Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » WFON » 1950 » Pagina 3-4

Tijdens de verslagjaren 1948-1949 (10/16)

Er moest gezorgd worden voor herbeplanting van een deel van het kerkhof (een gedeelte waar geen grafsteden lagen!) en voor een passende terreinafsluiting. Een en ander heeft nog al voeten in de aarde gehad! Telkens moesten de werkzaamheden worden uitgesteld. Voor de herbeplanting werd een plan opgemaakt door twee leden van de Commissie voor Landschapsschoon. De uitvoering traineerde, helaas, tengevolge van allerlei tegenslagen, zoals die bij bemoeiïngen als deze trouwens nog al eens plegen voor te komen. De terreinafsluiting kwam gereed. Het bestuur blijft diligent, dat ook de beplanting in orde wordt gemaakt.

Herhaaldelijk is in vorige jaarverslagen sprake geweest van de Noordhollandse Kap, dat juweel in onze, niet aan overmaat van literatuur lijdende, vaderlandse costuumgeschiedenis. Het genootschapslid, de heer J. Roselaar te Hoorn, heeft zich voor de kap veel moeite getroost. Van de nog steeds levende, of herleefde belangstelling voor onze edele volkssieraden getuigen ook de tentoonstellingen, die de directie van het Nederlands Gouden Zilvermuseum te Utrecht organiseerde in 1949 (en 1950, — nog tot 3 Augustus geopend!). Ook in de bestuursbesprekingen kwamen „kap en dek” herhaaldelijk ter sprake. Het kappegoed staat nog steeds het hoogst in de gunst, zoals trouwens de hoofdtooi van een oude dracht doorgaans het langste in ere blijft. Al in 1948 kon van de eerste cursus in het kappen-naaien, onder leiding van mevrouw Blokker te HAUWERT, als van een zeer succesrijk initiatief worden gewaagd. Er bleken liefhebsters genoeg en één der deelneemsters toonde tijdens een bestuursvergadering met trots een zelfvervaardigde kap. Hopelijk wordt er op een Westfriezendag nog eens een collectie tentoongesteld! Het wordt steeds moeilijker bij de kap een harmoniërend costuum te vinden! Ja, er zijn nog enkele gelukkige bezitsters van goed verzorgde originele spullen. Maar zelfs de rijke, oude weefsels van sits, met die prachtige wasecht opgedrukte, kleurige patronen, damast, satijn en hoe al die bekoorlijke „chiffons” mogen heten (wie van de oudere dames schrijft nu eens uit haar „mémoires” een stukje over „textiel uit de eerste helft van de vorige eeuw”?) zijn niet bestand tegen mot en gaal. Deze kwestie heeft vooral de aandacht van mejuffr. Ruyterman, die er op wees, dat men in Zweden en in Zwitserland met dezelfde moeilijkheden zit. Men heeft daar een nieuw, eenvoudig costuum ontworpen, waarvan de stijl past bij de hoofdtooi, die zich in deze landen onderscheidt door een rijk geschakeerde mutsencultuur. Mejuffrouw Ruyterman is de overtuiging toegedaan, dat het mogelijk moet zijn een stijlvolle japon te ontwerpen, die gedragen kan worden bij de Westfriese kap. Hierdoor zou het mogelijk blijven, dat de Westfriezinnen op bepaalde hoogtij-dagen, die om een zeer bizonder cachet vragen, haar kostbare oude sieraden toch kunnen dragen (de beste manier om ze buiten de smeltkroes te houden!), ook al beschikken zij niet meer over een der onderscheiden originele edities van de dracht uit de dagen, dat Dries Riek uit de Camera Obscura „zijn Geesje vrijde”!

Toen in 1948 het „Werkcomité Inzameling Nederlandse Volksdrachten”, waarin Noord-Holland vertegenwoordigd werd door Prof. van Thienen, zijn arbeid begon, was het voor West-Friesland heel moeilijk een goed costuum beschikbaar te stellen. Men herinnert zich de opzet: In 1898 werd H.M. de Koningin bij Haar troonsbestijging een collectie drachten aangeboden, van plm. 240 exemplaren. Via het Rijksmuseum kwam deze verzameling in 1916 naar Arnhem in het Openluchtmuseum. Ze was toen al sterk uitgedund door de tand des tijds. Maar door het jongste oorlogsgeweld is alles verloren gegaan. Zo heeft men in 1948 een actie op touw gezet, om aan. H.K.H. Prinses Wilhelmina een zo volledig mogelijke nieuwe collectie aan te bieden. Toen de nieuwe collectie in de Zaanse pronkkamer van het Openluchtmuseum aan Prinses Wilhelmina werd aangeboden, bestond zij uit 80 costuums. Het beste bewijs hoe sterk de inventaris van de oude costuumstukken verkleind is. Ook in Noord-Holland was het heel moeilijk een representatief geheel te vinden. Mevrouw Portegijs-Vlaar, NIBBIXWOUD, verwierf aanspraak op de dank van „Oud West-Friesland” door het afstaan van een gecostumeerde pop.

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


Hé, is dat Westfries?

135. Als je zo af en toe wat aan dat werk doet, kom je er nooit mee klaar, je moet 't loif er an leggen (flink aanpakken, intensief werken).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.