Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Westfries Genootschap » Vierkant » 2003 » Nummer 3 » Pagina 4-6

Hooibroei: Is er nog toekomst voor het West-Friese dialect?

Wordt er nog West-Fries gesproken in 2001? En hoe ziet de toekomst van het West-Friese dialect eruit? In Hooibroei meningen van West-Friezen van diverse pluimage.

Siem de Haan (66), voorzitter van de Stichting Creatief Westfries: „Ja, ik praat West-Fries. Wanneer? In die situaties weer 't voegt. Onder mekaar vezelf en bai gelegenhede weer ze 't hore wulle. De toekomst zien ik somber in. 't Dialect raakt deur alle mederne ontwikkelinge op de achtermiddag. Dat is niet teugen te houwen. Wat 'r overbloift is misskien een regiolect. Want je zal nag lang horen kenne dat ientje van boven 't Noordzeekanaal komt, de melodie van de taal zal bloive.”

Volkert Nobel (72), oud-voorzitter van het Westfries Genootschap: „Ik spreek geen West-Fries. Bij ons thuis, in het protestantse deel van Bobeldijk en op de openbare school in Berkhout, werd geen West-Fries gesproken. Wel bij de rooms-katholieken trouwens. Helemaal verdwijnen zal het dialect niet. Maar we bestrijken hiermee een heel klein taalgebied en wie vooruit wil in de wereld, en wie wil dat niet, die komt met alleen West-Fries niet zo ver. Wel zie je nu een soort revival, ondermeer van groepen die in het dialect zingen, denk aan Twarres. Dat spreekt de jongeren erg aan.”

Jaap van Langen (84), oud-dijkgraaf van de polder Heerhugowaard: „Ik ben altoid West-Fries bleven. Ik was doikgraaf en ok voorzitter van verskillende vereniginge. Altoid praatte ik West-Fries, de mense zate gewoôn te wachten op moin praatje. Je doorbrak deermee bepaalde dinge. Over 't West-Fries in de toekomst maak ik me zurge. As ik 'r tussenuit gaan en met moin al die are ouwere mense den raakt 't langzamerhand weg. Jammer, maar niks an te doen. De hobbyisten as Siem de Haan en zo die houwe 't nag wel een toidje an de gang. Maar honderd jaar verder en 't is hêlegaar beurd.”

Festivals en folklore
Jan Vriend (38), verslaggever bij het Noordhollands Dagblad: „Ik praat wel West-Fries, maar niet zo vaak. Wanneer? Als er mensen zijn die voor of tijdens een interview over de streep getrokken moeten worden, ze voelen zich dan meer op hun gemak. En ook als ik met vrienden ben. 't Geeft toch een bepaald gevoel. De toekomst? Aan de ene kant zorgwekkend. Iedereen praat heel keurig, onder meer door de invloed van de tv. Maar anderzijds zie je dat jongeren van het platteland veel zelfbewuster zijn dan zo'n twintig jaar geleden. Toen was Amsterdam 'alles', nu hebben ze lak aan de stad. Ze zijn zich meer bewust van hun eigen identiteit. Er zijn veel lokale popfestivals, zoals Dijkpop in Andijk en Badpop in 't Waarland. Als de jongeren de eigenheid weten vast te houden, zie ik ook wel toekomst voor het West-Friese dialect.”

Joop Schilder (54), programmaleider bij de Westfriese Markt in Schagen: „Op 't podium bij de tien West-Friese donderdagen praat ik West-Fries. Als ik kijk naar de belangstelling voor de West-Friese folklore in het algemeen ben ik heel positief. Hier in Schagen is bepaald geen vergrijzing bij de deelnemers. In de 21ste eeuw zal de belangstelling voor onze folklore alleen maar groeien. Maar we moeten het erfgoed wel uitdragen en overdragen. Bij die folklore hoort ook het dialect. Lang niet alle deelnemers hier in Schagen praten West-Fries, maar ze hebben er allemaal wel affiniteit mee, ook de jongeren.”

Op school
Sjaak Steltenpool (52), onderwijzer en zanger bij 't Volksorkest uit Wervershoof: „Ik praat oigelijk veul West-Fries, behalve op m'n werk en bai officiële dinge. De skoôl weer ik werk staat in de nuwbouw. D'r wordt deur de joôs niet veul West-Fries praat. Misskien is dat op de skôle in 't durp zelf effies meer. Ik denk dat 't dialect binnen ien generatie weg weze zal. 't West-Fries van 't Volksorkest? Een kunstgreep om nag te houwen wat of we hewwe”

Wesley Hulleman (11), scholier uit Spanbroek: „Of ik West-Fries praat? Ja, oigelijk altoid. Op skoôl zegge ze wel dat ik 't niet mag. Van juf Saskia mag ik 't niet prate. Maar 't gaat vanzelf zo. Of ik den Nederlands praat? Noh nee, dat is moeilijk voor me. Ik leer 't West-Fries van opa en oma, dat benne Jan Appel en Tinie Wijnker. Of 'r later ok nag mense West-Fries prate zalle? Ik weet 't oigelijk niet. Maar as ik over voiftig jaar nag leef, zal ik 't zeker nag doen.”

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019