Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1973 » Pagina 163-165

Waterschapswereld, rijk aan tradities, wankelt in moderne tijd

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 40e bundel, pagina 163-165.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1973.
Auteur: Mr. P. S. Winkel.

Mr. P. S. Winkel

De tijden van weleer en de omstandigheden waaronder men vroeger leefde zijn vergeten; daarover kan gelezen worden in de oude geschriften van de waterschappen, die nu in de archieven rusten. Want, wie denkt nu nog na over het jaar 1675, toen op 1 november een harde stormwind vanuit het noordwesten opstak, die de dijk bij Medemblik zo hevig aantastte dat hij niet meer kon worden behouden, terwijl een dag of drie daarna de dijk ten westen van Hoorn (voorbij Scharwoude) in de nacht doorbrak, waardoor de inwoners van de Veenhoperkogge, zo genoemd omdat de landerijen ten westen van Hoorn van een lichte substantie veen waren, het droeve noodlot ondergingen van het scheuren van de dijk, waar een zeer grote en diepe opening in ontstond, overstroming, armoede en ellende veroorzakende?
In die jaren waren Drechterland en de Vier Noorder Koggen de twee ambachten van West-Friesland die het meest van stormen en watervloeden te lijden hadden, zodat veel beesten of verdronken, of door armoede voor een geringe prijs moesten worden verkocht. De geslagen dijken moesten onophoudelijk worden gedicht: dat kostte tonnen gouds, op te brengen door de ingelanden.
Er heerste veel armoede daardoor.
In vroeger tijden werkte men met grote zorg en ijver aan de Westfriese bedijking, om het water en merenrijke binnenland te behouden en te beschutten tegen het door vele en talloze stormwinden aangewakkerde water, wat telkens weer mislukte omdat de wijze waarop men in vroeger tijden bedijkte, niet afdoende was voor de vele stormvloeden.
Wie denkt overigens nu nog terug aan de tijden toen de machtige Dijkgraaf en de Heemraden de dijken kwamen schouwen naar het dijkonderhoud en boeten oplegden of een geheel dorp belastten met de verbetering van hun dijk?
Of over het aanleggen van een weg om de last van vreemde wateren tegen te gaan, te maken en te houden 'van den Seedijck', van den 'Driespronck aen Wervershove' en van 'Wervershove voor aen den Swagedijck, ende die Swagedijck sal gaen westwaerts aen den Boeckweer, dat Boeckweer sal gaen suydwaert tot aen die Wijsen ende die twee sluysen die in Boeckweer liggen, sal men toedijcken ende een overtoom legghen daer de Suyderste sluyse nu leght; des sal men die Wysen maecken van den Boeckweer oostwaert aen tot aen den Seedijck'.
Wie herkent nu nog deze wegen, de Zwaagdijk, het Zijdwerk of de Schinkeldijk, die nu 'de last om vreemde wateren te keren' niet meer behoeven te dragen?
Wie weet nog van de door paarden getrokken koetsen, waarin het College van Hoofdingelanden schouw ging drijven over dijken, wegen en wateren, vermoeid des namiddags van hunne tochten terugkerende in de 'huizen' van Drechterland of de Vier Noorder Koggen, maar niet te vermoeid om zich het vele geestrijke vocht goed te laten smaken en zich daarna aan den maaltijd te 'zetten' voor het tot zich nemen van maaltijden, zo groots en vol afwisseling samengesteld, dat een diepe slaap - ter plaatse - in kleine slaapvertrekken, onverwarmd, er wel op moest volgen; soms rauw verstoord door het vechten der koetsiers, die ook gelaafd en gespijsd in de gewelven naar hartelust aan het vechten sloegen, luid misbaar makende.
Nog lange tijd door werd er zo geschouwd, gereden en gegeten, maar de koetsen en de paarden verdwenen; er kwamen snellere vervoermiddelen; de maaltijden bleven, men zat nog steeds aan de disch, waarbij fonkelende bokalen, geschikt voor goede wijn, en de drietand of de hoorn des overvloeds, waarin veel wijn die de nieuw benoemde Hoofdingeland moest drinken - in een teug - niet ontbraken.
De hoofdingeland werd ingewijd in de geheimen van het waterschapswezen: de daartoe zo opzettelijk geconstrueerde eretekenen, met een lint om de hals gehangen, lieten, wanneer niet op de juiste wijze ter hand genomen, de wijn rijkelijk vloeien over de kleding; zo wijdde men in.
Weer veranderen de tijden, want de overnachtingen bleven achterwege, men spoedde zich, minder rijkelijk beladen dan weleer, des avonds huiswaarts, aldaar vreemde gesprekken voerende met de huisvrouwen klagende - ter verontschuldiging - over de strafbekers, goed gevuld met wijn - in één teug te ledigen - die de Dijkgraaf, kras aan tafel regerende, uitdeelde aan hen die de sinds eeuwen bestaande tafelwetten en tafelgebruiken overtraden.
Dit alles zal vervagen in de loop der snelle tijden; misschien zal nog een flits der historie behouden blijven, misschien nog de maaltijd, onder de aloude tafelwetten, waarbij de concierge, omhangen met de ketting, waaraan het wapen van het Waterschap, rondhep, naarstig spiedend en het oog van de Dijkgraaf volgend, zilveren bokalen (of van kostbaar kristal) aandragende.
Misschien blijven de luisterrijke vergaderzalen van het Koggehuis en het Drechterlandse Huis nog in hun vroegere statige historische tooi en de wanden bekleed met aloude kaarten van andere waterschappen of aloude prenten en schilderijen.
Misschien, want de tijden hebben zich gekeerd tegen dit alles, zoals het vroeger ook verging; het oude stroomt weg, wordt vergeten en keert niet meer terug. Men leest dan in de oude geschriften der waterschappen hoe het vroeger was: die rusten in de archieven.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.