Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Westfries Genootschap » Vierkant » 2008 » Nummer 3 » Pagina 13

Uit de Pronkkamer

Kunsthistoricus Harold D.E. Bos, bespreekt een voorwerp uit de pronkkamer.

De pronkkamer ook wel 'vorest' van de West-Friese boerderij werd in de 19e eeuw meer ingericht als woon- en mooie kamer. In de voorgevel werden daartoe wel ramen links en rechts van de dood-trouwdeur aangebracht. De woonkamer was aan de zijkant. Vanaf het begin van 19e eeuw werd steeds meer het Noord-Hollandse type boerderij gebouwd met alle ramen van de woonvertrekken aan de wegzijde. Achter de woonkamer, het verst van de stal gelegen, bevond zich de pronk- of mooie kamer. In deze kamer stonden de mooie en vaak kostbare meubelen. Ze waren voor de pronk en uitsluitend bij hoogtijdagen, een huwelijkfeest of jubileum werden ze gebruikt. Uit Koedijk is een verhaal bekend dat als 'dokter' op bezoek kwam hij in de mooie kamer werd ontvangen. Een ander verhaal uit Oosthuizen verteld dat bij verjaardagen men in de warme woonkamer zat en de taartjes in de koude pronkkamer klaar stonden. De pronkkamer had van oorsprong geen schoorsteen. De kachel stond in de woonkamer. Bij een bijzondere gelegenheid als men de pronkkamer wel wilde gebruiken, werd één of twee dagen van tevoren de kachel goed opgestookt zodat de warmte door de open kamerdeur(en) in de pronkkamer kon komen.

Nu wil ik iets vertellen over de stoelen in de pronkkamer. De stoelen stonden van oudsher langs de wanden, zowel in de woon- als in de pronkkamer. De voorkanten van de rugleuningen waren meestal versierd met snijwerk. De Biedermeierstoelen uit de eerste helft van de 19e eeuw zijn veelal sober en eenvoudig gedecoreerd. Dit in tegenstelling tot de stoelen van na 1850 die met Neorococo (Lodewijk XVe stijlkenmerken uit de 18e eeuw) die toen in de mode waren, zijn versierd. De bekleding van dergelijke stoelen bestond uit donker rode/paarse of groene trijp, wollen velours met in geschoren of geperste blad- en bloempatronen. Vanaf circa 1850 werden in plaats van singels ook stalenveren in de zittingen toegepast, daardoor werden de zittingen hoger en boller. Mahoniehout was de meest voorkomende houtsoort in de 19e eeuw, donker oranje/roodbruin en fraai gepolitoerd. Ook geheel zwarte –zeer deftige– stoelen kwamen voor, bij deze stoelen was het mahoniehout zwart gepolitoerd, gelijkende op het kostbare zwart ebbenhout. Veel van de grotere armstoelen stonden op wieltjes.
Het wonderlijke is dat dergelijke fraaie stoelen decennia lang werden afgestoft, gewreven en de bekleding zorgvuldig geschuierd. Er op gezeten werd er nauwelijks, daar waren ze hun leven lang te kostbaar en te mooi voor. Helaas zijn slechts in enkele pronkkamers in West-Friesland bij elkaar behorende stoelen in Neorococostijl bewaard gebleven. Complete sets meubelen uit deze periode van rond 1860 zijn nu zeldzaam. De herkomst van dergelijke deftige stoelen is vaak niet meer bekend. Ze werden veelal in de stad aangeschaft. Een bekende meubelfabrikant was Gebr. Horrix in Den Haag en Amsterdam. Dergelijke meubels zijn vaak onder de zitregel gestempeld. Als u van uw familie iets weet over de herkomst van meubelen dan kunt u dat doorgeven aan het secretariaat.

Andere afleveringen van 'Uit de Pronkkamer':
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019