Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Westfriese boeken te koop

    Zoeken:

Bibliotheek » WFON » 1976 » Pagina 7-8

Een monument op de Westfriesche Omringdijk

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 43e bundel, pagina 7-8.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1976.
Auteur: Redactie.

1 november 1975

Wie water deert, die water keert. Een aloude zegswijze die in dit land boven het IJ – grotendeels gelegen beneden de zeespiegel – altijd zijn inhoudsvolle betekenis zal blijven behouden. Het feit dat de 126 kilometer lange Westfriesche Omringdijk inmiddels drie eeuwen achtereen al het wind- en watergeweld glorieus heeft weerstaan, is hiervan een zichtbare getuigenis. Op 5 november 1675 brak de waterwolf voor de laatste keer door de Westfriesche Omringdijk heen. Ter herinnering aan dit gebeuren heeft het bestuur van ons genootschap het initiatief genomen om bij de driehonderdste verjaardag van deze ramp de aandacht eens te vestigen op dit bij uitstek Westfriesche monument: mede om al diegenen te eren, die zich vele eeuwen lang hebben ingezet om dit werkstuk van menselijke inspanning, maar niet minder van vernuft en inzicht, in stand te houden.

In overleg met het hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier, dat thans met het beheer en het onderhoud van de dijk is belast, werd een eenvoudig monument ontworpen bestaande uit enige hardstenen flagstones en granietkeien: materiaal waarmee de dijk is opgebouwd. Een eenvoudige zwart granieten plaat brengt West-Friesland in beeld en daarop aangegeven de grote doorbraken in november en december 1675. Het geheel werd vorm gegeven en uitgevoerd door de firma Dapper en Harder te Hoorn. Hoogheemraadschap en enige inliggende waterschappen maakten het geheel financieel haalbaar.

Op 1 november 1975 om 11 uur kwamen de bestuursleden van het Genootschap bijeen in restaurant ‘De Karperput’ aan de IJsselmeerdijk tussen Scharwoude en Schardam om de commissaris van de koningin, mr. F. J. Kranenburg en vele genodigde waterschapsbestuurders welkom te heten. Verkwikt door een kop koffie sprak voorzitter Volkert J. Nobel zijn welkomstwoord, waarna hij de heer Kranenburg uitnodigde het monument officieel te onthullen. Als een lange slang zette de autorij zich in beweging naar het monument op de dijk, ruim één kilometer zuidelijker. Daar werd de Westfriese vlag, die over het monument lag uitgespreid, gehesen door de eerste burger van de provincie. De plechtigheid was sober en eenvoudig, zoals de dijk zelf. Teruggekeerd in de Karperput had de commissaris het gezelschap nog wel het een en ander te vertellen.

Wij menen er goed aan te doen beide toespraken in extenso hier af te drukken; enerzijds om alle leden welke onmogelijk konden worden uitgenodigd, in kennis te stellen van deze aktiviteit van ons Genootschap, anderzijds om dit gebeuren voor alle geïnteresseerden vast te leggen. Bovendien leek het ons goed bij deze gelegenheid tevens eens een tijdgenoot en ooggetuige van de laatste dijkdoorbraak aan het woord te laten om deste beter te beseffen wat de Westfriezen toen en in de jaren daaraan voorafgaande hebben moeten doorstaan. De ‘dienaar Jesu Christi in de Gereformeerde Gemeente tot Hoorn’ Florentius Costerus heeft de impressies en zijn ervaringen in 1675 beschreven, voorafgegaan door een overzicht van vroegere watersnoodrampen in West-Friesland, in zijn boetepredikatie onder de titel ‘Nieuwe Vloek ofte Verhael van Gods oordeelen, Waer mede hy ons in den Jare 1675 heeft besoght’. Hij hield deze preek op 5 januari 1676 toen men dus nog volop in de ellende zat. De tekst vanwaar hij uitging was die van psalm 46, vers 9: ‘Komet, aenschouwet de daden des Heeren, die verwoestingen op aerden aenregt’.

Precies een maand later, op de Dankdag 5 februari 1676, hield hij weer een preek, nu om God te danken: ‘Nieuwe Zegen ofte Verhael van Gods Weldaden, ons in den Jare 1675 bewezen’.

Hieruit blijkt dat men onder gunstige weersomstandigheden er in was geslaagd de dijk op 22 januari 1676 te dichten. Deze twee en vele andere predikatien kan men nalezen in de bundel ‘Nederlandts Vloek en Zegen ofte Vernieude gedachtenisse van Gods Oordeele en Weldaden ... door Florentius Costerus ...’ Hoorn, 1693, aanwezig op het gemeentearchief van Hoorn. Onze aandacht op beide passages, blz. 104-117 en 170-172 werd gevestigd door de aantekeningen van de Andijker historicus Piet Kistemaker sr. Wij laten ze hierna volgen onder de titel ‘Kroniek van de Westfriese Watersnoden’.

De redactie

 


Hé, is dat Westfries?

723. Ik hou niet van z'n konkelefóesies (smoesjes; overdreven beleefdheid, mooipraterij).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2022 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.