Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1969 » Pagina 126-127

Op verkenning in de Westfriese taaltuin (3/5)

13. Een zin als: 'Blauw staat (kleurt) je goed' luidt in het Westfries meestal: 'Je stane goed mit blauw'.

14. Combinaties als 'al lopende, rijdende, studerende' enz. komen in het Westfries niet voor. Wèl:
Hoe ben je kommen? Fietsend(e) of loupend(e)?
Je kenne raaiende vort je brood wel opete.
Opmerkelijk:
     Nei dat regentje benne de plantjes ophale heengaan
     Hai ging loupe heen.
          Hai ging groeie heen.

15. 'Dat' komt in het Westfries dikwijls voor als voegwoordelijk bijwoord met de betekenis van 'dus' of 'zodat'.
Voorbeelden:
Hai was niet thuis, dat ik hew 'm niet sproken vanzelf.
     'We krege zo'n houp kallefsvleis, dat achternei was de zaad erin'. (waren we over verzadigd). (W.O.N. 7, 93)
Karsten vermeldt alleen de combinatie 'dat toe' (pag. 170):
'Hai was niet thuis dat toe ben ik maar weer weggaan'.
Behalve 'dat toe' trof ik enkele malen ook de combinaties 'toe dat' (toen) en 'nei toe' (nadat) aan:
'Maar ô semaaie, toe dat ie 'm ans1uite wou bai 'n koppeltje joôs ...' (W.O.N. 32, 49)
'Effen nei toe 'm 't zakie uitloid was' (W.O.N. 1, 55)

16. 'Dat' komt in het Westfries dikwijls voor ter afwisseling van het voegwoord 'toen':
'dat we ankwamme, zat de hele troep nag in buiten'.
'Net dat(te) we weggaan zouwe, begon 't te (h)ôzen'. (Vgl. La. 496)
Opmerkelijk is weer, dat in de geschreven Westfriese bronnen zowel het onder 15 als onder 16 vermelde 'dat' zo zelden gebruikt wordt.
(vgl. de opmerking ad. 7; zie echter Daan, 'Taal en Tongval' IX ( 1959) 121-125)

17. Het gebruik van 'al' in de betekenis van als, wanneer of indien is in het Westfries nog zeer algemeen.
(vgl. La. 495; ter aanvulling diene, dat dit 'al' niet alleen bijzinnen van tijd inleidt, maar vooral bijzinnen van voorwaarde)
(Zie ook J. de Rooy. Als - of - dat (1965),53-54).
Voorbeelden:
     Al regent 't, den bloive we thuis vanzelf.
     Al hew je je huiswerk of, den mag je tillevisie koike.
     Al is 't twaalf uur, den luidt altoid de klok.

Ook t.a.v. deze typische 'al-zinnen' moet ik opmerken, dat ze in de geschreven bronnen zelden voorkomen.
Het is trouwens moeilijk een vaste regel te vinden voor dit gebruik van 'al'. De Westfries bedient zich zowel van 'as' als van 'al'.
     As je weggane, moet je 't licht uitdoen.
     Al gaan je weg, den moet je 't licht uitdoen.
Wel is mij opgevallen dat in sterk geaccentueerde bijzinnen bijna uitsluitend 'as' gebruikt wordt.
b.v. Nou goed, às je 't den ok maar doene.

18. Merkwaardige constructies als:
     'Moin die joôn' (mijn zoon, jongen of die zoon van mij)
     'Jou(w) die koe' (jouw koe of die koe van jou)
zijn ook gesignaleerd door de heer Langedijk (La 489). Naast het door hem vermelde voorbeeld 'Zoin die koe' zou ik willen noemen 'Hem ze koe' (=Zijn koe of die koe van hem), hoewel in laatst genoemde constructie het bezittelijk voornaamwoord 'ze' het aanwijzend vervangt. Ik meen, dat genoemde constructies bijna uitsluitend gebezigd worden, wanneer het bezittelijk voornaamwoord sterk beklemtoond wordt. Een zeer merkwaardige vorm, opgevangen tijdens een gesprek, wil ik u niet onthouden:
     'Op de wurf van nou Jan 'es huis stinge vroeger pereboume'
(vgl. Op het erf van het huis waarin Jan nu woont)
Dit laatste voorbeeld kan m.i. ook opgevat worden als een wat gebrekkige formulering, m.a.w. het behoeft geen algemeen Westfries te zijn.

19. Merkwaardige 'omkeringen':
     Ik hew nag 'n rijksdaalder ien of âref
     (Ik heb nog een of anderhalve rijksdaalder)
     'Hai gaat voor 'n week ien of twei te warskip' (W.O.N. 13,187)
     'Hoe het V.V.W. 't maakt?' 'Geloike twei'

20. Een apart hoofdstuk vormen de Westfriese tijdsbepalingen. Enkele van de interessante zijn:
Ankomde week over (= na de volgende week, over twee weken) (zie W.O.N. 9, 127)
Hai is dingesdag 'n week jarig (dinsdag over een week, de volgende week dinsdag)
Ik hew 'm 'n zundeg nag zien (=de afgelopen zondag)
Zes uur (i.p.v. om zes uur) was ie nag niet thuis.
Paser Kermis (i.p.v. met Paser Kermis) moete we te gast.
Een zeer typische zin trof ik aan in W.O.N. 13, 218:
     'Ok mit oôs koejes skômaken hielp Jaap altaid zolder skrobbe'.

 


Hé, is dat Westfries?

832. Dat ambtenaartje is zo'n hennemelker (napluizer, muggenzifter).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.