Portret
 

Schuitenmaker met een autobiografie

Dirk Leegwater werd geboren op 28 mei 1818. Volgens de burgerlijke stand echter kwam hij twee dagen láter ter wereld. Hij was het vierde kind in het gezin van Jan Leegwater en Grietje Spruit. De familie woonde aan het Oosteinde van Berkhout, waar Dirks vader op een klein boerderijtje de kost voor zijn gezin probeerde te verdienen.
 
In die tijd was er geen leerplicht maar Dirks ouders stuurden hem naar school. Zij vonden het belangrijk dat Dirk het een en ander werd bijgebracht. Maar Dirk vond dit helemaal niets. Hij ging wel op tijd van huis en zorgde dat hij ook weer keurig direct na schooltijd thuis was. Maar in de tijd dat hij op school hoorde te zijn zwierf hij rond door de weilanden en haalde allerlei kattenkwaad uit.
 

Knecht van tien jaar

Dirk ging werken toen hij tien jaar was. Zijn ouders waren hier sterk op tegen, maar Dirk dreef zijn zin door. Hij werd knecht bij Jacob Edam, een visser uit de buurt en een paar jaar later werd Frans Ottebros zijn baas. Ottebros assisteerde een groep heren uit de Hoornse ‘deftige’ stand bij hun jachtpartijen in de omgeving. Frans en zijn deftige jagers hadden altijd plezier en er werd stevig gedronken tijdens en na de jachtpartijen. De nog zeer jeugdige Dirk werd hierbij niet overgeslagen. In zijn latere leven heeft deze kennismaking met sterke drank hem nog stevig parten gespeeld.
 
Na een paar jaar ging hij weg bij Frans Ottebros. In het dorp stond Dirk intussen bijzonder slecht aangeschreven. Een lastige jongen waar niets mee was te beginnen. Niemand wilde hem meer als knecht in dienst nemen. Dirk ging thuis wat hokjes voor kippen en konijnen timmeren en probeerde deze te verkopen om daarmee wat te verdienen. Pieter Schuitemaker, een goede kennis van Dirks moeder, heeft Dirk na lang aandringen toch in dienst genomen. Pieter had een schuitenmakerij aan het Westeinde van Berkhout, ongeveer een uur te voet vanaf het Oosteinde. Onder leiding van Pieter Schuitenmaker bekwaamde hij zich als scheepstimmerman en leerde lezen, schrijven en rekenen. Dirk had zijn draai gevonden.
 
Wel ging het op een gegeven moment nog bijna stuk toen Dirk zich tijdens een bruiloft aan de sterke drank te buiten was gegaan een zich ernstig had misdragen. Op aandringen van Pieter Schuitemaker heeft Dirk zich nog een jaartje verder bekwaamd in het schuitenmakersvak bij Gert Jonker aan de Walingsdijk in Ursem.
 

Autobiografie

Uitgebreid en op vermakelijke wijze vertelt Dirk Leegwater in zijn autobiografie over zijn tijd bij de Nationale Militie. Hij diende in Alkmaar, Nijmegen, Maastricht en Bergen op Zoom. Zijn militaire superieuren waren zeer content met Dirk. In Bergen op Zoom is hij als palfrenier en tafelbediende werkzaam geweest bij Baron Generaal van der Kapelle. In livrei! Gedurende zijn laatste maanden als milicien was Dirk oppasser bij een gepensioneerd kolonel en diens vrouw. Eigenlijk vond Dirk dit een beetje een vernedering. De baron was toch van een ander niveau!
 
Terug in de burgermaatschappij ging Dirk werken in de schuitenmakerij van Jan Kommer. Langzamerhand ging dit bedrijf achteruit vanwege het drankmisbruik van Kommer. Dirk ontdekte de geheime plaatsen waar Kommer zijn drank had verstopt en hij kon het niet laten om ook zo af en toe een slokje te nemen.
 
Dirks echtgenote Maartje Jantjes.
Dirks echtgenote Maartje Jantjes.
 
Op 25 september 1841 trouwde Dirk met Maartje Jantjes en op 1 februari 1843 werd zoon Jan geboren. De schuitenmakerij van Jan Kommer verliep meer en meer en Dirk Leegwater kreeg van zijn vroegere baas Pieter Schuitemaker het advies om eens naar schuitenmakerij van Jan Wortel in Obdam te gaan. Wortel was overleden en wellicht was dit voor Dirk een kans om zich als zelfstandig schuitenmaker te vestigen. Leegwater en de weduwe van Jan Wortel werden het spoedig eens: voor tachtig gulden kon Leegwater de schuitenmakerij een jaar huren.
 

In een oud schuitje naar Obdam

Op 25 februari 1843 laadde hij zijn hele hebben en houden in een oud schuitje en samen met zijn vrouw en zijn drie weken oude zoontje ondernam hij de reis naar Obdam. Het was een bitterkoude en mistige dag en het was al schemerdonker toen hij bij de Obdammer sluis arriveerde. Hier wist hij heg noch steg, maar een vrachtvaarder, die een vrachtje zout uit Hoorn had gehaald, bleek bereid hem te helpen om zijn nieuwe thuis te bereiken.
 
In Obdam ging het Leegwater voor de wind. Hij kreeg opdrachten zowel van Obdammers als Hensbroekers. Na een jaar werd de huur van de schuitenmakerij opgezegd. Leegwater kreeg het voorrecht van eerste koop en voor achthonderd gulden mocht hij zich eigenaar noemen van het huis, erf en de werkplaats. Geld had hij niet maar Van den Steen, een houtkoper uit Spanbroek, bleek achteraf bereid hem een hypothecaire lening te verstrekken. Leegwater boerde zo goed in zijn schuitenmakerij dat hij na een aantal jaren het oude huisje kon vervangen door een veel grotere stolpwoning.
 
Maar er waren ook tegenslagen. Timmerbaas Arie Klaver begon in Obdam een schuitenmakerij en bijna alle katholieke klanten van Leegwater stapten over naar hun geloofsgenoot Klaver. Slechts vier katholieke klanten bleven Dirk trouw. Om het verlies van inkomsten goed te maken begon Leegwater een winkel in ijzerwaren en gereedschappen.
 

Pijnlijk voorval

In 1856 overleed de vader van Dirk Leegwater. Dirk nam zijn blinde en hulpbehoevende moeder in huis en samen met zijn vrouw Maartje zorgde hij voor haar. Zij overleed in 1860. Bij haar uitvaart deed zich een bijzonder pijnlijk voorval voor, waarbij pastoor Knulle van Obdam zich niet van zijn beste kant liet zien.
 
De toenmalige kerk van Obdam was gebouwd in 1664 voor de hervormde gemeente, maar in 1802 werd de kerk toegewezen aan de katholieken, inclusief de pastorie en het kerkhof. Zowel katholieken als protestanten werden op dit kerkhof begraven. Toen de begrafenisstoet de pastorie passeerde stond de pastoor in de deuropening van de pastorie en wenkte Leegwater. Deze stapte op de pastoor af en kreeg te horen dat hij eerst de grafrechten diende te betalen en pas daarna toestemming kreeg om zijn moeder te begraven.
 
Leegwater vond het moment zeer ongepast en dreigde zijn moeder weer mee naar huis te nemen. De pastoor droop toen af en de begrafenisstoet kon verder. Maar de pesterijen waren hiermee niet gedaan. Op het kerkhof had de pastoor kleden laten ophangen om de begrafenis te bemoeilijken en toen Leegwater een paar dagen de grafrechten ging betalen, vroeg de pastoor een veel te hoog bedrag voor het graf van Leegwaters moeder dat gedolven was op een van de minste plaatsen van het kerkhof.
 

Functies in hervormde gemeenschap

Dirk Leegwater had veel invloed op de hervormde gemeenschap van Obdam. Hij heeft hier verschillende functies bekleed: kerkvoogd, diaken en ouderling. De pesterijen van de pastoor zijn misschien wel de reden geweest waarom Leegwater zich bijzonder sterk heeft gemaakt voor de bouw van een nieuwe protestantse kerk mét een eigen kerkhof. De nieuwe kerk werd gebouwd tegenover het kerkje dat door de hervormde gemeente werd gebruikt nadat zij hun kerk in het centrum van het dorp waren kwijtgeraakt.
 
Het Brakenkerkje, de voormalige hervormde kerk, waarvoor Dirk Leegwater zich sterk heeft gemaakt. (Foto Piet Koenis)
Het Brakenkerkje, de voormalige hervormde kerk, waarvoor Dirk Leegwater zich sterk heeft gemaakt. (Foto Piet Koenis)
 
Het oude kerkje was eigendom van graaf Van Aldenburg Bentinck. Op verzoek van de rentmeester van de graaf heeft Leegwater op deze plek een nieuw huis gebouwd en is dit vervolgens zelf gaan bewonen. Leegwaters vrouw Maartje had helemaal geen zin om de nieuwe woning te betrekken. Ze werd tijdens de verhuizing door twee mannen opgenomen en in een schuitje gezet en naar het nieuwe huis gevaren. Achteraf was zij toch wel heel tevreden met haar nieuwe plekje.
 
Maartje Jantjes overleed op 17 oktober 1900. Zij werd begraven op het kerkhof van het kerkje waarvoor Leegwater zich zo heeft ingezet. Het graf werd afgedekt met een door Leegwater zelf vervaardigde, liggende steen met de volgende tekst:
 
De grafsteen van het familiegraf van de Leegwaters. (Foto Piet Koenis)
De grafsteen van het familiegraf van de Leegwaters. (Foto Piet Koenis)
Hier rusten van hunnen arbeid de echtelieden
Maartje Jantjes
Geboren 11 September 1814
Overleden 17 Oktober 1900
En
Dirk Leegwater
Geboren 30 Mei 1818
Overleden

De man maakte nieuwe pramen en schuiten,
En de lekke vaartuigen breeuwde hij dicht,
De vrouw zette ze in de teer, van binnen en buiten.
Het werk werd door haar moedig en vlijtig verricht,
Zij leefden eendrachtig zoo ook bij hun werk,
Dit schonk hun den moed en maakte hen sterk.
Zij zijn gehuwd geweest ruim negen en vijftig jaartjes,
Dit valt zeer zeldzaam voor met Dirken en Maartjes.
 
Dirk Leegwater overleed op 18 april 1912. De sterfdatum werd aan de voorzijde van de steen gebeiteld. Dirk werd bij zijn vrouw Maartje Jantjes begraven. De steen die het graf had afgedekt werd rechtop gezet en toen bleek dat aan de achterzijde de volgende tekst was gebeiteld:
 
Deze tekst kwam voor de dag na het overlijden van Dirk Leegwater. (foto Piet Koenis)
Deze tekst kwam voor de dag na het overlijden van Dirk Leegwater. (foto Piet Koenis)
Ik lig hier op een graf,
’t Zal ieder wel bewonderen
Eerlang keert men mij om,
Dan ziet men mij van onderen
Dan is mijn liggen afgedaan
En kom ik op dit graf te staan.

6 dec 1901
 
Bronnen: Dirk Leegwater. Herinneringen en overdenkingen uit de ervaringen mijns levens. Opgedragen aan mijne kinderen door mij, DIRK LEEGWATER eigenhandig geschreven. (Westfries Archief Hoorn, Bibliotheek 118I68) Autobiografie.

Tekst samengesteld door: Piet Koenis te Lelystad (2025)