Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1968 » Pagina 7-8

De Wieringermeer (1/14)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 35e bundel, pagina 7-34.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1968.
Auteur: Ir. L. R. Dijkema.

De inpoldering van de Wieringermeer vormt het eerste deel van de uitvoering van het grote nationale project van de afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee, waartoe bij de wet van 14 juni 1918 werd besloten. De Zuiderzeewerken vormden het begin van een nieuwe ontwikkeling in de geschiedenis van het inpolderen en droogleggen van gronden in ons land.
Tot ver in de 19de eeuw werd zowel het droogleggen als het in cultuur brengen van nieuwe polders overgelaten aan het particulier initiatief (groot-grondbezitters, kooplieden, bankiers etc.). En hoewel het uiteindelijk resultaat vrijwel altijd gunstig is geweest voor de welvaart van ons land, werd dit veelal pas bereikt na een langdurige lijdensweg. Zo ontstond het bekende rijmpje: 'de eerste (boer) werkt zich dood, de tweede lijdt nood, de derde verdient er zijn brood'. De gang van zaken in de Haarlemmermeer heeft hiervan een treffend voorbeeld gegeven.
Mede om dergelijke toestanden in de Zuiderzeepolders te voorkomen, besloot de regering dat niet alleen de afsluiting en de inpoldering voor rekening van de staat moesten worden uitgevoerd, maar dat ook na het droogvallen de verkaveling der gewonnen gronden, de wegenaanleg, de stichting van woonkernen en de kolonisatie niet aan het particulier initiatief zouden worden overgelaten. Dit heeft er toe geleid, dat door de minister van waterstaat de uitvoering van de werkzaamheden voor de Wieringermeer werd opgedragen aan twee diensten: de 'Dienst der Zuiderzeewerken', die in 1919 reeds was ingesteld en waaraan ook het maken van de Afsluitdijk was opgedragen en de 'Dienst voor het in cultuur brengen van de in de Wieringermeerpolder drooggevallen gronden', kortweg 'Wieringermeerdirectie' genoemd, die werd ingesteld in 1930.

De Wieringermeer, een rijke polder
De Wieringermeer, een rijke polder

De dienst der Zuiderzeewerken verzorgde het eigenlijke inpolderingswerk, omvattende het bouwen der dijken, gemalen en sluizen en het maken van kanalen, tochten, sloten, wegen en bruggen, met de aansluitingen op het oude land. De Wieringermeerdirectie had tot taak het in cultuur brengen en de sociaal-economische opbouw van de polder, te verdelen in de volgende onderdelen:

a. het onderzoek der gronden en proefnemingen.
b. het ontginnen en in cultuur brengen van de gronden.
c. het uitgeven der gronden.
d. het stichten van dorpskernen, alsmede van boerderijen en woningen buiten de dorpen.
e. het treffen van sociale voorzieningen.

Het begon in Andijk

Dat de zaken door de betreffende diensten inderdaad bijzonder serieus werden aangepakt, moge blijken uit het feit, dat men, alvorens aan de Wieringermeer te beginnen, eerst in 1927 een 'proefpolder' ging droogleggen. Deze Andijker proefpolder, van ongeveer 40 ha, bood een prachtige gelegenheid om verkenningen te verrichten op het gebied van ontwatering, bodemrijping, ontzilting, microbiologie, gewassenkeuze, bemesting en grondbewerking. Zo werd het mogelijk om voor het in cultuur brengen van de Wieringermeer de meest doelmatige werkwijze te vinden.

Voor de eerste keer droog in 1930

In de jaren 1927-1929 werden de dijken gebouwd, waarna de inmiddels gereed gekomen gemalen: 'Lely' (bij Medemblik) en 'Leemans' (bij Den Oever), in 6½ maand de polder hebben leeggepompt. Op 21 augustus 1930 was de Wieringermeer droog. Een areaal van 20.000 ha zeebodem lag gereed, om te worden omgevormd tot een modern landbouwgebied.

De bodemgesteldheid

De bodem van de Wieringermeer ligt gemiddeld op ongeveer 3½ m - N.A.P., variërend van ca. 1 m - N.A.P. ten Zuiden van Wieringen tot ca. 5½ m - N.A.P. even ten Noorden van Medemblik. Door de wijze waarop de Wieringermeer werd gevormd, is haar bodemgesteldheid mihder gelijkmatig dan die van de meeste polders. De grondsoort variëert van zware klei ('Oude zeeklei') tot grof zand ('Jong zeezand'). Dit grove zand heeft zich onder invloed van de getijbewegingen van het zeewater voornamelijk afgezet in het noordwesten en noorden van de polder, dus ten zuiden van Wieringen. De zwaarste gronden liggen in hoofdzaak in het zuidelijk en westelijk deel, benevens in een brede strook ongeveer in het midden van de polder in de oostelijke helft. Tussen deze zwaardere gedeelten liggen de zavelgronden en het kleihoudend zand. Vooral in de zwaardere gedeelten draagt de bodem de kenmerken van de getijdewerking. De bodemkundige bouwvoorkaart vertoont een grillig beeld van opgevulde stroomgeulen (zand) in wad- of kwelderafzettingen. Op dezelfde kavel (20 ha) komen dan ook heel vaak zeer verschillende grondsoorten naast elkaar voor.

 


Hé, is dat Westfries?

405. Ik ben bij m'n zus op de zuikerstikken geweest (op kraamvisite).
Stik (boterham). Stik-eten (brood-eten).
Stikkebordje (boterhambordje).
Stikkebuul (broodzak).
Hij blijft op stikken (hij blijft over, met brood). Gastestikken (extra lekkere boterhammen als voor gasten).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.