Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Westfriese boeken te koop

Westfries Genootschap » Publicaties » Vierkant » 2021 » Nummer 2 » Pagina 14

Spullen in Westfriesland

Karin Wester, oud-medewerker van het Westfries Museum, bespreekt een voorwerp uit Westfriesland

Babymutsjes

In het verleden werd binnenshuis door mannen en vrouwen vaak een muts gedragen. Ze hadden zowel overdag als in bed een muts op hun hoofd. In bed werd een slaapmuts gedragen. Een type muts dat ook wel overdag gedragen werd. Vrouwen droegen, als ze een gebreide of gehaakte slaapmuts op hadden, een muts van hetzelfde model als het babymutsje dat besproken werd in het vorige Vierkant (2021/1).
Hier wil ik het hebben over de door mannen gedragen slaap- of huismutsen.
Het binnenshuis dragen van mutsen beperkte zich niet tot Westfriesland of tot een bepaalde laag van de bevolking. Er waren van stof genaaide en gebreide mutsen. Veel jongens- of mannenmutsen zijn, net als de mutsen voor meisjes en vrouwen, vooral op klein formaat bewaard gebleven, voor baby's of peuters. Daarbij zitten mutsjes die gebreid zijn in mooie ajourpatronen, patronen opgebouwd uit gaatjes. De mutsen zijn gemaakt op dunne breipennen uit, in de negentiende eeuw meestal wit of ecru, fijn katoenen garen. Maar er werd ook wel wol of zijde gebruikt.

Mannenslaapmuts ca. 850.
Mannenslaapmuts ca. 1850. (foto Rijksmuseum Amsterdam)

Het Westfries Museum bezit een witkatoenen exemplaar met daarin gebreid in gaatjespatroon ‘I.A. DE VICQ 1851’. Van 1855 tot 1864 was Joan Adriaan de Vicq secretaris en burgemeester van Zwaag. Hij trouwde in 1851. Vermoedelijk heeft hij de muts gedragen. Luxe exemplaren, bijvoorbeeld gebreid van zijde, zijn te vinden in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.
De muts op de foto is volgens de omschrijving gemaakt van wol en dateert van omstreeks 1850. Eenvoudig kun je hem niet noemen, hij is uitbundig versierd. In ajourpatroon zijn onder meer een vrouw, een stedenmaagd op een voetstuk, een vogel, mogelijk een ooievaar, en een viervoeter, mogelijk een hond, ingebreid. Vergelijkbare motieven komen ook voor op merklappen. In de overdwars gebreide rand staat te lezen: ‘LEEFD WEL EN RUST || GEEN KWAAD BEWUST’.

Andere afleveringen van 'Spullen in Westfriesland':
'14/2 | '15/1 | '15/2 | '15/3 | '16/1 | '16/2 | '16/3 | '17/1 | '17/2 | '17/3 | '18/1 | '18/2 | '18/3 | '19/1 | '19/2 | '19/3 | '20/1 | '20/2 | '20/3 | '21/1 | '21/2

 


Hé, is dat Westfries?

841. Ik ben blij dat ik thuis ben op de fiets, er staat 'n bonk wind (veel).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.