Geschiedschrijving » Westfries Biografisch Woordenboek (WBW)
Andries Olie zag het levenslicht op Terdiek, niet ver van de Langereis onder Nieuwe Niedorp. Hij kwam
op 26 februari 1861 op deze wereld in het gezin van Jan Olie en Aafje Brands. Het gezin had al twee
zoontjes: Dirk, vernoemd naar Dirk Olie en Krijn, die de naam van opa Krijn Brands had gekregen. De
naam Andries kwam wel in de familie voor. De vader van opa Krijn heette zo.
Ná Andries zagen nog een jongen en een meisje het levenslicht, maar beiden stierven jong. In
1865 en 1868 kwamen nog een keer een Albert en een Trijntje ter wereld, zodat we uitkomen op een gezin
met vijf kinderen.
Vader Jan Olie was eerst landbouwer en daarna winkelier. Kennelijk zaten er wat pedagogische kwaliteiten
in de Olie's want jongere broer Albert zou later schoolhoofd in de Zijpe worden.
Met de hondenkar.
Uit de jonge jaren van Andries Olie is niet zoveel bekend. We weten dat zijn vader later kruidenier
was en dat zoon Andries met een hondenkar de waren uitventte, tot in de Morrebok (Moerbeek) aan toe.
Hij zal dus in eerste instantie in de middenstand hebben gezeten. Muziek werd pas later zijn hoofdbron
van inkomsten.
Op eigen kracht leerde hij zichzelf vioolspelen. Ter vervolmaking volgde hij later viool- en pianolessen
in Alkmaar. Hij beheerste het op een gegeven moment zodanig goed dat hij met een maat van hem op kermissen
ging spelen. Niet dat hij dit zo leuk vond. Integendeel, het vele drinken achtte hij maar een dom vermaak.
Ook het ophalen van de danscenten vond hij een crime. Hij was dan ook erg blij toen dit later werd
vervangen door entree waaruit ook de muziek werd betaald.
Over zanglessen las Andries diverse boeken en ter vervolmaking van zijn vioolspel volgde hij muzieklessen
in Alkmaar. Hier leerde hij ook piano en cello spelen.
Muziekmeester.
In 1892 overleed vader Jan. Moeder Aafje hield nog enkele jaren de kruidenierswinkel aan, samen met
haar ongetrouwde kinderen Andries en Trijntje die toen respectievelijk 31 en 24 jaar oud waren. In 1898
trouwde Trijntje met schipper Theunis van der Molen. Andries was getuige bij dit huwelijk en gaf toen
als beroep op: muziekmeester. Het wijst er op dat hij toen muziek tot zijn hoofdinkomen had gemaakt.
Een advertentie uit november 1899 leert ons dat er een uitvoering werd gegeven door het Strijkorkest
‘De Kleine Kapel’ in de concertzaal van de heer P. Haringhuizen. Het orkest stond onder
leiding van A. Olie en er was een solist J. Sluis uit Amsterdam.
Zuster Trijntje en zwager Teunis gingen wonen in het voorste deel van het ouderlijk huis, dat vroeger
als winkeltje dienst had gedaan. Het was een vrij lang huis, waardoor Andries en zijn moeder achterin
nog voldoende ruimte hadden om te wonen. Muziekles gaf Andries evenwel in een houten behuizing die
geplaatst was in de bessentuin achter het huis. Langs de lange zijden van deze muziektent waren banken
opgesteld. Halverwege stond een schoolbord met daarvóór een kleinere bank. Om die
zitplaatsen werd door de leerlingen het meest gevochten. Vooral 's zomers met warm weer keek menig
leerling wel eens verlangend de bessentuin in. Soms, als er niet zoveel leerlingen op les waren, mochten
ze wel eens even de bessentuin in of kregen ze na de les wat bessen op servetjes van oude kranten.
Olie komt over als een onvermoeibaar man als het gaat om muziek. Naast het geven van les in viool, piano
en zang studeerde hij zelf tot diep in de nacht. Met een klein olielampje begaf hij zich dan van de
muziektent naar het huis. Schoenen gingen uit om ‘ootje’ niet te wekken. Hij rubriceerde
zelf bladmuziek, deed er keurige kaftjes omheen met etiketjes en legde zo een complete muziekbibliotheek
aan. Hieruit werd aan de leerlingen uitgeleend.
Financiën.
Voor zanglessen rekende hij ƒ 0,75 per kwartaal. Piano- en vioolles was aanzienlijk duurder:
ƒ 7,50 per kwartaal. Uit verschillende advertenties in de Schager Courant blijkt dat hij in
1893 al begon met het geven van voordrachtsoefeningen met vaak groepen van rond de veertig kinderen.
Deze uitvoeringen werden gegeven in de plaatselijke lokaliteiten van Kaan en Haringhuizen.
Vanaf 1908 treffen we advertenties aan voor Voordrachtsoefeningen in het lokaal van D. Stam in
Noord-Scharwoude (Café De Burg). Olie had toen zijn terrein verlegd naar Langedijk en had in
die tijd hulp van mejuffrouw Bregje Speets uit Lutjewinkel. Vier jaar eerder wordt zij nog genoemd
als zijn beste leerlinge.
Huwelijk en verhuizing.
Op 50-jarige leeftijd, om precies te zijn op 14 september 1911, trouwde Andries Olie in Wognum met de
twaalf jaar jongere Aaltje Melling die geboren was in Oudendijk. Moeder Aafje was in 1909 overleden en
het is aannemelijk dat zijn zuster en zwager de wens te kennen hebben gegeven het hele huis te willen
bewonen. Olie verhuisde in september 1911 officieel van Nieuwe Niedorp naar Zuid-Scharwoude en in dezelfde
maand opende het kersverse echtpaar de Langedijker Muziekschool in Zuid-Scharwoude. Het is onduidelijk
waarom persé gekozen is voor verhuizing naar de Langedijk. Een paar jaar daarvoor lagen er al
contacten die deze keuze kennelijk hebben beïnvloed. Het muziekonderwijs in Nieuwe Niedorp werd
evenwel niet afgebroken. Op maandag en vrijdag was er les in Zuid-Scharwoude en op de woensdag en
zaterdag in Nieuwe Niedorp.
Het huis, annex klaslokaal, van het echtpaar Olie was gebouwd op een stuk grond dat toebehoord had aan
notaris Duker. De grote villa van de notaris was grotendeels afgebrand en niet meer compleet opgebouwd.
Op de gevel van de woning (nu Dorpsstraat 390 en 392) kwam een groot bord te hangen met de tekst:
LANGEDIJKER MUZIEKSCHOOL.
Zanglessen.
Gedurende een kleine vijftien jaar hebben Andries en Aaltje Olie les gegeven aan ettelijke Langedijker
kinderen. Mevrouw Olie bespeelde het harmonium tijdens de zanglessen. De eerste twee jaar was Bregje
Speets nog muziekdocente, maar uit een advertentie uit 1913 komt duidelijk naar voren dat de samenwerking
met Olie was gestopt. Mej. Speets verhuisde in 1915 naar Oudkarspel en in de jaren '30 naar Noord-Scharwoude,
waar zij ook muziekonderricht gaf.
Ondanks, of misschien wel dankzij het feit dat Andries Olie autodidact was, had hij de gave om kinderen
muziek op een zodanige wijze bij te brengen dat zij het geleerde nooit vergaten. Hij hanteerde de
solfège methode waarbij hij steevast ‘sol’ als ‘sal’ uitsprak. Daarnaast
bediende hij zich van ezelsbruggetjes voor de jongste leerlingen om de maat te tellen. Zoals:
Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven,
Annemie de Lapper kwam me tegen.
en
Dan heb ik nog zo'n geitebok,
Daar rijdt mijn kleine jongen op, van 1,2,3.
Hoe hij alles zelf ervoer, valt op te maken uit een brief die hij in 1925 stuurde aan het gezin
van de schrijver Cor Bruijn. Een bezoekje zat er niet in, schreef hij. Zowel hij als zijn vrouw hadden
het nog bijzonder druk met lesgeven en de voorbereidingen voor een voordrachtsoefening. Uit de brief
blijkt dat Olie het gebrachte tamelijk lichte kost vond. ‘Leerlingen die mooi spel kunnen geven,
heb ik maar weinige meer, doch gelukkig zijn de verdiensten er niet minder om, al hebben de meeste
leerlingen een paar graden of meer tekort muzikaliteit. Wanneer je de minder begaafde leerlingen zou
willen wegdoen dan hield je nog minder dan de helft over’ zo staat in zijn brief te lezen.
Recensies.
Van de uitvoeringen in De Roode Leeuw in Zuid-Scharwoude werd in de Langendijker Courant verslag gedaan.
Dit gebeurde op de wat lichtelijk overtrokken manier van die tijd. In 1925 valt te lezen: ‘Om
blij het leven door te treden, behoeft men groote schatten niet. Ziedaar een bekende waarheid die wij
allen weten, maar nog nooit heeft haar schoonheid me zoo getroffen als Zaterdagavond in den Kolfbaan
van den heer Kramer, bij het luisteren naar de lieve, frissche kinderstemmen der leerlingen van Mijnheer
Olie.’
Het zou de laatste uitvoering zijn. Op 7 januari 1926 overleed Andries Olie plotseling op 64-jarige
leeftijd. In de reeds genoemde Langendijker Courant verscheen een klein berichtje dat de school wellicht
zou worden voortgezet door een leerling. Hiervan is evenwel nooit een tastbaar bewijs gevonden. Andries
Olie heeft zonder meer bij diverse jongens en meisjes de basis gelegd voor de liefde voor muziek. We
kunnen hem daar alleen maar dankbaar voor zijn.
Aaltje Olie-Melling overleefde haar man nog ettelijke jaren. Nog verscheidene jaren bleef zij de oude
muziekschool bewonen. Later werd het pand verkocht en verbouwd tot een dubbele woning. Mevrouw Olie
overleed op 2 juli 1971 te Alkmaar op de gezegende leeftijd van 98 jaar.
Een boek over Andries Olie.
De relatie tussen Andries Olie en de schrijver Cor Bruijn werd al genoemd. Maartje de Vries, de vrouw
van Cor Bruijn, had haar eerste vioolles van Andries ontvangen toen zij met een hondenkar vanuit de
Moerbeek naar Nieuwe Niedorp reed. Deze gegevens waren later voor Cor Bruijn aanleiding om een roman
te schrijven over de muziekmeester. In het voorjaar van 1929 werd namelijk aan Cor gevraagd, of hij
een vervolgverhaal wilde schrijven voor de “Zaanlander”, een plaatselijk dagblad. Dat
leek hem wel wat, dus schreef hij het boek “Muziekmeester Adriaan”, dat speelt in de
Zaanstreek. Het boek speelt dan wel aan de Zaan, maar bij het lezen duikt heel duidelijk de figuur
van Andries Olie op. Zo is op een heel andere wijze de herinnering aan de muziekonderwijzer uit Nieuwe
Niedorp en Zuid-Scharwoude bewaard gebleven.
Bronnen:
Cor Oudendijk, Wie was eigenlijk Andries Olie?, in WFON, 1993, p. 107 t/m 111.
Gegevens aangeleverd door: Cor Oudendijk te Oudkarspel, namens Stichting Langedijker Verleden, 2011.
Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.