Niedorper families in dik boek
Niko Stammes beschrijft de geschiedenis van elf kinderen van zijn overgrootouders: Jan Stammes & Jantje Francis en Cor Butter & Maartje Helder. Een rijk geïllustreerd boek van ruim 300 pagina's over twee boerenfamilies uit Nieuwe Niedorp.
'Uit de schaduw, in het licht' heet het boek dat Niko Stammes heeft uitgebracht. In 304 pagina's vertelt hij het verhaal van elf kinderen van twee boerenfamilies uit zijn geboorteplaats Nieuwe Niedorp, uit de periode 1865-1965.
Het verhaal gaat over vier kinderen van Jan Stammes (1866-1940) en Jantje Francis (1870-1950) en zeven kinderen van Cor Butter (1871-1951) en Maartje Helder (1875-1954). Beide echtparen zijn de overgrootouders van de auteur.
(tekst gaat door onder de afbeeldingen)

(foto Facebook)

(foto Facebook)
Het Noordhollands Dagblad publiceerde op 13 oktober 2026 een artikel over het boek. Hieronder volgt het volledige artikel, geschreven door Lars van der Bel.
Dat er tijdens de oorlog ’een aantal dingen niet helemaal goed waren gegaan’, dat was Niko Stammes al snel duidelijk. Vorig jaar besloot hij er na 45 jaar zwijgen, sterke verhalen en onderzoek een boek aan te wijden. Het resultaat zijn vijftien onthullende portretten van familieleden die tijdens de vorige eeuw allemaal een eigen weg kozen, maar ook altijd weer samenkwamen.
’Rooksignalen’, dat is waar Niko Stammes het lange tijd mee moest doen. „Je weet wel”, zegt-ie terwijl hij z’n Amsterdamse woning een Westfries dialect aanzet: „’Over de Groetpolder mosten we het maar niet hebben, denk’. Dat hoorde ik mensen dan wel eens zeggen als we het over de oorlog kregen.”
Nog zoiets: dat verhaal dat hij eens opving over dat ze op een verjaardag het Horst-Wessellied (een partijhymne van de nazi’s) hadden staan zingen. „In de jaren 60 was dat nog. En dan met de arm omhoog, hé. Je denkt eerst dat dat bijna niet gebeurd kan zijn, maar ik heb het aan meerdere kanten nagevraagd.”
De Groetpolder, het NSB-verleden van enkele familieleden, maar ook de heldendaden van zijn oudooms Jan Stammes en Lous Butter, en de authentieke oudtantes Rie en Liefje Butter; het zijn allemaal zaken die terugkomen in het nieuwe boek van Niko Stammes, ’Uit de schaduw, in het licht’.
(tekst gaat door onder de afbeelding)

Ansichtkaart uit 1904 van de Dorpsstraat te Nieuwe Niedorp. Op de foto Kees Butter. (collectie Regionaal Archief Alkmaar)
Het is een boek dat de periode 1865-1965 beslaat; een eeuw die werd gekenmerkt door migratiegolven en door verstedelijking en toenemende welvaart. Maar het is ook de eeuw van nationalisme, van dekolonisatie en vooral ook van oorlog.
Daarbij zal de schrijver de verslaggever regelmatig aanschieten. Niet zonder reden: zijn familieverleden is ook een beetje mijn familieverleden, zoals het voor meer mensen uit de regio Nieuwe Niedorp/Winkel een deel van hun familiegeschiedenis zal zijn. „En als mensen zelf niet van een Butter of Stammes afstammen, dan kennen ze vaak wel iemand of kennen ze vergelijkbare verhalen uit andere dorpen.”
(tekst gaat door onder de afbeelding)

De Dorpsstraat van Nieuwe Niedorp rond 1915. Meisje rechts op de fiets is Trien Butter, de oma van Niko Stammes. (collectie Regionaal Archief Alkmaar, bewerkt)
Waarom dit boek?
„Daarvoor moet ik terug naar 1975. Het was de tijd van de onafhankelijkheid van Suriname, die daarna in groten getale hier kwamen wonen. Ik woonde toen net in Amsterdam en ik bezocht toen regelmatig mijn oudoom Kees Butter en zijn vrouw tante Ariaantje. Zij woonden vlakbij waar ik woonde. Hij kende mij helemaal niet en ik had van dat lange haar. Dus bij het eerste bezoek dacht hij ook: ’Wie staat hier nu weer voor m’n deur?’ Totdat ik zei dat ik uit Nieuwe Niedorp kwam. En toen ging de deur open. Nu had ik al wel wat verhalen gehoord over Kees Butter en de rest van de familie, maar op een dag zat ik met ’m te praten en hij merkte toen op dat er tijdens de oorlog ’een aantal dingen natuurlijk niet helemaal goed waren gegaan’. Maar hij zei ook - en daarover moest ik het toch wel met ’m eens zijn, vond-ie - dat het idee van een zuiver ras nog niet zo gek was. En toen verwees hij naar de Surinamers die hier allemaal net in de Bijlmer kwamen wonen.”
„Wat bleek: hij was nog steeds een overtuigd NSB’er. Ik schrok daarvan, maar voor mij was dat wel reden om er dieper in te duiken. Dus dan doe je wat onderzoek en ga je mensen interviewen. En dan verzamel je gaandeweg toch behoorlijk wat informatie bij elkaar. Ik bezocht het Nationaal Archief en het provinciaal archief. Ik vond veel op het internet, maar ik reisde ook af naar Parry Sound en Vancouver in Canada. Ik legde contacten in Zuid-Afrika; ik bezocht de voor dit boek belangrijke plekken in Oostenrijk en Duitsland. Op een gegeven moment had ik zoveel onderzoek gedaan dat ik vorig jaar dacht: ik neem nu een keer echt vrij en dan ga ik alleen maar schrijven. Daar ben ik uiteindelijk een jaar mee bezig geweest.”
Een jaar schrijven over iets waar je eigenlijk al 45 jaar mee bezig bent, dat vereist behoorlijk wat doorzettingsvermogen. Waar komt die intrinsieke motivatie vandaan?
„Een logische verklaring zou zijn dat je meer over jezelf en je familie te weten wilt komen. En daar komt het ook wel vandaan, hoor. Maar ik ben toch ook wel gefascineerd door die mensen zelf. Ik heb uiteindelijk mijn overgrootouders (Jan Stammes en Jantje Francis, Cor Butter en Maartje Helder, red.) als beginpunt genomen en ben de levens van hen en hun kinderen nagegaan. En dat is natuurlijk een geweldig interessante periode. Zij werden geboren toen Nederland nog een grote koloniale macht was en Duitsland nog niet bestond. Het was een heel andere wereld, die in rap tempo veranderde. Je kreeg de grote landbouwcrisis, gevolgd door de emigratiegolven naar de Nieuwe Wereld. En uiteindelijk zou het allemaal uitmonden in de Tweede Wereldoorlog, al wisten ze dat op dat moment natuurlijk nog helemaal niet.”
(tekst gaat door onder de afbeelding)

Jan Stammes en Kees Butter. Zij reisden samen door Canada. (collectie Niko Stammes)
Het lijkt ook te gaan over waarom de een op het verkeerde pad terechtkomt en de ander de held wordt, en de keuzes die daarachter liggen. Of begrijp ik dat verkeerd?
„Daar gaat het ook over, ja. Achtergrond speelt daar een rol in, maar ook context. Als ik kijk naar de Butters, die kennen een hele tragische geschiedenis. Mijn overgrootvader, Cor Butter, komt uit een gezin waar bijna iedereen doodgaat. Kijk, een sterftecijfer van tien procent onder kinderen was in die tijd vrij normaal. Maar bij de Butters gingen er ruim twintig kinderen dood. Ik kan het niet hard maken, maar ik denk dat je wel kunt spreken van een trauma. En dat tekent mede die familie. Uiteindelijk trouwden ze omhoog, zoals dat genoemd werd.”
„De familie Stammes komt uit Schagen en hoorde eeuwenlang bij de Schagense elite. Het waren generaties grootgrondbezitters en bestuurders, met een leefstijl die daarbij paste. Uiteindelijk kwamen twee kinderen van beide families in Nieuwe Niedorp terecht. Zij brachten samen elf kinderen voort. De grote crisis van de jaren 30 trof hen hard, waardoor sommigen hun land verloren. En zoals je wel vaker ziet in de geschiedenis, blijkt tegenslag een voedingsbodem voor bepaalde opvattingen te bieden.”
Hoezeer die crisesjaren en de daaropvolgende oorlog de families uit elkaar dreven, laat zich samenvatten als een strijd tussen kampen en idealen, tussen het kwade en het goede. Waar Kees Butter al voor de oorlog raakt verstrikt in het gedachtegoed van de NSB, is het zijn broer Lous die als vaarplichtig frontsoldaat heldendaden zou verrichten.
En dan is er nog neef Jan Stammes, die als een oorlogsheld te boek komt te staan. De verschillen kunnen haast niet groter zijn, zo beschrijft Niko Stammes. Niet alleen vanwege hun opvattingen, vooral vanwege het fanatisme waarmee ze die opvattingen uitdragen.
Tijdens de oorlogsjaren behoort Kees Butter tot een groep die met trots de symbolen van de NSB vertoont en zich daar ook naar gedraagt. Het levert Butter na de oorlog een fikse gevangenisstraf op. Een van de zaken waar hij zich aan schuldig maakte: het verkopen van vastgoed van gedeporteerde Joden.
Jan Stammes daarentegen meldt zich na wat omzwervingen uiteindelijk bij de Prinses Irene Brigade en is een van de Nederlandse soldaten die in 1944 Normandië binnenvallen. Hij vecht zich letterlijk een weg naar Nieuwe Niedorp, waar hij uiteindelijk in het voorjaar van ’45 aankomt.
Stammes: „Daar zie je aan dat die oorlog door iedereen ook heel anders werd beleefd. De meeste mensen werden in ’45 bevrijd, maar dat gold niet voor iedereen.”
(tekst gaat door onder de foto)

Niko Stammes. (foto Mediahuis/Marcel Molle)
Hoe uitte zich dat na de oorlog?
„Dat is natuurlijk het vreemde eraan: iedereen ging door. Ze moesten ook wel. De NSB’ers werden wel het een en ander nagedragen, maar het verbaast je soms hoe snel mensen daar toen overheen stapten. Ik zie het ook terug bij Rie Butter. Dat was een oudtante die naar Canada was geëmigreerd. Zij had daar in haar eentje een bungalowpark van de grond gebracht; een ontzettend krachtige vrouw was dat. En zij begreep helemaal niets van Kees en de NSB, zij behoorde immers tot de bevrijders, de Canadezen. Tegelijkertijd heb ik een foto van na de oorlog waar ze samen op staan. Want ja, ze waren toch familie.”
„Je ziet het ook aan Ries Stammes en Kees Slikker, jouw overgrootouders, die ook in dit boek ter sprake komen. Ries was in Duitsland geweest tijdens de oorlog om te werken in een vliegtuigfabriek. Ik heb het daar een keer met haar over gehad en daar bleek wel een bepaald soort trots uit. En zij kwam samen met Kees Slikker, die een onderscheiding had ontvangen vanwege zijn werk voor het verzet en die bij de bevrijding met een mitrailleur in de hand de geallieerden stond op te wachten. Groter kan het verschil niet zijn, en toch komen ze na de oorlog bij elkaar. Het hoort ook wel bij die generatie: over de oorlog werd gewoon niet meer gesproken. In dat zwijgen groeiden wij later op.”
Uiteindelijk gaat dit boek vooral over één of eigenlijk twee families. Waarom is dit interessant voor anderen? Of is het boek daar niet om te doen?
„Het boek beschrijft de keuzes en de levens van mensen en hoe zij zich allemaal tot unieke figuren ontwikkelden. Ik denk dat Noord-Hollanders, mensen van het platteland en zeker ook ouderen zichzelf en hun omgeving en familie in deze verhalen herkennen. Behalve een oorlogsverhaal en een familieverhaal is het namelijk ook een dorpsgeschiedenis en een beschrijving van het oude boerenleven. En het is ook een verhaal van emigratie en verre reizen. Uiteindelijk verliet iedereen het dorp en bleven alleen mijn opa en oma op de boerderij. Drie van de vijftien eindigen in het buitenland, in Canada en Zuid-Afrika. Een element dat ik zelf interessant vind, is welke tik onze ouders en wij meekregen van die tijd en van de oorlog. Daar staan boeiende getuigenissen over in dit boek. Zelf voel ik me geen slachtoffer van deze tijd. Maar de mensen van mijn leeftijd, de babyboomers, zijn wel deel van de eerste naoorlogse generatie die toch op de een of andere manier met de oorlog te maken kregen.”
Vragen stellen en familieonderzoek doen is één, er een boek aan wijden en publiceren is een tweede. Zijn er nog mensen naar je toegekomen die dit boek een minder goed idee vonden?
„Over het algemeen zijn mensen enthousiast en geïnteresseerd. De een wat meer dan de ander, maar toch. Ik heb nog geen mensen gehad die er problemen mee hadden.”
Komt er een vervolg?
„Ja, maar niet hierover. Dat gaat over de jaren 70, over mijn generatie. En over de losgeslagen democratisering. Daarvoor ga ik in gesprek met studiegenoten en anderen uit die tijd. Maar ik wil het wel in dezelfde opzet doen. Dus niet zozeer historische duiding of abstracte beschrijving van de geschiedenis, maar meer over getuigenissen van deze tijd. De verhalen, daar gaat het mij om. Dat kleurt de geschiedenis.”
Niko Stammes komt op maandag 19 oktober 2026 naar de Posthoorn in Schagen om te vertellen over zijn boek. De bijeenkomst vindt plaats van 15.00 tot 17.00 uur. Op donderdag 12 november komt hij naar de Roode Eenhoorn in Nieuwe Niedorp. Aansluitend is er gelegenheid om een exemplaar te kopen en te laten signeren. Wie vooraf zeker wil zijn van een exemplaar, kan zich melden via

Niko Stammes. (foto Mediahuis/Marcel Molle)