Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1950 » Pagina 3-4

Tijdens de verslagjaren 1948-1949 (5/16)

Op de begroting voor het jaar 1950 is daartoe uitgetrokken een bedrag van ¼ x ƒ 2000, zegge ƒ 500. Om het contact via het gedrukte en dus blijvende woord met de leden echter niet te verliezen, heeft het Bestuur gemeend U dit boekje, behelzende het beknopte verhaal der belangrijkste verrichtingen en een verantwoording van zijn inzichten, te moeten toezenden. Het Bestuur is bereid, dit ook in de toekomst te doen. De onkosten zijn niet groot en worden bovendien voor een niet onbelangrijk gedeelte uit de opbrengst van enige advertentie-pagina's gedekt. Een der bestuursleden gaf hier het voorbeeld van practische aanpak!

*
*   *

Dat het Bestuur dit besluit pas na een zorgvuldig afwegen van verschillende meningen onder zijn leden heeft genomen, bewijzen de verslagen van de laatste twee jaren in het notulenboek voortdurend. Op de achtergrond van deze besprekingen bleek echter ook nog het bestaan van andere, eveneens belangrijke kwesties In het niet altijd even duidelijke stemmenkoor onderscheidde men o.a. de volgende vermaningen: „Maak de Bundel toch niet te moeilijk!” „Zorg toch voor dialect-stukjes, die geschikt zijn om voor te dragen!” „Vergeet toch de prettige en humoristische bijdragen niet!”

Zeer gemoedelijke, zelfs enigszins naïeve opmerkingen, die niettemin indruk hebben gemaakt! Bij even dieper nadenken toch, voeren ze naar het gebied der zéér lastige vragen, naar moeilijkheden, die niet een mode-woord als „problemen” aangeduid worden! De vraag is namelijk in hoeverre de hier geuite wensen in onze „moderne” wereld nog bevrediging kunnen vinden. Maar allereerst moet opgemerkt worden, dat de redactie van de Bundel nooit een bijdrage zal weigeren, omdat deze „te eenvoudig” zou zijn, omdat zij de inhoud op een „hoger”, of „voornamer” peil zou willen brengen. Eerder zullen bijdragen vol onevenwichtige, half verwerkte geleerdheden worden afgewezen. Verder moet uitdrukkelijk gezegd worden, dat de redactie bepaald hunkert naar goed geschreven dialect-stukjes, die het smeuïge, schilderachtige taaleigen van ons gewest in zijn diverse schakeringen vastleggen. En als zulke schetsjes, causerieën, of hoe men al dit letterkundige kleingoed wenst te betitelen, dan óók nog een kostelijke dosis humor bevatten, en ons geplaagd gemoed opluchting brengen in een bevrijdende lach, — dan wil de redactie aan dergelijke bijdragen natuurlijk met geestdrift een ereplaats schenken. Ze zouden een kostelijk geschenk vormen, dat we elk op eigen wijs nodig hebben als brood!

Geweigerd, of zelfs maar achtergesteld bij stukken van meer zware, of geleerde inhoud, is een dergelijk stuk, voorzover wij kunnen nagaan, natuurlijk nooit. In verschillende jaargangen kunnen alleraardigste vertegenwoordigers van dit veelbegeerde genre worden aangetroffen; in een Speelwagen-artikel van 1949 werden er enige met name genoemd. Maar, de laatste jaren werd de redactie op dit punt in elk geval niet bepaald verwend. Is ons geestelijke klimaat, — daar zitten we dus in de „problemen”! — niet meer geschikt voor het kweken van zulke pennevruchten? In de „officiële” letterkundige wereld van vandaag zijn gezonde levensblijheid en humor geen mode-artikelen! Is het moderne levensgevoel, als „gezonken cultuurgoed”, al bezig af te dalen naar de kringen van dialect-lezers en -schrijvers? Natuurlijk durven wij op dit punt geen beweringen te doen.

Verder moet men in kringen van lezers en critici wel goed overwegen, dat alle bijdragen voor de Bundel door de auteurs worden afgestaan, zonder enig honorarium te vragen. Stukjes in het bovengenoemde genre, in mals dialect en van goede kwaliteit, zouden ook elders hun weg kunnen vinden! Nogmaals, wij kunnen deze overwegingen slechts aarzelend en schuchter formuleren, en geen bepaalde beweringen doen.

Een der overwegingen, die ons daarvan terughoudt, is b.v. dat het Genootschap langzamerhand een reeks van „tante-zegsters” heeft gekregen in de vele plaatselijke verenigingen. Deze laatsten hebben de genootschapstaak op het gebied der geschiedenisbeoefening en der monumentenzorg verlicht. Wat het gebruik van het dialect in de literaire kleinkunst betreft, brengen talrijke plaatselijke dagbladen geregeld allerlei staaltjes van journalistiek in de streektaal. Het ligt niet op onze weg hier bepaalde couranten te noemen, en de beoordeling van de taalkundige zuiverheid gaat onze vrijmoedigheid te boven.

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019