Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1994 » Pagina 115-116

Kroniek van een knokploeg in oostelijk West-Friesland (1/12)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 65e bundel, pagina 115-139.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1994.
Auteur: Pieter J. de Vries.

Pieter J. de Vries

Over het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog is al veel geschreven, óók over het verzet in West-Friesland.
De vaak indringende ervaringen, opgedaan bij het ondergrondse werk, hebben, zeker vlak na de oorlog, velen er toe gezet hun belevenissen van zich af te schrijven. Lang niet alles werd in druk uitgegeven. Nog steeds komen er, bij het opruimen van papieren, handgeschreven documenten tevoorschijn. Bij het doorlezen groeit dan het besef dat er nu nog getuigen in leven zijn van deze meest dramatische episode uit onze jongste geschiedenis en dat wat zij weten nu nog vastgelegd kan worden. Over tien jaar is het te laat.

Het hiervolgende artikel vertelt de geschiedenis van één knokploeg in oostelijk West-Friesland. Daarbij kan van volledigheid geen sprake zijn. De meer dan dertig operaties, die met wisselend succes zijn uitgevoerd, worden dan ook niet allemaal beschreven. Soms is geprobeerd de motieven van de leden van de groep te achterhalen. Dat kon het beste door zoveel mogelijk de betrokkenen zelf te laten vertellen. Voor de een bleek het een bewuste keus te zijn om de opgejaagden te helpen, voor een ander was het een geleidelijk accepteren van steeds zwaardere risico's. Enkelen werden door haat gedreven omdat dierbaren het slachtoffer waren geworden, sommigen waren zelf op de vlucht. Ook was er hier en daar sprake van jeugdige overmoed.
Vaak hebben verschillende gesprekspartners verslag gedaan over dezelfde gebeurtenissen. Daardoor konden die zo goed mogelijk gereconstrueerd worden. Opvallend bij vrijwel een ieder was de tegenzin om in een heldenrol geplaatst te worden. Het was meestal "wij" of "hij" of "zij", zelden "ik".

Door het hechte netwerk dat zich geleidelijk binnen het verzet vormde, komen regelmatig personen en groepen buiten de vaste kern van de knokploeg ter sprake. Het was binnen het kader van dit artikel niet mogelijk om ook daarvan de achtergronden uit te diepen. Hopelijk gebeurt dat nog op een andere plaats.

Een dominee komt langs
In het vroege voorjaar van 1943 trok er een persoon door het land die bij velen bekend werd als de ouderling Van Zanten. Het was een tijd waarin langzamerhand alle geledingen van de maatschappij de druk van de bezetter aan den lijve waren gaan ondervinden. Niet alleen meer de joden probeerden de dreiging van deportatie te ontvluchten. Bij hen hadden zich gevoegd de vele werkers die voor de Arbeitseinsatz waren aangewezen en de steeds groter wordende groep verzetsstrijders.
De ouderling Van Zanten, wiens ware naam luidde Frederik of Frits Slornp, was een gereformeerde dominee uit het oosten des lands. Door zijn provocerende preken had hij zich de gramschap van de Duitsers op de hals gehaald; hij moest dus onderduiken. Geconfronteerd met de noden van de vele lotgenoten die zijn pad kruisten was hij met hulp van anderen begonnen om een netwerk van helpers op te bouwen. Zijn vele kerkelijke contacten stonden borg voor een grote groep betrouwbare landgenoten die zich letterlijk geroepen voelden om hun medemens te helpen en de bezetter zo veel mogelijk tegen te werken. Velen van hen waren op de een of andere manier al bezig met verzetsactiviteiten, maar een organisatie die op landelijk niveau kon coördineren bestond nog niet.

De satan moet vallen
Een van de eerste contactpersonen van Slomp was een inwoner van Zeist, Cary Stomp. Slomp en Stomp kenden elkaar uit het christelijke organisatieleven. Cary had een broer Paulus, die ambtenaar was in Enkhuizen. Daardoor ontstond de gedachte om in die plaars een steunpunt in te richten. En zo geviel het dat op een zondag in januari 1943 dominee Slomp, alias de ouderling Van Zanten, alias Frits de Zwerver, op de kansel van de gereformeerde kerk in Enkhuizen predikte over Lucas 10 vers 18: ‘En hij zeide tot hen: Ik zag Satan als een bliksem uit de hemel vallen’. Vers 19: ‘Zie. Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen’.
De volgende dag vond er met enige betrouwbare kerkleden een vergadering plaats in het verenigingsgebouw ‘Pro Rege’. Bij een aantal van de aanwezigen was het plichtsgevoel groter dan de vrees voor de bezetter. Zij besloten mee te werken en daarmee was de eerste officiële afdeling in West-Friesland van de Landelijke Hulp aan Onderduikers opgericht. De organisatie zou bekend worden als de LO.
Al snel bleek dat het werk van de helpers steeds omvangrijker werd. In de eerste jaren van de oorlog was het nog maar een gering aantal mensen dat zich moest verschuilen. Het in bescheiden mate knoeien met distributie bescheiden was vaak al voldoende. Goedwillende ambtenaren ‘vergaten’.het om overledenen uit te schrijven, lieten papieren verdwijnen of vervalsten op kleine schaal hun bestanden. Door een aantal maatregelen van de bezetter groeide in 1943 de schare van onderduikers echter in hoog tempo. Steeds meer arbeiders weigerden om in Duitsland te gaan werken, voor de nog aanwezige joden werd het leven onhoudbaar, militairen moesten zich voor krijgsgevangenschap melden en zeer veel studenten zagen zich gedwongen om het openbare leven vaarwel te zeggen omdat ze geen loyaliteitsverklaring jegens de bezetter wilden tekenen. Velen van de vervolgden doken niet zo zeer onder om tégen de vijand te werken alswel om niet méé te werken; eerder een passieve dan een actieve houding.

Knokploegen
Met de toename van deze ondergrondse gemeenschap werd de behoefte aan adressen, voedsel, kleding, papieren en geld zo groot dat er op andere schaal moest worden gewerkt. Daarvoor werden naast de LO-groepen, die voornamelijk onderduikadressen regelden, de knokploegen, KP's, gevormd. Ze bestonden uit jonge mannen die zelf ook waren ondergedoken of die al eerder betrokken waren bij de hulp aan onderduikers. Allen waren ze sterk gemotiveerd om de vijand tegen te werken.
De taak van de KP's was niet duidelijk omschreven maar onder andere lag hun werk in het vervoer van onderduikers, het bevrijden van gevangenen, het ontvreemden van officiële papieren zoals identiteitsbewijzen, stamkaarten en bonnen en het ‘herverdelen’.van levensmiddelen die voor de Duitsers lagen opgeslagen of die door profiteurs tegen grof geld werden aangeboden.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.