Eerste Jaarboek 2026 voor Jan de Bruin
Het nieuwe Jaarboek is verschenen. Jan de Bruin van het Westfries Archief kreeg het eerste exemplaar.
West-Friesland Oud & Nieuw 2026 is de 93e editie van het Jaarboek van het Westfries Genootschap. Voorzitter Jan Smit reikte zaterdag 27 juni het eerste exemplaar uit aan Jan de Bruin uit Hoorn, senior archiefmedewerker van het Westfries Archief te Hoorn.
De presentatie van het nieuwe Jaarboek was in het Nederlands Stoommachinemuseum te Medemblik. De uitgave telt 224 pagina’s en bevat artikelen over uiteenlopende onderwerpen betreffende de recente en minder recente historie van Westfriesland, het gehele gebied binnen de Westfriese Omringdijk. Veel van de illustraties zijn in kleur opgenomen.
(tekst gaat door onder de afbeeldingen)


Jan de Bruin krijgt het eerste exemplaar van het nieuwe Jaarboek uit handen van Jan Smit, voorzitter van het Westfries Genootschap (rechts).
(foto Stichting Projector/Dick Ham)
Geboren Enkhuizer Jan de Bruin is een van de auteurs. Hij schreef een uitgebreid artikel over vroegere galgenvelden in het oostelijk deel van Westfriesland. De hoofdtitel van zijn waardevolle bijdrage is: ‘Tot spijs van de vogelen des hemels’.
Na het voltrekken van een doodvonnissen werd het lichaam van de veroordeelde dikwijls aan de galg op het galgenveld opgehangen. Ter afschrikking. Dit lot stond dus misdadigers mogelijk te wachten. En een misdadiger was je in vroeger eeuwen al snel. Zo werd de doodstraf door ophanging geëist tegen Maarten Jansz Swagerman uit Andijk voor de diefstal van palen, gordingen en andere dijkmaterialen. Zijn opzienbarende strafzaak strekte zich uit over de jaren 1733-1734.
Vijftien locaties
In zijn onderzoek stuitte Jan de Bruin op vijftien galgenvelden in oostelijk Westfriesland. Veel van deze locaties kon hij terugvinden op oude kaarten. Met kaartfragmenten en andere afbeeldingen is het artikel rijk geïllustreerd. De Galgenbocht aan de Westerdijk in Hoorn herinnert aan vroegere gruwelijkheden.
Aan de hand van een PowerPoit-presentatie vertelde Jan de Bruin op de bijeenkomst in het Stoommachinemuseum over zijn artikel. Hij vertelde dat in 1795 er een eind kwam aan de vernedering van veroordeelden en het leed van nabestaanden. In maart van dat jaar moesten alle galgen binnen zes weken worden afgebroken.
(tekst gaat door onder de afbeeldingen)

Galg en rad van Hoorn in de Galgenbocht aan de Westerdijk in 1638 (detail van blad J van de kaart van de Westfriese zeekerende dijken door Pieter van der Meersch/Westfries Archief)

De Galgenbocht in Hoorn, maart 2026. Links wijk Grote Waal, rechts het grootste stadsstrand van Nederland, langs de Westfriese Omringdijk.
(foto Stichting Projector/Joke Terra)

Jan de Bruin vertelt over vroegere galgenvelden in Westfriesland. (foto Stichting Projector/Kees Kreuk)
,,We hebben het hier over een belangrijk en interessant thema”, stelde voorzitter Jan Smit bij de uitreiking van het eerste exemplaar. Al als kind werd hij geconfronteerd met dit onderwerp. Smit zei daarover: ,,Ik kom uit Opperdoes. Daar kon het je vroeger na schooltijd overkomen dat je moeder zei dat je naar de Galg moest. Niet omdat je voor galg en rad opgroeide, maar omdat je vader een stukje land had met die naam. Het lag aan de nood-westkant van Opperdoes in de buurt van de Westfriese Omringdijk. Je ging er lopend over het Galgepad naar toe. Anderen moesten naar de Beulakker of de Hellewaid.”
,,In Opperdoes hebben we ook een Kraaienbuurt”, vervolgde Smit. ,,Daarover doen verschillende verhalen de ronde. Het buurtje zou zo kunnen heten omdat vroeger de doodgravers daar woonden. Het zou ook zo kunnen heten omdat vroeger de kraaien daar in de bomen zaten te wachten op hun prooi, het lijk van iemand die opgehangen was aan de galg. De namen zijn echt, hoe het met de verhalen over de Kraaienbuurt zit weet ik niet.”
Stimulerende rol
Jan Smit noemde Jan de Bruin een productieve schrijver. ,,Hij heeft niet alleen al heel wat artikelen voor ons Jaarboek geschreven, maar ook veel andere publicaties over de regionale historie op zijn naam heeft staan. Daarmee is hij heel belangrijk voor de Westfriese geschiedschrijving. Ook is hij als voorzitter betrokken bij de Vrienden van de Hondsbossche Zeewering, de kring voor Noord-Hollandse waterstaatsgeschiedenis.”
,,In zijn functie bij het Westfries Archief speelt hij al vele jaren een belangrijke en stimulerende rol in de goede samenwerking tussen het archief en het Westfries Genootschap. Het doet me een groot genoegen dat ik aan Jan het eerste exemplaar van dit jaarboek mag overhandigen.”
Een van de andere artikelen in nummer 93 van ‘West-Friesland Oud & Nieuw’ wijdt uit over vergeten gebruiken en rouwdracht in Westfriesland. ‘Elite in de ban van strenge rouwtradities’ is de titel van het artikel dat Annette Snaas uit Hoorn schreef. Zij sprak uitvoerig met Hans van Kampen uit Schagen, de regionaal expert op dit terrein.
Peter S. Oud uit Bennebroek belicht het leven en werk van Cornelis Springer (1817-1891) onder de titel ‘Romantische schilder van Westfriese steden’. In Westfriesland was Enkhuizen zijn favoriete stad. Ook schilderde hij in Hoorn en – lange tijd nauwelijks bekend – Medemblik.
Het houten boerenhek staat centraal in de bijdrage van Cor van Sliedregt. De Enkhuizer vestigt de aandacht op een historisch landschapselement dat langzamerhand verdwijnt.
Nieuwe straatnamen
Hartgrondig pleit Lourens Schuijtemaker uit Grosthuizen voor het gebruik van historische toponiemen bij nieuwe straatnamen.
Nader onderzoek naar de historie van een grote stolpboerderij in Zuidermeer (Zuidermeerweg 35) levert veel nieuwe informatie op. Dieuwertje Duijn en Christiaan Schrickx zetten alle gegevens op een rijtje.
Bankdirecteur, predikant, landelijk bekende dichter. De bijzondere levensloop van geboren Enkhuizer Geert Boogaard (1908-1990) is vastgelegd door Peter Wester uit Beuningen (Overijssel).
Tom Wester uit Obdam onderzocht de overeenkomsten tussen het Westfriese dialect en de Engelse taal. Dat zijn er verrassend veel.
Veranderingen in de Westfriese taal is het onderwerp van een artikel van Henk Kok uit Schagen. Hij schrijft onder meer over ‘in binnen’ en ‘grôterder’.
'Schatten in zicht'
Het Jaarboek 2026 biedt ook de eerste aflevering van een nieuwe rubriek. Onder de noemer ‘Schatten in zicht’ belichten medewerkers van het Regionaal Archief Alkmaar en Westfries Archief in Hoorn beknopt minder bekende archieven die historisch geïnteresseerden veel waardevolle informatie kunnen opleveren. In deze eerste aflevering worden keurboeken geopend. Bestuurders hielden daarin bij welke lokale ‘wetgeving’ in hun rechtsgebied gold. Wie zijn behoefte deed op het kerkhof of het kerkportaal kreeg een boete van tien stuivers.
De vaste rubrieken in het Jaarboek zijn ‘In oôze oigen taal’ (bijdragen, ‘stukkies’ in het Westfries; met speciale aandacht voor Nel van Laren-Zwuup, ‘Moeder van ’t Westfries’, vanwege haar 100e geboortedag, op 96-jarige leeftijd overleed zij in 2023), Kroniek van Westfriesland 2025 en jaarverslagen.
Gratis
Leden van het Westfries Genootschap krijgen Westfriesland Oud & Nieuw 2026 gratis thuisgestuurd. Voor 25 euro per jaar bent u lid van het Westfries Genootschap.
Ed Dekker

Nederlands Stoommachinemuseum in Medemblik. (foto Stichting Projector/Dick Ham)