Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Westfries Genootschap » Publicaties » Omringdijk » Actueel » 2013 » 12 november

Cees, de steentijdman

Het spreekt tot de verbeelding om oog in oog te staan met een gereconstrueerde steentijdman van zo'n 4500 jaar geleden. Cees ziet er vertrouwd uit, je zou hem anno 2013 op de Boekelweg van Hoogwoud kunnen tegenkomen.

Cees, met pijl en boog, buideltas en vuurstenen mes.
Cees, met pijl en boog, buideltas en vuurstenen mes,

In 1990 gaf de Westfriese bodem iets van zijn geheimen prijs. Cees werd gevonden in Hoogwoud, ten zuiden van de Mienakker tussen de Koningspade en de Herenweg. Het skelet is vernoemd naar Cees van Berkel, in 1990 de eigenaar van het land van de vindplaats.
In dat jaar zijn daar archeologische opgravingen gedaan door de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), voordat de ruilverkaveling van start zou gaan. De deskundigen stuitten daar op goed bewaarde resten uit de laatste fase van het Neolithicum, de Nieuwe Steentijd, zo'n 4500 jaar geleden. In de oude woonplek herkenden de archeologen de sporen van houten gebouwen, koeienpoten, haarden, afvallagen en het skelet.
Cees was begraven in een ronde grafkuil, een beetje schuin op zijn linkerzijde, met zijn gezicht naar het zuiden. De kuil bevond zich naast een paal met daaromheen nog meer palen. Het graf ligt precies in het midden van dit gebouw. Dat is de reden dat het door de archeologen als een dodenhuis is geïnterpreteerd.

De zwarte lijn geeft het huidige N-H aan. De ster de vindplaats.
De zwarte lijn geeft het huidige N-H aan. De ster de vindplaats. Het Gat van Bergen is nog in open verbinding met de zee.
Zo kan het kweldergebied er hebben uitgezien.
Zo kan het kweldergebied er hebben uitgezien.


De plek van de Mienakker was een vaste stek in het open kwelderlandschap. Via het Gat van Bergen stroomde daar op het ritme van eb en vloed water in en uit het gebied. Het was een plek die droog bleef als de slikken en schorren door de vloed werden overspoeld. Het hele jaar rond woonde daar een groepje boeren, dat in familieverband leefden. Ze wisten precies hoe ze van hun omgeving konden leven. Het waren landbouwers en verzamelaars. Ze hielden koeien en ander vee, bewerkten de akkers waarop ze granen verbouwden. Bovendien verzamelden ze wilde appels en planten zoals strandmelde, van deze zaden kan pap gekookt worden en de bladeren zijn ook eetbaar, ze lijken op spinazie. Verder stonden er mosselen, eenden, platvissen en schelvis op het menu. De steentijdmensen die hier woonden kenden geen schaarste, mogelijk alleen in het vroege voorjaar, als alle voorraden waren geslonken.
Nog steeds is de bodem van Westfriesland gul wat de opbrengsten betreft.
Zij woonden daar in de tijd dat er beren en wolven voorkwamen.

Het dodenhuis.
Het dodenhuis.

In 1990 hadden de opgegraven spullen hun onderkomen In de nabij gelegen Museumboerderij West-Frisia van de Adriaan Donker Stichting.
Het museum heeft later een zomerexpositie aan het skelet besteed. Velen hebben Cees daar bezocht.

Het skelet in het dodenhuis.
Het skelet in het dodenhuis.
De bodem geeft het skelet vrij.
De bodem geeft het skelet vrij.

Na zo'n 23 jaar is er een reconstructie van het skelet gemaakt. De man had een lengte van ongeveer 1.73 m. Aan het skelet weet men af te lezen dat het om een gezonde volwassen man gaat, tussen 26 en 35 jaar. Dat kun je zien aan de vorm van het heupbeen, schedelkenmerken en de robuuste botten met goed ontwikkelde spieraanhechtingen, de forse kaak en de heupbeenderen. Al 23 jaar is Cees de steentijdman van Hoogwoud de best bewaarde prehistorische mens van Nederland. Zijn lichaam was niet compleet: geen onderbenen en voeten en ook zijn rechterarm is verdwenen. Aan het been zijn vraatsporen van wolven of honden te zien.
Deze week is Cees te zien in het Westfries Museum in Hoorn aan de Westfriese Omringdijk.

Pijlpunten van vuursteen.
Pijlpunten van vuursteen.

Bron: 'De steentijdman van de Mienakker' van de provincie Noord-Holland.
Tekst en foto's: Uit bovenstaande brochure en Netty Zander

 


Hé, is dat Westfries?

615. Een paar van die echte brakken (rakkers, deugnieten) van schooljongens hadden m'n fiets opgeknapt. Ik gaf ze 'n bogie ('n pluimpje) en wat bokkeneuten (pinda's, sausjes). Ze gingen bloid (blij) op huis an (naar huis).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.