het voorbeeld van Van Speijk.

Twee en een is DRIE.
Pas op, kleine Mie!
Dat ge u niet bespat;
Want de straat is nat.
Een zindelijk kind
Is ieders vrind.

Twee maal twee is VIER.
Die in pronk en zwier
Slechts zijn vreugde vindt,
Is geen edel kind.
Zij, die zich aan opschik wijdt,
Jaagt alleen naar ijdelheid.

Vijf ontbreekt. Misschien kent een der reisgenoten dit? Dan volgt:

Twee maal drie is ZES.
Zou wel 't scherpste mes
Als mijn spade snijden
En door de aarde glijden?
Beweging is voor jongens goed;
Zij maakt gezond en zuiver bloed.

Maken drie en vier niet ZEVEN?
Wilt ge zoveel stuivers geven?
'k Zal dan met mijn jonge haan
Daadlijk naar uw keuken gaan.
Ach! ras zult gij al uw veren
En die fraaie kam ontberen!

Verder heb ik alleen nog:

Tien en een is ELF.
Daar is Betje zelf,
Die dit lieve doosje
Geeft aan kleine Koosje.
Het is zo zoet in 't leven,
Uit vriendschap iets te geven.

Honderd schrijft men met een C.
Mietje en Koosje speelt ge mee!
Ko te paard; Marie de fluit;
Ik, als tamboer, flink vooruit.
Als het leren is gedaan,
Mag men vrij aan 't spelen gaan.

Bij de plaat van een jongen, die met een boek bij het vuur zit, waarbij zich ook een grote poes warmt, staat een rijmpje, waarvan een gedeelte beplakt is, zodat ik alleen maar kan lezen:

D duidt vijf maal Honderd aan.
'k Zal niet door de regen gaan.
'k Blijf hier zitten bij het vuur
Want het wordt al koud en guur.

De moraal uit het versje getrokken zal wel zijn, dat dit niet de taal is van een echte Hollandse jongen, maar deze twee regels zijn onleesbaar in mijn boekje. Verder rest mij alleen nog de laatste bladzijde:

DUIZEND wordt met M geschreven.
Kan een boom nu aan een tak
Zóveel zoete pruimen geven,
'k Wed, dat hij dan zeker brak.


    Amsterdam

MDCCCLXX     18..

    KENT GIJ NU AL

    DIT JAARGETAL?

ion het werk van mevr. S. Troelstra-Bokma de Boer en Dr Joop Pollmann, „Het spel van moeder en kind” (Heemstede, z.j.) komen een groot aantal kinderrijmpjes en -liedjes voor, waarvan wij er in Alkmaar enkele kenden, maar met varianten als deze bijv.:

Slaap, kindje, slaap.
Daar buiten loopt een schaap.
Een schaap met witte voetjes,
Dat drinkt de melk zo zoetjes.

Nog kan ik mij herinneren:

Rijen, rijen, rijen in een wagentje, En als je dan niet rijen wil, dan draag ik je.

Hetzelfde komt voor in Bergen-op-Zoom. Zouden ze daar ook zo'n mooie „Speelwagen” hebben?

Dr W. Lampen

 

Marker meisje met muts en bauwtje.

Marker meisje met muts en bauwtje. Foto Ko Zweers.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.