Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Westfries Genootschap » Publicaties » Omringdijk » Actueel » 2011 » 3 maart

De Rustenburger Molens

Bart Slooten

Noord-Holland ligt voor een groot deel beneden de zeespiegel en is daardoor een echte polderprovincie. Al deze polders moeten via kunstmatige weg hun teveel aan water kwijt zien te raken en dat gebeurt meestal door middel van bemaling (en in een beperkt aantal gevallen door lozing via sluisjes op een lager gelegen gebied).

Boezemkaart NH.
Boezemkaart NH (foto Provinciale Waterstaat).

Dat water kan op drie plaatsen worden uitgemalen:
a. rechtstreeks op het buitenwater (Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer of Markermeer);
b. op een andere polder. We spreken dan van een binnenpolder (een polder in een polder dus);
c. in een stelsel van sloten, kanalen en eventueel meren die in open verbinding met elkaar staan en een waterberging op hoger peil vormen voor het uitgemalen polderwater. Dit stelsel van wateren noemen we een boezem. Een groot deel van Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal (het Noorderkwartier) slaat zijn overtollige water uit op een boezem. Verder watert een gedeelte via natuurlijke afstroming af (vnl. duingronden) en malen een aantal polders in oostelijk West-Friesland en de polder Waterland rechtstreeks uit op het buitenwater.

Zo'n boezem loost op zijn beurt weer zijn overtollig water in een hoger gelegen boezem of in het buitenwater (Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer of Markermeer). De lozing van een boezem kan geschieden d.m.v. spuien via sluizen. Dit is mogelijk als het boezempeil (tijdelijk) hoger is als het buitenwaterpeil. (Tijdens eb bijv.). Het kan ook d.m.v. bemaling gebeuren of op beide manieren. In het Noorderkwartier hebben we vier boezems: de Schermerboezem, de Verenigde Raaksmaat- en Niedorperkoggeboezem (meestal kortweg de Raaksmaatboezem genoemd), de Amstelmeerboezem (genoemd naar het Amstelmeer bij Wieringen) en de Schagerkoggeboezem, ieder met een eigen boezempeil. De IJboezem of Noordzeekanaalboezem ligt tussen het Noorderkwartier en het Zuiderkwartier in.

De Schermerboezem loost hier zijn water bij  Den Helder.
De Schermerboezem loost hier zijn water bij Den Helder via sluizen
en het gemaal De Helsdeur op de Waddenzee (foto N. Zander).

De Schagerkoggeboezem is verreweg de kleinste en maalt via een gemaal te Kolhorn uit op Schermerboezem.
De Verenigde Raaksmaat- en Niedorperkoggeboezem maalt met het gemaal De Waakzaamheid te Kolhorn uit op de Amstelmeerboezem die dit en zijn eigen water op zijn beurt weer spuit op de Waddenzee via een groot sluizencomplex bij Oostoever (Den Helder). De Schermerboezem loost zijn water bij Den Helder via sluizen en het gemaal De Helsdeur op de Waddenzee, via het Zaangemaal te Zaandam op de IJ- of Noordzeekanaalboezem en heeft verder nog beperkte lozingsmogelijkheden via een aantal (schut)sluizen op het Markermeer. Dat moet ook wel, want Schermerboezem is verreweg de grootste boezem in het Noorderkwartier.
De IJ- of Noordzeekanaalboezem ontvangt water uit beide delen van Noord-Holland en boezemwater uit delen van Utrecht en Zuid-Holland. Al het water in deze boezem wordt met het grootste gemaal ter wereld bij IJmuiden op de Noordzee afgemalen of bij IJburg (Amsterdam) gespuid op het IJmeer.

De naam zegt het eigenlijk al: Verenigde Raaksmaat- en Niedorperkoggeboezem: vroeger waren dat blijkbaar twee aparte boezems. Dat klopt. In 1941 is in het kader van het West-Friese Kanalenplan een gedeelte van de Raaksmaatboezem bij de Schermerboezem getrokken en is het overblijvende deel verenigd met de Niedorperkoggeboezem door het verwijderen van de sluisdeuren bij het Verlaat (Heerhugowaard). Dit alles om de nieuwe kanalen zoveel nmogelijk op één peil te krijgen en zodoende het (tijdrovende) schutten van de scheepvaart zoveel mogelijk te voorkomen. Een en ander is alleen maar mogelijk als de diverse boezempeilen niet al te veel verschillen met elkaar en dat is ook zo: het hoogste verschil is slechts enkele decimeters.

De biotoop van één van de Rustenburgermolens aan de Westfriese Omringdijk.
De biotoop van één van de Rustenburgermolens aan de
Westfriese Omringdijk wordt onderhanden genomen (foto N. Zander).

De Raaksmaatboezem werd tot 1941 bestuurd door een apart waterschap, geheten Het Ambacht van West-Friesland, genaamd Geestmerambacht. (Overigens niet te verwarren met de polder Geestmerambacht). Dit waterschap beheerde de boezem, enkele kaden en regelde de bemaling van deze boezem op Schermerboezem. Deze situatie was als volgt ontstaan: oorspronkelijk was de verhouding boezemwater-polders zeer gunstig in het gebied van Raaksmaat. De lozing kon op natuurlijke wijze geschieden op het buitenwater bij Aartswoud via de speciaal daarvoor gegraven Langereis 1). Deze lozing was beperkt, maar een teveel aan water kon voor langere tijd gebufferd worden in de meren Heerhugowaard, Schagerwaard of Witsmeer, Wogmeer, Bleekmeer, Schaapskuilmeer en een aantal kleinere wateren.
Toen echter eind zestiende, begin zeventiende eeuw al deze meren werden omgevormd tot polders, verkleinde niet alleen het areaal boezemwater, maar het overblijvende deel werd ook nog eens bezwaard met het water van deze drooggemaakte meren, die dus in plaats van als waterbuffer te fungeren, nu de veel kleinere boezem ook nog eens extra belastten met hun uitgemalen water! De nekslag in die zin werd gegeven door de inpoldering van de Heerhugowaard tussen 1625 en 1631. De oppervlakte boezem werd toen zodanig verkleind, dat het niet meer doenlijk was via de Langereis uitsluitend door spuien het boezemwater kwijt te raken.

Het bestuur van het Ambacht Geestmerambacht eiste daarom met succes een versterking van de lozingsmogelijkheden en die werd gevonden door met de bedijkers van de Heerhugowaard overeenkomsten te sluiten (na enkele gerechtelijke uitspraken) tot het plaatsen van uiteindelijk twaalf molens die de Raaksmaatboezem zouden afmalen op de Schermerboezem. Deze twaalf werden tussen 1627 en 1632 gebouwd: zes molens aan de Zeswielen 2) te Oudorp, twee molens achter dat dorp en vier molens bij Rustenburg. Onder het motto “wie breekt, betaalt” kwamen de kosten van dit alles voor rekening van de bedijkers en hun rechtsopvolger(s). Al deze molens zijn dus tot 1941 krachtens bovengenoemde overeenkomsten onderhouden en in bedrijf gehouden door de polder Heerhugowaard. Het Ambacht bouwde er volgens de laatste overeenkomst op eigen kosten in 1632 nog twee achter Oudorp bij, zodat de bemaling vanaf toen geschiedde door veertien molens 3). In 1895 bouwde het Ambacht (op eigen kosten uiteraard) ter versterking en modernisering van de boezembemaling er nog een schepradstoomgemaal met kolenloods en dienstwoning bij aan het einde van de Langereis bij Aartswoud 4). Dit gemaal werd evenwel pas in werking gesteld, als de molens het niet afkonden. Het was dus een hulp- en reservegemaal.

In 1941 werden er in totaal vier molens gesloopt omdat ze in het tracé van de nieuwe kanalen stonden en de rest werd (heel vooruitstrevend voor die tijd) door de provincie overgenomen om ze als monument in stand te houden 5).
Alle molens waren forse achtkante met riet gedekte binnenkruiers, oorspronkelijk uitgerust met een scheprad maar in de loop der negentiende eeuw allemaal vervijzeld (= omgebouwd tot molen met een vijzel). Zij werden strijkmolens genoemd, omdat zij het water a.h.w. over een geringe hoogte opstreken. In 2010-'11 is de situatie bij de Rustenburger molens voor het oog hersteld: de sloot tussen de Schermerdijk en de molens is een reconstructie van de oude aanvoersloot van de Raaksmaatboezem waaruit de molens het water in de ringvaart tussen de Schermer en de Heerhugowaard maalden. Deze ringvaart behoort tot Schermerboezem, maar is in het kader van genoemd kanalenplan verbreed en verdiept.
De molenbiotoop (d.i. de omgeving van de molens) is aanmerkelijk verbeterd door de kap van veel overtollige opslag, die er van oorsprong niet stond. Al met al is een situatie ontstaan, die de oude van voor 1941 aardig benadert.


NOTEN:
1. Voltooid in 1461.
2. De Zeswielen is geen verwijzing naar de zes molens, maar naar de drie kleine overhalen (overtomen) ieder met twee raderen uitgerust om de vaartuigen over te trekken. Deze drie werden in 1757 door één grotere vervangen.
3. De twee molens van het Ambacht onderscheidden zich van die van de Heerhugowaard door hun geschilderde in plaats van geteerde kappen. In 1688 verbrandde een der molens aan de Zeswielen en is nooit herbouwd, zodat vanaf dat jaar er met dertien molens werd gemalen. In 1919 verspeelde een der molens bij Rustenburg zijn wiekenkruis en werd niet meer hersteld, zodat in de nadagen twaalf molens (en het stoomgemaal) de Raaksmaatboezem op peil hielden.
4. Dit fraaie staaltje van industriële archeologie is nog in 1970 gesloopt na sinds 1959 buiten bedrijf gestaan te hebben. Iets wat in die tijd niet had meer had mogen gebeuren! In Aartswoud is van enkele machineonderdelen een monumentje gemaakt en op de plaats waar het gemaal ooit stond, houdt een infopaneel van het Westfries Genootschap de herinnering aan de uitwateringssluis en het gemaal levendig.
5. Molen A aan de Zeswielen was zorgvuldig gedemonteerd om in het Openluchtmuseum te Arnhem herbouwd te worden, maar hij is in 1944-'45 aldaar door de oorlog in opgeslagen toestand verloren gegaan.

 


Hé, is dat Westfries?

649. Loop je straks even aan: ik heb 'n boskip an je (iets met je te bespreken).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.