Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » WFON » 1968 » Pagina 39-40

Pionieren in de Wieringermeer (3/5)

Deze arbeiders werden in de Wieringermeer bij sloot- en greppelwerk ingeschakeld, maar op een lager uurloon. Uit ontevredenheid daarover legden ze het werk neer en trokken in grote getale met hun vrouwen, met een rode vlag voorop van De Haukes de polder in. Ze wilden proberen de arbeiders, die al in de polder werkzaam waren mee te krijgen in hun demonstratie voor hoger loon. Bij een toegangsdam, ongeveer 500 m in de polder, werden ze door de politie tegengehouden. Ze probeerden verder op te dringen, maar toen de politie hen schrik aanjoeg door schoten in de lucht, verdwenen de vrouwen, door de mannen gevolgd. Een groep stakende arbeiders was echter, ongezien, door een droog kanaal gekomen bij de groep arbeiders die bij de boerderij De Eerste bezig was kunstmest te zaaien. Ze dreven ze, dreigende met knuppels, het land uit met achterlaten van de machines. 's Avonds werden we onder politiebegeleiding naar huis gebracht en de volgende morgen weer gehaald. Drie dagen lang werd er eveneens onder bescherming van de politie gewerkt, daarna werden we verder met rust gelaten.

In de eerste jaren is er steeds verschil van mening geweest tussen de waterbouwkundige en de landbouwkundige ambtenaren; ook de ontginningsambtenaren, belast met het graven van sloten en greppels, hadden weinig waardering voor degenen die werkzaam waren bij de Cultuurmaatschappij. De groep mensen, waarover ik als eerste bedrijfsboer de leiding had, kwam uit negen verschillende provincies; het waren landarbeiders, die beschikten over een goed getuigschrift, boerenzoons met praktijkervaring en jonge boeren, die door de crisis hun bedrijf hadden moeten verlaten: een mengelmoes van landaard uit velerlei milieu. Maar ik denk nog met groot plezier aan die tijd, want we waren allen gelijk: arm, maar jong en vol energie. Het was voor ons allemaal nieuw en vreemd. Er groeide snel een eenheid, het onmogelijke werd mogelijk, nietkunnen bestond niet en wat gedaan moest worden werd gedaan. Kort voor de paasdagen van 1931 waren percelen, die niet met rogge waren ingezaaid, tegen het stuiven met grasmengsel ingezaaid. Een harde wind droogde het land uit, zand- en stofwolken maakten het werken onmogelijk. De tractoren werden onder kleden gezet en we verlieten de polder, daar verder werken onmogelijk was. Toen we na de feestdagen terugkwamen in de polder stonden we verstomd. Kunstmest en graszaad waren met het zand van de velden in sloten en greppels gewaaid, het land was een vlakke woestenij. Met man en macht werd gewerkt om de schade te herstellen en op de zandvlakte van de Kooltuinen werd, met een verbouwde oorlogstank door middel van een vijzel, kleihoudende grond onder de twee meter dikke zandlaag naar boven gewerkt. Zo werd het verstuiven voorkomen en een enigszins vruchtbaar laagje verkregen, geschikt voor het zaaien van gewassen. Deze tank zakte vele malen diep weg, waardoor het werk soms dagen werd onderbroken.
Een adjunct-inspecteur moest de vordering van het werk dagelijks controleren. Eens, terugkerend van deze inspectie, gleed hij op een plank uit en kwam in een met modder opgevulde oude vaargeul terecht. Hij kroop weer op de plank en zwaaide naar ons, aan de overkant van het kanaal, om hem te halen. Toen we met de boot bij hem waren, stapte hij er niet in, maar hield al zwemmende de boot van achteren vast om zo de meeste modder kwijt te raken. Toen we bij de wal waren gekomen, stapte hij op zijn Harley-Davidsonmotor en reed snel naar zijn huis in Schagen.
Nergens waren toen nog bruggen of pontveren. Voor de arbeiders, die steeds dieper in de polder moesten werken, waren vlotten beschikbaar, geschikt om ten hoogste zes arbeiders te vervoeren. Deze vlotten waren met een lange ketting aan beide oevers verbonden, waardoor het mogelijk was het vlot van beide kanten te bedienen. Het was 's morgens meestal dringen om met zo'n vlot over te komen om tijdig op het werk te verschijnen. Bij overbelasting, dus met meer dan zes man op een vlot, bestond de kans dat het kapseisde. Het is gebeurd, dat enige arbeiders niet op het werk verschenen. Na controle bleek dat ze het kamp wel hadden verlaten. Ze werden gevonden, rechtopstaande in de modderbodem van het kanaal. Ze waren van het vlot geraakt, de lieslaarzen, die ze al in het kamp hadden aangetrokken, waren vol water gelopen en ze waren daardoor niet in staat geweest zichzelf te redden. Het was mijn taak ze naar hun woonplaats te brengen of in ieder geval hun transport te verzorgen.

Een leuker opdracht was het een jonge schooljuffrouw naar een pas gereedgekomen woning in Slootdorp te verhuizen. Haar huisraad werd, via Wieringen, aangevoerd tot de boerderij De Eerste. Er was geen weg en ook geen brug over het kanaal bij Slootdorp. We legden een rivierpont, waarover ik de beschikking had, dwars in het kanaal met een oprijklep gedeeltelijk op een daarvoor klaargemaakte oprit. We haalden de verhuiswagen met behulp van een rupstractor op de pont, hoe weinig zin de chauffeur ook in deze operatie had. Het was onze bedoeling geweest bij aankomst in Slootdorp de verhuiswagen van de pont naar de woning te trekken, maar de chauffeur weigerde de pont te verlaten. Het vervoer van het meubilair naar de woning nam toen een enorme tijd in beslag.

 


Hé, is dat Westfries?

305. Als er sneeuw of ijs is, halen de kinderen de toog (prikslee) van de zolder.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.