Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » WFON » 1968 » Pagina 41-42

Pionieren in de Wieringermeer (4/5)

Bij de terugkeer zakte de wagen door het ongeduld van de chauffeur tot de assen in de modder en het heeft ons uren gekost voordat we de lege verhuiswagen weer op vaste grond hadden en de chauffeur een goede thuisreis konden wensen.

Na de vlotten kwamen de eerste pontveren
Na de vlotten kwamen de eerste pontveren

Juffrouw Van Harlingen kreeg de helft van een dubbele woning als woonhuis en de andere helft als schoollokaal, waarin de kinderen van de weinige gezinnen die al in Slootdorp woonden, onderwijs kregen. Tegelijkertijd werd een hulppostkantoor geopend onder beheer van de familie Theunissen.
Ons eerste bedrijfsgebouw bestond uit een kap van golfplaten op ijzeren spanten, dat aan alle kanten open was. Met behulp van pakken stro hebben we deze schuur van wanden voorzien om wat luwte en onderdak te hebben. Toen het stro, dat per schip uit Drente kwam, werd uitgeladen, sprongen de ratten van boord en ondanks alle moeite is het niet gelukt ze uit te roeien. Het uiterlijk van het gebouw was niet fraai en vele bezoekers vonden het bespottelijk. Dat is een belangrijke reden geweest waarom de kap spoedig van een houten wand en grote schuifdeuren werd voorzien. Ik had intussen handen vol werk, want het gewas groeide, steeds meer terreinen werden begaanbaar, fietspaden werden aangelegd met behulp van hoogovenslakken en nieuwe werkkrachten kwamen zich bij me melden. Sommigen kwamen met hoed en overjas, in de veronderstelling dat ze toezicht en leiding zouden moeten geven. En soms beriepen ze zich op beloften van de directie. Ik probeerde hen te overtuigen dat we samen vanuit de modder met alles moesten beginnen om ervan te maken wat ervan te maken was, voor een loon van 35 ct per uur. Een man uit Friesland kwam drie dagen achter elkaar in een nieuw manchester pak. De vierde dag heb ik hem de keus gegeven tussen direct kunstmest zaaien of de polder uit. Hij is gebleven en heeft er een grote zaak opgebouwd. Zo ging het velen, we werden gegrepen door het nieuwe, we zagen de ruimte, ruimte voor ons allen. Er werd weinig gepraat over wat we achter hadden gelaten, ieder begon opnieuw. Langzamerhand kon ik taken verdelen - tractors besturen, kunstmest zaaien, graszaad zaaien - en alles begon normaal te lopen. Ik kende alle werkers en zette ze daar in, waarvoor ze het meest geschikt waren. Ieder deed zijn best en ik had met niemand moeite. Behalve een steeds groeiend aantal werkers had ik machines en gereedschap onder mijn beheer en een opslagmagazijn met kunstmest, zaaizaad en tractorbrandstof. De omvangrijke administratie, die dit meebracht, voerde ik in het begin maar op mijn eigen manier; later kreeg ik hiervoor richtlijnen. In een kamer van een woonhuis werd het werk elke morgen doorgepraat, later kwam er voldoende vergaderruimte om wekelijks met alle bedrijfsboeren het hele dienstverband te bespreken. Want inmiddels was er 10.000 ha in exploitatie. De directie organiseerde cursussen in motor- en werktuigkennis. Zondags werden er kerkdiensten gehouden in de recreatiezaal van de arbeiderskampen, waarbij met ieders overtuiging rekening werd gehouden.
En zo groeiden de eerste werkers-bewoners tot een gemeenschap.

Het in gebruik nemen van de eerste Hervormde en Rooms-Katholieke kerk bracht aanvankelijk geen enkele verandering. Er was een gemeenschappelijke school en toen ook Middenmeer bewoond was, werden op de verjaardag van onze koningin de kinderen van Middenmeer op versierde vaartuigen naar Slootdorp gevaren met het doel: 'Eén polder, één feest'. Zo is het ook gebeurd onder gezamenlijke leiding van dominee, pastoor en onderwijzend personeel. De pioniers richtten een boerenleenbank op en allen werden lid; we richtten een coöperatieve verkoopvereniging op met het doel voor de toekomstige pachters dienstverlenend klaar te staan, alles vanuit de illusie: 'Allen tezamen één'.
Maar het bleek niet te kunnen. Pachters en landarbeiders kwamen uit Groningen, Friesland, Zeeland, Drente en Overijsel en bevolkten de polder, en samen met de middenstanders de dorpen; ieder nam een stukje gemeenschap mee vanwaar hij kwam. Gereformeerden en Rooms-Katholieken stichtten hun eigen kerken, de boerenleenbank kwam tot splitsing.

 


Hé, is dat Westfries?

615. Een paar van die echte brakken (rakkers, deugnieten) van schooljongens hadden m'n fiets opgeknapt. Ik gaf ze 'n bogie ('n pluimpje) en wat bokkeneuten (pinda's, sausjes). Ze gingen bloid (blij) op huis an (naar huis).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.