Bijzondere vondst in Westfries Archief
Aflevering 15 van podcast Wonderlijck Westvrieslant van Loes Ekhart en Lourens Schuijtemaker staat online.
Ditmaal een speciale aflevering, opgenomen in het Westfries Archief. Daar hebben de makers een unieke vondst gedaan.
(tekst gaat door onder de foto)

De opname van de podcast in het Westfries Archief. (foto aangeleverd)
Het is een eeuwenoude luisterrijke literaire bijzonderheid uit Hoorn: een lijvig lofdicht, waar nog wat bijzonders achter schuilgaat.
Het blijkt eigenlijk een loflied te zijn: een ode aan Hoorn uit 1605, van Israël van der Meersch. En dit lied wordt in deze aflevering na al die eeuwen weer ten gehore gebracht.
In 1605 schreef Israël van der Meersch een loflied op Hoorn, op de melodie van psalm 6. Zijn kleinzoon Pieter voegde een viertal strofes toe en bewerkte er ook het een en ander aan.
Het resultaat was een fantastisch loflied. Eeuwenlang bleef dit lied verborgen, maar is recent herontdekt in het Westfries Archief door historicus Lourens Schuijtemaker.
De muzikale Ted en Aafke van Welbergen-Knijn doen het loflied na al die eeuwen weder klinken. Geniet en luister aandachtig, want het lied geeft een fantastische kijk op zeventiende-eeuws Hoorn.
Verhalen uit het verleden van Westfriesland zijn het onderwerp van een nieuwe podcast: Wonderlijck Westvrieslant. De serie is november vorig jaar van start gegaan.
De podcast wordt gemaakt door Lourens Schuijtemaker uit Grosthuizen en Loes Ekhart uit Berkhout, twee jonge historici met grote liefde voor het gebied binnen de Westfriese Omringdijk.
Het streven is om ongeveer eens in de twee weken een nieuwe aflevering in de lucht te brengen. Ze duren elk ongeveer een half uur.
De eerste aflevering dateert van 11 november 2024.
Te beluisteren via YouTube en Spotify.
(tekst gaat door onder de afbeelding)

Artikel in het Noordhollands Dagblad (editie West-Friesland), 26 mei 2025.
Hieronder de tekst van het loflied:
1.
Hoorn wil ik nu gaen loven
een dal seer schoon van hoven
midden int Westvriesse Lant
een stat seer wel gelegen
daeraen dat komt geslegen
de Zuyderzee plaisant
2.
Van oosten en van westen
wort tot ’t gemene besten
gebragt van alles wat
en uyt veel andre landen
gevoert menigerhande
tot Hoorn in de stat
3.
Door al de werelt heenen
is hun zeevaert verschenen
waer wat te winnen is
het bootsvolk seer bequame
sijn wakker al te samen
en op de zee seer fris
4.
Aen d’ander sijd sijn weyden
de beesten haer vermeyden
de boomgaerts heel planteit
soo dat in het besluyten
de stat vertoont van buyten
Of s’al in boomen leit
5.
De burgers t’hun vermaken
gaen wand’len (uyt hun daken)
meest buyten de Koe-poort
daer sijn verscheyde paden
soo dat elk gaet te raden
met sijn gesin alst hoort
6.
Seer cierelijke wegen
aen d’Oost-Cingel gelegen
en ook opt Koe-poorts Pat
een straet om langs te gane
en een Drie-Boomde Lane
plaisierig bij de stat
7.
Noch een Tweeboomde schoone
wat verder staet ten toone
met hoven aengenaem
die cierlijk staen en groeien
en ook seer vrugtbaer bloeien
gelijk als d’andere t’saem
8.
De stat is ook genugtig
het Noord en ’t Oost wijtlugtig
sijn straten wel bebout
waer dat men heen gaet kijken
men siet aen alle wijken
de schoonheit menichfout
9.*
De hooftkerk hier te Hooren
heeft een seer hoogen tooren
daer men seer veel van hout
de Damptenaers vermeeren
die hebben tot Gods eeren
dees tempel eerst gebout
10.*
’t Is ’t groost cieraet der stede
’s is lang en breet, ook mede
seer cierlijk van opstel
het oordeel daer geschildert
is nu soo wat verwildert
doch ’t is bijsonder wel
11.*
Hierbij sijn noch twee kerken
seer schoon en fraie werken
ter godsdienst opgestelt
ons voorouders te same
die hebben aengename
seer breet hiervan gemelt
12.
De dienaren der kerken
die in Gods akker werken
en ook de kerkenraet
die sijn door Godes zegen
gering, neder geslegen
godsdienstig in der daet
13.
De burgers int gemeene
van state groot en kleene
sijn ned’rig int gewaet
vroom en deugtsaem van leven
seer vredig hier beneve
vernoegt in hunnen staet
14.
Dees stat heeft ook te baten
’t Collegy van de staten
van het Noorderquartier
men gaet het recht uytspreken
tot Hooren alle weeken
de rechters sijn dan hier
15.
Godt wil al hun raetslagen
in desen onsen dagen
zegenen verr en wijt
opdat ons lant en steden
mogen in rust en vreden
welvaren t’aller tijt
16.
D’admiraliteit meden
vergaert hier na ’s lands zeden
hoewel ten halven maer
Godt wil door Sijn wijsheden
hun saken ook beleden
tot ’s lands nut en oorbaer
17.
De overheit met namen
die sijn hier al te samen
van aert seer goedertier
de weduw, wees en ermen
sij elk int recht beschermen
en ’t onrecht straffen fier
18.*
Men maekt hier ook geen menty
te dwingen de consienty
de godsdienst is hier vrij
elk kan en mach bij desen
gerust en seker wesen
van alle tiranny
19.
Dies wij na Gods begeren
sijn schuldig haer te eeren
in onderdanicheit
en Godt ook daar beneven
bidden voor hun lang leven
welvaert en zalicheit.
20.
Noch sijn ’s weeks twe marctdagen
dan komt met schuyt en wagen
seer veel huysluyden voort
veel schoone dorpvlekken
in dit gebiet haer strekken
twelk onder Hoorn behoort
21.
Huyslieu uyt alle hoecken
komen dees marct besoeken
de stapel hier van kaes
ontallijk wagen rinnen
uyt ‘t noorderlant hier binnen
de stat, met groot geraes
22.
Hierbij ik noch vervate
de Oude-Vrouwe-Strate
en haer nieu logement
seer schoon onder en boven
daer sij hebben haer proven
tot aen haer levens ent
23.
De munt (hier wel gelegen)
daer wort veel gelt geslegen
van silver en van gout
de Munt-Straet ook met name
daervan sij seer bequame
de naem draegt en behout
24.
Veel privilegi mede
gegunt aen dese stede
die ik bijsonder ken
sijn nu bij mij verswegen
tot ander tijt gelegen
blijven noch in mijn pen
- Deze strofes zijn bijgeschreven door kleinzoon Pieter.