Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1969 » Pagina 139-142

Openluchtmuseum 'De Zeven Marken' te Schoonoord

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 36e bundel, pagina 140-145.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1969.

Te gast bij ons Genootschap

Het dorp Schoonoord, gelegen in het midden van de oude provincie Drente heeft slechts een geschiedenis van ruim een eeuw. In het midden van de vorige eeuw nl. werd door enige ondernemende lieden de gedachte uitgewerkt om de grote vijand van Drente - het water - te bestrijden. Het ontbreken van kanalen had het veengebied altijd een grote wateroverlast bezorgd. Om deze reden en ook om belegging te scheppen voor besdhikbaar kapitaal besloten de aannemers Jasper Klijn te Assen, de gebroeders Goedkoop te Amsterdam, A. A. Visser Kzn. te Sliedrecht en Pieter Langeveld te Hardinxveld in juli van het jaar 1852 een brochure tot het publiek te richten voor een 'Plan tot oprigting ener Drenthsche Veen- en Kanaal Maatschappij'.
Dit plan heeft succes gehad, want in 1854 was reeds een gedeelte van het geprojecteerde kanaal gereed gekomen en feestelijk geopend. Bij die gelegenheid werd met toestemming van koning Willem III het kanaal de naam gegeven van 'Oranjekanaal'. Het is niet verwonderlijk, dat Cornelis Pijnacker in 1634 bij het tekenen van zijn kaart van de provincie Drente op het middengedeelte een grote vlakte heeft aangegeven met de simpele aanduiding erbij, dat daar het 'Ellertvelt' lag. Een gebied dat door de eeuwen heen weinig verandering had ondergaan totdat het Oranjekanaal werd gegraven. Met het kanaal ontstond ter plaatse het dorp Schoonoord, dat in 1954 zijn honderdjarig bestaan heeft gevierd, ter gelegenheid waarvan het openluchtmuseum 'de Zeven Marken' 1) tot stand kwam.
Dit museum, dat in 1968 115.000 bezoekers trok, is niet als zodanig gesticht, maar is als het ware een overblijfsel van de eeuwfeestviering van Schoonoord toen men de bezoekers een indruk wilde geven van de historie van dit deel van Drente. In 1956 werd een stichting in het leven geroepen, die de exploitatie van de initiatiefnemers overnam.

Plaggehut

Bij de ingang van het museum staan twee houten reuzen, die de sagefiguren Ellert en Brammert voorstellen, die volgens de overlevering Drente destijds als rovers onveilig hebben gemaakt. 2)
Bij het betreden van het museumterrein wordt de aandacht getrokken door een aantal plaggehutten. Deze hutten, verschillend van vorm en inrichting, liggen verspreid op het terrein, zoals zij destijds ook in werkelijkheid hun plaats hebben gevonden in de veengebieden.

Volgens onze begrippen heersten in deze gebieden verre van ideale woontoestanden. De hutten, gedeeltelijk in de grond aangebraoht en van minimale afmetingen, voldoen in geen enkel geval ook maar aan enige eis. Het gezinsleven speelde zich af in slechts één miniem vertrekje, men nam alleen genoegen met onderdak en was verstoken van enig comfort. Wanneer de daarvoor benodigde ruimte te klein werd, werd veelal slaapgelegenheid gevonden bij de geiten, die in het aohtergedeelte van de keet stonden. In het uiterste geval werd overgegaan tot de bouw van een nieuwe woongelegenheid. Dit geschiedde niet altijd op legale wijze. Een ongeschreven wet hier en elders in het veen was, dat wanneer het iemand gelukte om zijn bouwsel zover te krijgen, dat er rook uit de schoorsteen (veelal gemaakt van een ton) kwam, het de grondeigenaar niet meer was toegestaan hem te verwijderen of de hut af te breken.

De hutten werden meestal van plaggen, het materiaal dat altijd voorhanden was, gemaakt. Was men in iets betere doen dan verrees een gedeeltelijk houten of stenen bouwsel. Oak deze zijn in het museum te zien.
De gebondenheid, die de samenleving in het veengebied kenmerkte, kwam ook tot uitdrukking in het werk, dat men verrichtte. Praktisch de gehele bevolking - en niet alleen de mannen - werkte in het veen. Lieten de weersomstandigheden dat niet toe dan kon men soms nog 30 à 35 cent verdienen met keienkloppen. Deze keien, die in grote hoeveelheden in de omgeving waren te vinden, werden, nadat zij stukgeklopt waren, gebruikt als verhardingsmateriaal voor de zandwegen.

Ronddolende over het terrein komt men onwillekeurig onder de indruk van de wel zeer primitieve en moeilijke omstandigheden waaronder de mensen toen hebben moeten leven. De lange werkdagen, van 4 uur 's nachts tot 's avonds laat, lieten weinig tijd voor rust. De beperkte gelegenheid om te 'relaxen' vond men o.a. ineen herberg-boerderij, een bedrijfscombinatie, die toen noodzakelijk was op het platteland. Ook op het museumterrein wordt de gelegenheid geboden kennis te maken met een herberg-boerderij uit vroeger tijden en te genieten van de intieme, rustige sfeer. Geen helverlichte lokaliteit, maar een ietwat schemerige atmosfeer, zoals die in de rust van die tijd paste. 3)

Het zou in het bestek van dit artikel te ver voeren alle bezienswaardigheden van het museum op te sommen. Wel willen wij nog even vermelden de schaapskooi met Drentse schapen nabij de ingang. Ook in dit opzicht is er veel veranderd in d'Olde Lantsdhap. De komst van de kunstmest, die het niet langer noodzakelijk maakte, dat schapen het stukje grond van de eigenaar bemestten, heeft de schapen in deze provincie sporadisch gemaakt.
'De Zeven Marken' kent ook een geologische verzameling. Hierin is een uitgebreid assortiment gesteenten te zien, dat in de laatste ijstijd uit Scandinavië door het landijs naar deze streken is vervoerd. Bij deze collectie treft men eveneens veel dieren- en plantenfossielen van uiteenlopende ouderdom aan. Daarnaast is een kleine collectie gebruiksvoorwerpen aanwezig uit het stenen tijdperk, waaronder de zeer primitieve artefacten van de zgn. Rendierjagers, terwijl eveneens genoemd moet worden de waardevolle oude penning- en muntenverzameling.

Bij de openstelling van het museum in het vorige seizoen is een lang gekoesterde wens van het bestuur in vervulling gegaan, t.w. een kinderboerderij op het terrein. Bij de boerderij behoren nog een volière en een vijver, terwijl in de boerderij een groot aantal bij het Drentse volksleven van toen behorende voorwerpen bijzondere aandaoht verdient.
Het aantal bezoekers van het openluchtmuseum te Schoonoord vertoont een sterk stijgende lijn. Waren er in 1957 na de opening 4000, dit aantal steeg in 1962 tot 35.000, in 1965 tot 82.000 en - zoals vermeld - in 1968 tot 115.000, waardoor dit museum tot een van de meest bezochte behoort.
Uit de grote belangstelling voor 'De Zeven Marken' mag de conclusie worden getrokken, dat het bestuur van deze stichting trots mag zijn op het genomen initiatief. Het openluohtmuseum in Schoonoord is een bezoek meer dan waard.

Schoonoord, 1969

Noten
1) Een marke was een gemeenschappelijk grondbezit. De marke-boeren hadden een bepaald aandeel hierin. Nabij Schoonoord grensden zeven marken aan elkaar.
2) In 'De bijl in de baanderboom' - no. 4 van jrg. XII van Neerlands Volksleven is een uitvoerige beschrijving opgenomen van Ellert en Brammert.
3) Omtrent de leefwijze in het dorp Schoonoord van die tijd moge de belangstellende lezer verwezen worden naar 'Hoe het groeide op het Ellertsveld', een uitgave van drukkerij 'Torenlaan' te Assen ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van genoemd dorp.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.