De Oosterkerk aan het Grote Oost in Hoorn heeft al een lange geschiedenis. Het is de op een na oudste kerk van Hoorn. De kerk is gelegen in het havenkwartier en van oudsher is dit gebouw de kerk van schippers en vissers. In 1453 stond hier al een houten kapel die gewijd was aan Sint Antonius, die gezien wordt als de grondlegger van het kloosterleven.


De kapel werd in 1483 afgebroken om in steen herbouwd te worden. In 1519 werd het koor van de Oosterkerk opgetrokken. Spoedig daarna volgden het dwarspand en het tweebeukige schip. In 1603 woedde er in Hoorn een zware storm en stortte de voorgevel van de kerk in elkaar. Koor en transept (dwarspand) en de dakruiter bleven gespaard. Het herstel duurde zestien jaar. Na de reformatie ging de kerk over naar de Nederduitsche Gereformeerde Kerk, de latere Nederlandse Hervormde Kerk. In 1955 werd het gebouw voor de eredienst gesloten. Het gebouw werd daarna achttien jaar lang voor diverse doeleinden gebruikt, onder andere als pakhuis. Onderhoud bleef achterwege en afbraak dreigde. Dit ging een aantal mensen aan het hart. Zij richtten op 29 mei 1973 de Stichting Oosterkerk op. Deze kocht de kerk voor een gulden van de Hervormde Gemeente Hoorn met als doel deze zo spoedig mogelijk te restaureren. Op 7 mei 1982 kond de gerestaureerde kerk na een symbolische openingshandeling van Prins Claus, weer in gebruik worden genomen. Nu als multifunctioneel cultureel gebouw. Op zondag houdt de Nederlands Gereformeerde Kerk hier kerkdiensten.
De stichting Oosterkerk is ook eigenaar van het naastgelegen Claes Joest Huys en het zogenaamde Spuithuis ‘B’.


Gedurende ruim dertig jaar was Hans Schipper voorzitter van de stichting. Bij zijn afscheid op 1 januari 2011 werd hij benoemd tot erevoorzitter en er werd een prijs in het leven geroepen onder de naam Schipper-Oosterkerkprijs. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een instelling of persoon die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor het behoud van religieus erfgoed in oostelijk Westfriesland. De prijs bestaat uit een oorkonde en wisselprijs. De wisselprijs is een albasten beeld vervaardigd door Elsbeth Luinge.
Op zaterdag 22 februari was dat voor de tiende keer. De bijeenkomst in de Oosterkerk kreeg daarom een feestelijk tintje. Naast het bestuur van de stichting, de leden van de adviescommissie en de prijswinnaars van dit jaar waren onder andere ook de negen voorgaande prijswinnaars uitgenodigd.
Na het welkomstwoord van de huidige voorzitter Eddy Boom, werden filmpjes vertoond met opnamen van de prijswinnaars van de vorige jaren. Deze opnamen zijn gemaakt door Dick Ham.
Daarna mocht ik als voorzitter van het Westfries Genootschap een inleiding houden onder de titel ‘Het behoud van religieus erfgoed’. Kerken zijn herkenningspunten in het landschap.
Herinnering aan de ronding van Kaap Hoorn in 1616 door Le Maire en Schouten. (Foto Jan Smit)
Gemeentehuis, kerk en café stonden van oudsher vaak bij elkaar in het hart van de stad of het dorp. De grote variëteit in ouderdom, bouwstijlen en inrichting maakt kerken aantrekkelijk voor bezoekers. Eeuwenlang werd er in de kerkgebouwen gedoopt, getrouwd en gerouwd. De gebouwen zijn daardoor voor kerkleden van grote emotionele waarde. Maar ook voor veel niet-kerkleden is een kerkgebouw een onmisbaar element van hun wijk of dorp. Er is dan ook vaak veel verdriet als een kerkgebouw verbrandt of als het gesloopt wordt. Door krimpende geloofsgemeenschappen en afnemend kerkbezoek wordt het voortbestaan van kerkgebouwen bedreigd. Er is vaak onvoldoende geld voor onderhoud en er zijn minder kerkelijke vrijwilligers die zich voor het onderhoud en behoud van de kerkgebouwen inspannen. Sluiting is daardoor soms onvermijdelijk.
Herbestemming kan de redding zijn voor deze gebouwen. Er zijn veel goede voorbeelden, denk aan wonen, bedrijven en culturele bestemmingen. Daarbij moet er niet alleen aandacht zijn voor het uiterlijk voor het gebouw. Ook het interieur, de inventaris en het orgel moeten met respect behandeld worden. Als het niet lukt om deze elementen op een verantwoorde manier een plekje te geven in de herbestemde kerk moet er gezocht worden naar mogelijkheden tot herplaatsing elders.
Hoe dan ook verdienen alle mensen die zich op welke wijze dan ook inspannen voor het behoud van religieus erfgoed, hulde en dank voor hun inzet.
Na mijn inleiding volgde de vertoning van het tiende deel van de serie opnamen van Dick Ham, nu van de prijswinnaar van dit jaar. Eddy Boom reikte vervolgens de prijs uit aan René Smit en Gerda Blom. In 2017 kochten zij het schip van de vroegere Hervormde Kerk in Twisk en na een verbouwing is dit Theaterkerk Hemels geworden. De toren is nog steeds eigendom van de gemeente Medemblik. De nieuwe eigenaren wonen ook in de kerk en zij hebben er een bed & breakfast gevestigd. Het interieur van de kerkzaal is zo veel mogelijk gespaard en het orgel is gehandhaafd.

Een prijs als deze is in mijn ogen belangrijk. Niet alleen als vorm van waardering voor de inspanningen van initiatiefnemers, eigenaren en vrijwilligers, maar ook door de aan de uitreiking verbonden publiciteit. Blijvende aandacht voor het behoud van religieus erfgoed is immers van groot belang.
Jan Smit

Van 23 tot en met 26 januari werd voor de laatste keer de Westerkoggeflora georganiseerd.
Uit een initiatief van vijf bloembollenkwekers uit De Goorn ontstond in 1980 de Westerkoggeflora. Zij wilden hun ideeën en kennis over het bloembollenvak uitwisselen met collega's en inkopers van de bloembollenveiling. Ook wilden ze hun producten aan het brede publiek laten zien.

De eerste show werd georganiseerd in Café Dolleburg in De Goorn. Niet alleen tulpen werden getoond, maar ook andere bloemen. Door het succes van het evenement werd de oorspronkelijke locatie te klein. Daarom verhuisde het evenement na zeven jaar naar de Koggehal in De Goorn.

Er werd voor de Westerkoggeflora een eigen logo ontworpen. Het logo laat een postzegel zien met een landkaart en een tulp. De steel van de tulp raakte precies het gebied waar bloembollentelers met een hart voor de tulpen gevestigd waren. Toen was dat nog de gemeente Wester-Koggenland, na een fusie met de gemeente Obdam is dat Koggenland.

Steeds koos de organisatie voor een ander thema. Dit jaar was dat: ‘Tulpen, de kunst van Koggenland’. Tulpen kweken en broeien is een kunst aldus de organisatie. Elk jaar zijn het weer en de omstandigheden anders. In de hal waren niet alleen tulpen te zien, maar ook andere bloemen zoals alstroemeria's, chrysanten, lelies en rozen. Een en ander werd aangevuld met potplanten zoals orchideeën en een kleurige collectie kalanchoë's. Bij de tentoongestelde kunst speelde de tulp de hoofdrol.

Zoals gebruikelijk was er ook weer een wedstrijdelement verbonden aan de show. In diverse rubrieken konden de kwekers prijzen winnen. Leerlingen van de basisscholen in de gemeente hadden net als andere jaren weer een pot met broeitulpen mee naar huis gekregen. Voor de scholen met de beste resultaten waren er prijzen te winnen.

Bij Wireco in Obdam, een bedrijf dat tulpenbollen kweekt en afbroeit, werd ter gelegenheid van de Westerkoggeflora op zaterdag 26 januari een open dag georganiseerd.

Door de enorme schaalvergroting in de bloembollensector neemt het aantal kwekers en broeiers af. De animo voor het deelnemen aan bloembollenshows wordt vanwege het vele extra werk steeds minder. Bovendien wordt het steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden die tijd en energie willen steken in de organisatie van een bloemenshow. Alles bij elkaar heeft dit er toe geleid dat na veertig jaar de Westerkoggeflora ophoudt te bestaan. Als pleister op de wonde was er dit jaar voor de bezoekers gratis entree.

Het verdwijnen van de Westerkoggeflora staat niet op zich zelf. Eerder stopten al de Westfriese Flora (later Holland Flowers Festival) en andere vergelijkbare shows in onze regio. Ook veel plaatselijke Floraliaverenigingen zijn al opgeheven.
Gelukkig is de Driebanflora in Venhuizen er nog en niet in Westfriesland, maar wel vlakbij de Lentetuin in Breezand. De lente mag dan niet meer zoals vroeger tijdens de Westfriese Flora in Bovenkarspel beginnen, de tulp spreekt altijd nog tot de verbeelding en in de bloembollensector is Westfriesland een van de meest toonaangevende regio's van ons land.
Jan Smit

Vorig jaar, op zaterdagochtend 22 juni, ging een al lang door mij gekoesterde wens in vervulling. Ik mocht samen met twee leden van de bouwhistorische commissie van het Westfries Genootschap op pad. Ina Broekhuizen en Sam Bruin nodigden mij uit om bij het ter plaatse vastleggen van de gegevens van de stolpboerderij Buurtje 26 in Andijk aanwezig te zijn.

De commissie heeft ten doel om kenmerkende Westfriese gebouwen die dreigen te verdwijnen of ingrijpend worden veranderd, vast te leggen. Dat vastleggen gebeurt met behulp van tekeningen, foto's, een technische beschrijving en zo mogelijk een beschrijving van de bewoningsgeschiedenis. De projecten worden digitaal en schriftelijk gearchiveerd. In de loop der jaren zijn al een groot aantal boerderijen, woningen en werkplaatsen vastgelegd. In het jaarboek West-Friesland Oud en Nieuw van 2018 verscheen een artikel over koôlboete in Westfriesland en in het jaarboek van 2019 een artikel over betonnen voersilo's vervaardigd door Appel uit Spanbroek. Een nieuw project is de inventarisatie van hooivijzels.


De stolp in Andijk zou volgens overlevering omstreeks 1790 gebouwd zijn voor Jacob Jonker en Grietje Lieuwes. Vanaf 1 oktober 1963 wordt de boerderij niet meer bewoond.

Tijdens het bezoek waren eigenaar Siem van der Meer en een buurvrouw ook aanwezig. De boerderij wordt nu gebruikt voor hooiopslag. Ook worden er in en om de boerderij nog een aantal dieren gehouden, zoals een stier, varkens, schapen en kippen.

De boerderij is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Toch is het goed dat deze oude stolp door de bouwhistorische commissie beschreven is. Met haar werk zorgt de commissie er voor dat veel belangrijke informatie over kenmerkende gebouwen in Westfriesland voor het nageslacht bewaard blijft.
Jan Smit
