arie koomen 1

Arie Koomen met zijn tweede vrouw Mathilda Bouwens en zijn jongste zoon Adriaan.
(Foto beeldbank Stichting Oud Obdam-Hensbroek nr. 09480)

Sociale en maatschappelijk betrokken agrariër

Arie Koomen wordt op 2 september 1880 geboren in het landbouwersgezin van Cornelis Koomen en Pietertje Tamis uit Grootebroek. Op 26 april 1906 trouwt Arie met Guurtje van der Lee uit Wijdenes. Net als zijn vader is Arie landbouwer. Op 8 februari 1911 verhuizen Arie en Guurtje met hun drie zoontjes naar Obdam. Hij laat hier een huis bouwen, koopt 3½ ha land en begint een agrarisch bedrijf. Door latere aankopen is hij in 1917 eigenaar van een flink bedrijf van bijna 8 ha. In Obdam worden nog zes kinderen geboren, waarvan twee levenloos. In augustus 1911 verdrinkt een van zijn kinderen in de sloot achter het huis.

 

arie koomen 2

Het gezin van Arie Koomen, met zijn eerste vrouw Guurtje van der Lee, in 1916.
(Foto beeldbank Stichting Oud Obdam-Hensbroek nr. 09421)

 

Arie gaat met zijn gezin op 15 januari 1922 terug naar Grootebroek. Daar wordt een levenloos meisje geboren en op 29 september 1923 een zoontje, Adriaan. Het was het laatste kindje van Arie en Guurtje. Bij de geboorte van Adriaan overlijdt Guurtje. Op 4 maart 1924 hertrouwt Arie met Mathilda Bouwens uit Dordrecht.

Zeer katholiek gezin

In de crisisjaren vóór de Tweede Wereldoorlog kiezen veel katholieke meisjes voor het kloosterleven. Zo ook drie dochters uit het zeer katholieke gezin van Arie Koomen. Ook Adriaan voelt zich aangetrokken tot een religieus leven en doet zijn intrede in de Abdij O.L. Vrouw van Koningshoeven, een mannenklooster in Berkel-Enschot. In deze Brabantse gemeente was eveneens de Abdij van O.L.Vrouw van Koningsoord gevestigd, een vrouwenklooster waar de drie zussen van Adriaan hun kloosterleven leidden.

 

Op 19 maart 1949 wordt Adriaan priester gewijd. In het mannenklooster O.L. Vrouw van Koningshoeven worden vrouwen niet toegelaten en om ook Adriaans stiefmoeder en zijn zussen de gelegenheid te geven bij de wijding aanwezig te zijn, vindt de wijding plaats in het vrouwenklooster O.L. Vrouw van Koningsoord.

 

In de nacht van 18 op 19 maart overlijdt Arie Koomen in het gastenverblijf van het vrouwenklooster. Wanneer Adriaan op 19 maart in de loop van de ochtend vanuit Koningshoeven in Koningsoord aankomt om daar zijn priesterwijding te ontvangen, krijgt hij het verbijsterende bericht dat 's nachts zijn vader is overleden.

 

arie koomen 3

Het graf van Arie Koomen op het kloosterkerkhof van de Abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot.

 

Arie Koomen wordt op 22 maart 1949 begraven op het kerkhof van de Abdij Koningshoeven. Hij ligt daar als enige niet-religieus tussen de overleden paters en broeders.

Katholiek verenigingsman

Arie Koomen heeft maar kort in Obdam gewoond. Hij moet een druk bezet man zijn geweest. Naast het werk op zijn eigen bedrijf was hij actief in het sociaal en maatschappelijk leven in Obdam. En dan met name in het katholieke sociale en maatschappelijk leven. Hij was de oprichter of medeoprichter van de ‘Roomsch-Katholieke Toneelvereniging Rein Genoegen’, de ‘Roomsch-Katholieke Bouwvereniging Sint Victor’ en de op katholieke leest geschoeide ‘Coöperatieve Tuinbouw- en Handelsvereniging De Tuinbouw’.

 

De oprichting van de laatstgenoemde vereniging is opmerkelijk. Sinds 1899 bestond in Obdam de neutrale ‘Landbouw- en Handelsvereeniging Hensbroek & Obdam’. Eigenlijk was het een Hensbroekse vereniging, maar de faciliteiten om veilingen te houden waren gelegen in Obdam, pal naast de spoorlijn van Obdam naar Hoorn. Zowel protestantse als katholieke tuinders uit Obdam en Hensbroek waren lid van de vereniging en lieten hier hun producten veilen. Er werd in goede harmonie samengewerkt en er was in feite geen enkele reden om naast de neutrale vereniging een katholieke te stichten. Maar daar dacht de toenmalige katholieke geestelijkheid heel anders over.

De tijd van verzuiling

Het was de tijd van de verzuiling, de opdeling van de maatschappij in strikt gescheiden bevolkingsgroepen op basis van religie of politieke overtuiging. En in Obdam moest ook de neutrale veilingvereniging eraan geloven. De katholieke voormannen waren van mening dat in het voornamelijk katholieke Obdam een op de rooms-katholieke leest geschoeide veilingvereniging moest komen en zij waren duidelijk uit op de ontbinding van de bestaande neutrale veilingvereniging.

 

Op een propagandabijeenkomst gaf de voorzitter als zijn opvatting dat katholieken niet mogen meewerken aan het voortbestaan van een neutrale veilingvereniging naast een katholieke. Hij las een brief voor van het Nederlands Episcopaat waarin de bisschoppen benadrukten dat rooms-katholieken zich op rooms-katholieke grondslag dienen te verenigen. Op een volgende propagandabijeenkomst was kapelaan Van Dieren uit Lutjebroek uitgenodigd om de voordelen van een katholieke veilingvereniging nog eens duidelijk uit te leggen.

 

De katholieke tuinders uit die tijd waren uiteraard niet bij machte enig tegenspel te bieden en in juni 1916 was de katholieke veilingvereniging een feit. De katholieke tuinders stapten massaal over van de neutrale veilingvereniging naar de katholieke vereniging en dit betekende het einde van de neutrale vereniging.

Katholieke toneelvereniging Obdam

Arie Koomen woonde nog maar kort in Obdam toen hij al actief bezig was met de oprichting van een katholieke toneelvereniging, zoals blijkt uit het verslag van een bijeenkomst op woensdag 21 augustus 1912. In overleg met de toenmalige pastoor J.M. Eg had hij een aantal jongeren en enige vooraanstaande parochianen uitgenodigd om te bespreken hoe dit aan te pakken. De pastoor en Arie Koomen wisten snel resultaat te boeken. Binnen een maand was de oprichting van de katholieke toneelvereniging ‘Rein Genoegen’ een feit.

 

arie koomen 4

J.M. Eg, pastoor van de Sint Victor-parochie van Obdam van 1912-1932.
(Foto beeldbank Stichting Oud Obdam-Hensbroek nr. 05425)

 

Pastoor J.M. Eg nam zelf de voorzittersrol op zich en Arie Koomen werd zijn vicevoorzitter. Uit de notulen van een vergadering op 3 februari 1913 blijkt dat Arie Koomen ook optrad als regisseur en naar alle waarschijnlijkheid heeft hij zelf ook gespeeld. Op 27 november 1916 meldt Arie Koomen dat hij ontslag neemt als regisseur. Hij is ervan overtuigd dat de vereniging nu wel op eigen benen kan staan.

 

Tot slot de bemoeienis van Arie Koomen met de in 1917 opgerichte Roomsch-Katholieke Bouwvereeniging ‘St. Victor’. De parochiegeestelijkheid had in die tijd veel invloed op het reilen en zeilen van katholieke verenigingen. De katholieke woningbouwverenigingen echter vormden hierop een uitzondering. Als enige katholieke vereniging kenden de katholieke woningbouwverenigingen geen geestelijk adviseur. Maar in de R.K. Bouwvereeniging St. Victor was de katholieke Arie Koomen voorzitter geworden en we mogen aannemen dat de parochiegeestelijken via hem toch wel de gewenste invloed hebben gehad in de Obdamse bouwvereniging.

Kortstondig verblijf

Slechts elf jaar heeft Arie Koomen in Obdam gewoond en in die korte periode heeft hij een stempel gedrukt op het sociale en maatschappelijke katholieke leven in dit grotendeels katholieke dorp. De vraag is dan natuurlijk waarom hij na zo’n korte periode weer vertrekt naar zijn geboorteplaats Grootebroek. Wij tasten in het duister en kunnen slechts gissen naar zijn beweegredenen.

 

Bron/verantwoording

In het Magazine nummer 27 van het najaar 2015 heeft Rob Baas, bestuurslid van de Stichting Oud Obdam-Hensbroek een uitgebreid artikel gepubliceerd met de titel ‘Arie Koomen, een passant in Obdam (1911-1922)’. Met instemming en toestemming van de auteur is zijn publicatie gebruikt om deze biografie samen te stellen.

 

Tekst bewerkt door: Piet Koenis te Lelystad (2026)