Obdam Café Beentjes Dorpsstraat 132 Obdam

Het Wapen van Obdam, jaren zestig. Er zijn onder meer grote ramen gemaakt in de voorgevel.
Kind in een café
In 1960 verhuisden Joop en Gré Beentjes-Stoop met hun zes kinderen vanuit Alkmaar naar het café Het Wapen van Obdam aan de Dorpsstraat 132, recht tegenover de kerk. Joop en Gré hadden niet eerder een café gerund, wel deed Joop in Alkmaar ervaring op als ober. Het café werd gekocht van de familie Stadegaard.
Hun oudste zoon Jan was acht jaar toen hij in Obdam kwam wonen. Hij bracht zijn jeugd en jonge jaren door in Het Wapen van Obdam.
Hoe was het om kind in een café te zijn? Hierover vertelt Jan in juli 2024.
‘Het besluit om naar Obdam te verhuizen viel ons koud op het dak. Wij kinderen waren daar niet bij betrokken. Eén keer ben ik met mijn vader mee geweest naar een café in Obdam. Achteraf bleek dat bezoek over de verkoop te gaan.
Het eerste wat me opviel na de verhuizing was dat we in een heel groot huis kwamen. Op de bovenverdieping was een vergaderzaal. Daar sliepen we met z’n allen op de lange regel met schotjes tussen de bedden. Mijn jongste broertje is in Obdam geboren dus toen waren we met z’n negenen: zeven jongens en vader en moeder.
Mijn moeder wist niks van een café, ze dronk geen druppel, dat werd later wel anders. Vader was er meer het type voor. Hij kon goed met mensen omgaan en met iedereen een gesprek gaande houden. Je had vrijgezellen die twee of soms drie keer per dag kwamen. Ze dronken een paar biertjes, gingen naar huis en verschenen later weer. Dan lag vader net even op de divan en ging de bel. “Ga jij eens kijken wie er is,” zei hij. Ik naar het café. “Het is Jan Groot.” Dan mopperde vader, maar toch liep hij naar beneden, deed de deur open, zette zijn smile op en ging achter de bar staan. Die oudere mannen zochten hun vertier in het café, meer was er niet te doen op het dorp. Ze werkten niet meer en leefden op de drank.
We verhuisden van een stad naar een dorp en waren daar ‘import’. In het begin werkte vader ook bij de veiling of op het land terwijl moeder het café runde.’

Het café wordt verbouwd. De vier ramen aan weerszijden van de deur worden vervangen door twee grote ramen.

Kastelein Joop Beentjes helpt mee met de verbouwing.
Vaste hulp
‘Kind zijn in een café vond ik niet leuk. Een normaal gezinsleven heb ik nooit meegemaakt. Ik miste de huiselijke sfeer die ik bij vriendjes zag, bijvoorbeeld dat ze met z’n allen om tafel zaten te eten. We zaten maar één keer per jaar met vader en moeder en alle kinderen aan tafel, dat was op Eerste Kerstdag, dan was het café gesloten.
Als oudste moest ik heel vaak voor mijn broertjes zorgen. Als er zondags geen hulp was, moest ik een pakje Saroma halen en pudding maken voor de anderen. Bij een bruiloft hielp ik met afwassen en stoelen klaar zetten. Ook waren we uren bezig om alles weer schoon te maken.
We hadden gelukkig een vaste hulp: Riet Commandeur uit De Noord. Ze begon bij ons toen ze een jaar of zestien, zeventien was en is gebleven tot het café vijftien jaar later werd verkocht. Riet was de oudste uit een groot gezin, ze heeft altijd keihard gewerkt. Ze was intern en had een klein kamertje. Eigenlijk was zij onze moeder.
Wat we als kinderen wél hadden, was vrijheid en de ruimte, ons grote erf liep helemaal door tot aan de sloot.’
Kerkcafé
‘Het café ging vroeg open, om half negen. Achter ons stond de veiling De Tuinbouw. De mannen van De Transport kwamen om negen uur daar vandaan om koffie te drinken. We waren zes en een halve dag per week open, alleen op woensdagmiddag bleef de deur dicht.
Een enkele keer bracht vader ons met moeder naar het Klimduin in Schoorl. Als gezin gingen we nooit echt weg, wel later toen ik al aan het werk was. Vader ging op zijn vrije woensdagmiddag naar een andere kroeg in de buurt, de eigenaren hadden goed contact met elkaar.
Het Wapen van Obdam of café Beentjes, zoals veel mensen zeiden, stond tegenover de kerk en was dus een echt kerkcafé. Als de kerk uitging, ontstond er buiten één grote rookwolk want alle mannen staken hun sigaret of sigaar aan, roken in de kerk gebeurde natuurlijk niet. Een aantal boeren stapte het café binnen om een borreltje te drinken. Achter het café stond een paardenstal, die werd vroeger door de boeren gebruikt om hun gerij in de zetten als ze naar de kerk gingen. Die schuur heeft er nog heel wat jaren gestaan.
Er was veel reuring in het café. Vertegenwoordigers en ook mannen uit de bouw kwamen koffiedrinken, met schafttijd gingen zij ook naar de kroeg. Er waren drie biljartclubs en het was het voetbalcafé. Als de wedstrijd ’s zondags niet doorging, werd er geklaverjast, dat was vast pandoer. Er werden gauw prijsjes gehaald en dan zaten er zo dertig of veertig man te klaverjassen.
Was er wat te doen in het dorp dan gebeurde dat in de cafés. Er waren hier drie prachtige kroegen: De Heer van Wassenaar (is verbrand), Klein Victoria (staat nu te koop) en Het Wapen van Obdam.’

Café met biljart.
Bruiloften
‘Ook alle bruiloften werden in een café gevierd. Eerst gingen de feestgangers te kerk, om elf uur staken ze over naar ons, tussen de middag was er een broodmaaltijd en daarna zat men mooi an. Daarna kwam het warme eten op tafel. Dat was vaak simpele kost: soep, aardappelen, vlees en groente. Achter het café stond een houten hokje, dat was de bijkeuken. Daar werd gekookt op in grote ketels op vuurpitten die brandden op gasflessen.
Hierna was er doorgaans een receptie, dan kreeg men twee of drie borrels, dat was van tevoren besproken. Op iedere bruiloft kwamen drie meisjes spelen op accordeon, ze haalden dan geld op voor de missie onder het motto ‘Wij en onze missionarissen’. Later speelden er ook duo’s en bandjes bij ons zoals The Rocking Four. Wij hadden muzikanten die voor een wat ouder publiek speelden.

Ongeveer een jaar lang hebben we 24 man in de kost gehad, Duitsers die werkten bij de boortoren in de Berkmeer. Er stonden boven twaalf bedden, de mannen hadden ploegendienst en wisselden elkaar af. Ik was toen een jaar of twaalf, dertien en moest ruimte maken. Weg uit mijn kamertje, slapen op een opklapbedje in de woonkamer. Geen privacy natuurlijk, overdag ging het bed omhoog, gordijntje ervoor en klaar.’

De bar na de verbouwing.
Winkeltje
‘In de voormuur zaten in de begintijd vier ramen, twee aan weerskanten van de grote deur. Boven die deur prijkte het wapen van Obdam, drie gouden manen op een rood schild. Vroeger zat er aan de linkerkant een winkeltje waar boeren koetouwen, spenenzalf en klompen konden kopen. Aan de rechterkant was het voorcafé.
Bij de eerste verbouwing kwamen er twee grote ramen rechts en links en één aan de zijkant. Achter werd een zaaltje bijgebouwd en boven kwamen slaapkamers. De houten aanbouw werd vervangen door een stenen versie. Bij een latere uitbreiding kwam er nog een aanbouw bij.
Na vijftien jaar stopten mijn ouders met het café. Ik was toen de deur al uit. Het waren tropenjaren geweest, vader en moeder hadden roofbouw gepleegd op hun lichaam. Bovendien dronken ze veel te veel mee. Ik kan wel zeggen dat ze failliet gegaan zijn. Dat alles had een behoorlijke impact op ons gezin.’
Het Wapen van Obdam werd in 1975 overgenomen door Herman Vriend. Hij was eigenaar tot circa 2015. Op 1 oktober 2015 begon hier Restaurant De Amethist dat van woensdag tot en met zondag is geopend. Achter in het pand zijn appartementen gerealiseerd.
Anno 2025 is De Amethist gesloten. In datzelfde jaar is er een doorstart. Twee jonge vrouwen blazen het café nieuw leven in. De naam Het Wapen van Obdam wordt in ere hersteld.

De Amethist, zomer 2024. Foto Ina Broekhuizen.