Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » WFON » 1953 » Pagina 87-92

Stad en dorp in West-Friesland

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 20e bundel, pagina 87-92.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1953.
Auteur: S. J. Bouma.

Inleiding van een voordracht gehouden voor het Historisch Genootschap Oud West-Friesland op 19 April 1952 te Hoorn, door S. J. Bouma, Directeur van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen.

Vele sprekers hebben in de loop der jaren voor het Genootschap Oud West-Friesland de eer gehad het woord te mogen voeren en de onderwerpen die zij daarbij hebben besproken, waren van velerlei aard. Wij mogen ons dan ook gelukkig prijzen dat West-Friesland een gewest is, dat steeds nieuwe aspecten biedt die het onderwerp van een discussie waard zijn.

Wie, zoals ik, het voorrecht heeft om afkomstig te zijn uit een streek, die, evenals West-Friesland, een sterke eigen traditie heeft, vindt daarin aanleiding om met open ogen om zich heen te zien en daarbij op te merken wat de dingen zijn, waarin West-Friesland zich onderscheidt en welke de dingen zijn, waarin het mogelijk tekort schiet.

West-Friesland behoort tot de bevoorrechte streken, waarin een bevolking leeft of waarvan althans de kern daarvan, zich bewust is, dat hier iets eigens aanwezig is. Eminente figuren hebben zich beijverd om dit zoveel mogelijk vast te leggen in woord, beeld, geschrift en in museale vorm. Wij mogen er dankbaar voor zijn, dat er zoveel is gedaan om verschillende belangrijke dingen uit het verleden opnieuw voor ons te doen herleven.

In de school, waarin ik een deel van mijn opleiding mocht ontvangen, stond op de wand van een der leslokalen geschilderd: "Studeert op het oude, opdat gij het onthoude en kracht moge winnen, om het nieuwe te ontginnen".
Mijn grote erkentelijkheid gaat daarom uit naar hen, die zoveel hebben gedaan aan het opsporen en behouden van de schatten uit het verleden, die ons thans van zoveel nut kunnen zijn bij de opbouw van het nieuwe West-Friesland.

Veel is er geschreven en gesproken over de rijke historie van West-Friesland en zij die verwachten, dat ik nu eens met onbekende historische feiten en onbekende theorieën voor de dag zal komen, moet ik teleurstellen. Mijn betoog zal meer een aesthetisch dan een historisch uitgangspunt hebben, waarbij wij het onbegrensde gebied van de smaak betreden, het gebied waarover men des te meer gaat twisten, naarmate vooraf vaststaat, dat men het toch niet eens zal worden. Laten wij daarom blij zijn, dat hier nog zoveel materiaal aanwezig is, dat de moeite van het twisten waard maakt, want ook hier in West-Friesland bestaat het conflict tussen het komende en het gaande.

Met heimwee nemen wij afscheid van hetgeen geweest is en dat voor ons gevoel met een aureool van superioriteit omgeven is. Het heden wordt als een soort van tijdelijke overgangstoestand maar nauwelijks gevoeld en geaccepteerd en met verwachting en soms met ongeduldig verlangen zien wij datgene tegemoet wat komen gaat. In dit afscheid van het verleden zullen wij moeten berusten, wij kunnen de raderen van de tijd nu eenmaal niet tegenhouden, oude waarden verdwijnen en nieuwe komen daarvoor terug. Het is verkeerd om het leven te verdromen in een toestand, welke men de vlucht in het verleden zou kunnen noemen. Immers, wanneer dit steeds de blijvende en algemene levensopvatting der mensheid was geweest, dan zouden wij nu nog in holen in de grond leven. Integendeel, het ligt in de aard van de menselijke natuur om de vruchten van het groeiende leven en de steeds vooruitgaande cultuur voor zich op te willen eisen.

Nu valt het te betreuren, dat er zovelen zijn die dit willen doen, zonder rekening te houden met hetgeen door vorige geslachten is gedaan. Wat zijn er veel mensen, die niet beseffen dat wij dankbaar moeten zijn voor hetgeen ons aan culturele waarden is nagelaten en die zich maar niet kunnen voorstellen, dat het tot onze plichten behoort om deze waarden aan hen die na ons komen door te geven. Mensen, die alleen maar waarde hechten aan het gewin van het heden en die niet bedenken, dat er een geslacht zal komen dat ons zal vragen: " Wat hebt gij met ons mooie land gedaan?"

Wat zijn er, totaal onnodig, veel prachtige bouwwerken afgebroken, mooie stadsgezichten vernield en fraaie gevels geschonden. Toch zijn deze niet alléén vormbepalend voor het karakter van een gewest. Dit wordt niet bepaald enkel en alleen door een aantal monumenten van wellicht hoge culturele waarde. Het is veel meer het samenstelsel van kleine en vaak onaanzienlijke objecten, die het aspect van een landstreek het eigen karakter verleent.

De vele woningen van de arbeider, de burger, de boer, de bedrijfsruimten, die in een streek voorkomen, de beplanting, de verhouding van openheid tot geslotenheid in een bebouwing, de kleur en de aard van de gebruikte bouwmaterialen, de taal die men spreekt, de wijze waarop men zijn godsdienst vervult of zich vermaakt, de manier waarop men werkt, de spijzen die men eet, de manier waarop men die toebereidt en nuttigt, de zeden en gewoonten die men in de kringloop van het leven onderhoudt, dit alles en nog veel meer is datgene, waardoor een bepaald gewest zich van een ander onderscheidt. Het zijn deze dingen die ook de voedingsbodem zijn voor een gezonde kunstbeoefening in meer uitgebreide zin. Ik noem hier schilderkunst, literatuur, architectuur en muziek als voorbeelden. Het is dan ook opmerkelijk dat kunstwerken, die de eeuwen hebben kunnen trotseren zonder hun geestelijke waarde te verliezen, over het algemeen een uitgesproken nationaal karakter hebben, dat meestal op het eerste gezicht te herkennen is.

Daarom is het afkeurenswaardig om een gewest te willen gelijkschakelen, om het vormen te willen opdringen die niet met de volksaard, de landschapsvorm of het klimaat overeenstemmen. En het is juist in dit opzicht, dat West-Friesland zo gevoelig is. Het land is vlak en ligt in zijn kleurigheid omspannen door dijken en wegen en het is maar aan twee dingen ondergeschikt: de hemelkoepel en de horizon. Woeste beklemmende natuurtaferelen zijn hier niet, hier kent men geen hoge bergen, diepe dalen, rotskloven en ravijnen met donderende watervallen, geen ondoordringbare wouden of glooiende heidevelden.

Het land vormt de mens, de sombere Scandinaviër is zo geworden door de beklemming van zijn omgeving en de moeizaamheid van zijn bestaan, de afgestompte proletariër door zijn sombere grauwe fabrieksomgeving en zijn eentonige levenswijze. De open en optimistische Westfries met zijn gevoel voor humor is niet anders denkbaar dan in deze kleurige en doorwaaide landstreek. Er heeft hier klaarblijkelijk een wisselwerking plaats gevonden. Zoals het land de mens heeft gemaakt, heeft de mens op zijn beurt weer het land het aanzien gegeven. Wij kunnen gerust zeggen: de Westfriezen hebben hun land zelf gemaakt. Zij hebben binnen de door hen opgeworpen dijken het gehele land de orde gegeven die het thans kenmerkt.

Van alles wat men in dit landschap ziet, is de plaats door de mens bepaald. Alles is door mensenhanden aangeraakt en niets is aan het toeval of aan de natuur overgelaten. Alles heeft de plaats, de grootte of de verhouding zoals die door de doelmatigheid, de rede en ook de goede smaak werd bepaald. Daar deze factoren aan gestadige veranderingen onderhevig zijn, is ook het land aan steeds voortschrijdende wisselingen onderworpen. Waar de aspecten van deze wisselende vormen elkaar raken, ontstaan soms merkwaardige harmonische vermengingen, doch ook meermalen conflicten.

Heel vaak zijn dit conflicten, die alleen door tijdgenoten als zodanig worden aangevoeld, vaak echter zijn het voor de speurder uit het nageslacht dankbare aanknopingspunten voor het bepalen van overgangen van verschillende tijdperken van historie, cultuur of techniek en vele sprekers of schrijvers zouden om onderwerpen verlegen zitten, wanneer iedere verandering op onmerkbare of vloeiende wijze verliep. Als eindproduct van zijn wijze van ontstaan is West-Friesland dan ook een cultuurlandschap en geen natuurlandschap.

Het is nu de grote verdienste van de oude Westfriezen, dat zij het zo goed hebben gedaan. Dat zij het cultuurlandschap zo'n bij uitstek fraaie vorm hebben gegeven en dat ze er in zijn geslaagd om al de op zichzelf wellicht onaanzienlijke dingen een goede vorm, een goede kleur en een goede plaats te geven.
Mijn vraag is alleen: weten de meeste Westfriezen dit zelf wel? Vergapen zij zich soms niet te veel aan modeverschijnselen van niet regionaal karakter en zien zij soms niet te veel de waarde van de eigen verworvenheden over het hoofd?

Dit is geen verwijt aan de Westfriezen alleen. Ditzelfde geldt eveneens voor de Groningers, de Zeeuwen en de andere volksgroepen die zich nog in het bezit van een regionaal besef mogen verheugen.

Het is nu eenmaal zo gesteld, dat men gewend en gewoon raakt aan datgene wat men dagelijks rondom zich ziet en dat men het bijzondere er van niet meer als zodanig onderscheidt. Het is de verdienste van het toeristische verkeer, dat men deze regionale verschillen leert onderscheiden en vooral.... genieten. Want dat er in dit opzicht in West-Friesland nog veel te genieten valt, zal u vooral door vreemdelingen worden verteld.

Eén van de dingen, waarin het gewest West-Friesland zich mag verheugen is, dat de voortschrijding van de landschappelijke en culturele nivellering hier minder sterk is dan in vele andere streken van ons land. De oudere pioniers in de strijd om het behoud van de schoonheid van dit gewest mogen dan niet tevreden zijn met de gang van zaken, ik moge u dan troosten met de wellicht enigszins negatieve verzekering, dat het in de meeste streken van ons land véél en véél erger is.

Er is hier veel verdwenen of in zijn nadeel veranderd, dat valt niet te ontkennen. Doch in verhouding is hier lang niet zoveel bedorven dan bijvoorbeeld in datgene wat men de "randstad Holland" noemt. In grote trekken is hier het landschap gaaf gebleven en excessen van enige betekenis zou ik niet kunnen opnoemen.
Dit is naar mijn mening mede het gevolg van het betrekkelijke isolement. Wij kennen hier niet het begrip "forens". Wie hier zijn middel van bestaan niet heeft, gaat zich hier niet vestigen. Hij, die hier geboren en getogen is, gaat hier ongaarne vandaan. Wij kennen hier niet de overwoekering van bewoners, welke niet hier hun bestaan hebben en die van het landschap bezit nemen zonder daarmee enig verband te hebben, een verschijnsel, waardoor bijvoorbeeld het Gooi als regionale gemeenschap eigenlijk niet meer bestaat.

Evenmin kennen wij hier de enorm uitgegroeide industriële nederzettingen met hun aanhang, die thans bijvoorbeeld het Kennemerland geheel van structuur en karakter doen veranderen.

Al deze problemen kennen wij hier practisch niet. Zouden deze zich wel voordoen, dan rest ons weinig anders dan datgene wat ons thans voor ogen staat als hopeloos op te geven.

Zoals de zaken thans staan, is er alle aanleiding om ons in te spannen om van West-Friesland en zijn karakter te behouden wat mogelijk is en om te trachten het toekomstige West-Friesland de schoonheid en de waardigheid te geven, die het ook in het verleden zo kenmerkte. Wij moeten trachten te bereiken, dat er goede beplantingen komen, dat de Westfriese kleuren in onze bebouwingen weer de toepassingen van voorheen vinden, dat dit fraaie gewest niet bedolven wordt onder de eenheidsbouwsels, waarmede men het probleem der volkshuisvesting hoopt op te lossen. Wij zullen stelling moeten nemen tegen ontsierende en opdringerige reclame; de bruggen, landhekken en andere obstakels in dit vlakke land zullen zich beter aan moeten passen en met meer liefde moeten worden verzorgd. Het dorpscafé en het stadshotel zal niet een protserige tent, doch een rustpunt voor de ontspanning zoekende geest en een waardige pleisterplaats voor de hongerige maag en de dorstige keel moeten zijn. Onze dorpen en steden moeten geen asphaltparadijzen of basaltinehemels zijn, doch er moet plaats zijn voor groen en bloemen.

En zorg vooral voor de jeugd! Juist hier in deze omgeving, waar de cultuurgrond zo kostbaar is, loopt men gevaar om deze materiële omstandigheid te veel op de voorgrond te plaatsen. Wanneer er ergens een stukje grond is zo groot als een tafellaken, dan komt er prikkeldraad omheen en een koe er op. Wat is er te verwachten van eerbied bij de jeugd voor natuur en landschapsschoon, wanneer er voor hen geen plekje open blijft om zich op een gezonde en veilige manier te ontspannen? Wij moeten niet vergeten, dat de jeugd van thans in de toekomst de zorg voor West-Friesland zal moeten overnemen!

 


Hé, is dat Westfries?

646. Over de benoeming van die ambtenaar heb ik niks te kerdiezen (niets over te zeggen of te beslissen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.