Hard bestaan als priester in China en Taiwan
‘Mijn God, wat ’n leven’. Die verzuchting zou kunnen klinken bij het lezen van het levensverhaal van missionaris Johan Meijer (1886-1962) uit Spierdijk. Van een lang en keihard bestaan als priester in China en Taiwan getuigen de brieven, die hij schreef naar zijn familie in Nederland. In China verblijft hij van 1916 tot 1952, het jaar waarin hij ten gevolge van de communistische machtsovername het land moet verlaten en naar Nederland vertrekt. Ruim een half jaar later reist hij naar Taiwan – hier toen nog Formosa genoemd – waar hij tot zijn overlijden de missie zal dienen. Ontvangst in Spierdijk
Johan krijgt een feestelijke ontvangst in Spierdijk, waar hij de volgende dag zijn eerste heilige mis opdraagt. Hij verblijft slechts enkele dagen bij zijn familie en bij zijn ouders, die hun priesterzoon nooit meer terug zullen zien. Zijn bestemming wordt namelijk China. Ruim een jaar na zijn vertrek uit Spierdijk arriveert in augustus 1916 een bericht dat zijn behouden aankomst meldt.
Daarna volgt jarenlang een lange reeks brieven, die Johan Meijer gedurende bijna een halve eeuw verstuurt vanuit China en Taiwan naar de congregatie en naar zijn familie. Tezamen vormen ze de boeiende inhoud van het ‘Brievenboek van Johan Meijer cm’ dat in 2015 is verschenen onder de titel ‘Taaie trouw tussen donderbussen en voetzoekers’.
Leraar filosofie
Na zijn aankomst in China gaat Johan eerst een jaar lesgeven in de filosofie op het grootseminarie van de Lazaristen in Zuid-China. Vervolgens hij naar Kiangsi, de provincie die hij niet meer zal verlaten tot zijn ‘verbanning’ in 1952.Drie jaar geen brieven
In die oorlogsperiode duurt het ruim drie jaar voor er een op 12 september 1944 geschreven brief van Johan in Nederland arriveert. Pas in augustus 1946 kan Johan melden dat hij eindelijk weer eens een brief uit Nederland heeft ontvangen. Inmiddels laait de burgeroorlog tussen de communisten en de nationalistische regering steeds meer op.
De situatie voor de katholieke missionarissen in China verslechtert daarna snel. Eind april 1951 schrijft Johan: ‘Wij moeten blijven tot het einde, maar er is volstrekt geen hoop dat het er voor de katholieke kerk in China beter op zal worden. Waarschijnlijk zal ik niet doodgeschoten worden, maar uitgewezen.’
In november 1951 ondergaat Johan ‘een soort volksgerecht, waar bij wat mij betreft, niet zoveel voorviel. Ik ben niet ter dood, tot gevangenisstraf, of andere straffen veroordeeld. Maar ik mag sinds die tijd niet meer voor de gelovigen de mis lezen of andere godsdienstoefeningen houden.’
In april 1952 komt er voor Johan een einde aan zijn lange verblijf in China. Uitgewezen – net als vele andere missionarissen - door de communisten landt priester Johan Meijer 6 mei op Schiphol, na een verblijf van ruim 36 jaar in China. De terugkeer naar zijn geboortedorp Sperdijk gaat bepaald niet ongemerkt voorbij, hij wordt er met fanfare binnengehaald.
Rustiger leven op Taiwan
Gevraagd naar zijn plannen antwoordt de priester wel naar Amerika te willen, maar zijn volgende bestemming wordt het nationalistisch-Chinese eiland Formosa (nu Taiwan), waar tientallen priesters belanden, die eerder op het communistisch-Chinese vasteland hun geloof dienden.
Het leven van de missionaris verloopt op Taiwan heel wat rustiger dan in de voorgaande decennia. Zijn brieven gaan vooral over de geschiedenis van het eiland, de bevolking, de prachtige natuur en het heerlijke klimaat. In juli 1955 gaat het 40-jarige priesterjubileum van Johan Meijer niet ongemerkt voorbij. Confraters uit andere delen van het eiland en christelijke Chinezen komen op bezoek.
Met de ‘voortplanting van het geloof’ blijft het voortvarend gaan in Johans missiegebied. In 1957 is de twee jaar eerder door Johan gebouwde kerk al veel te klein.
Vierentwintig parochianen dragen Johan Meijer in 1962 naar zijn laatste rustplaats op Taiwan.
‘Ik word oud en stijf’
In 1959, het jaar waarin Taiwan wordt geteisterd door een hevige overstroming en een aardbeving met vele slachtoffers, schrijft Johan: ‘Mijn gezondheid is nog steeds goed, maar ik word oud en stijf, en ik ben gauw moe. Ik kan ook niet ver meer lopen.’
Op 30 december 1961 wordt Johan Meijer getroffen door een beroerte, waardoor hij drie dagen buiten bewustzijn is. In zijn brieven in januari is hij alweer optimistisch en vertelt over de gang van zaken in zijn missiegebied. Hij meldt inmiddels vierduizend personen te hebben gedoopt, gevolgd door de slotzin ‘Ik heb de laatste negen jaar niet stil gezeten. Hou je taai’. Het zullen zijn laatste brieven zijn. Per telegram krijgt de familie twee maanden later de mededeling dat Johan Meijer op vrijdag 16 maart 1962 in het ziekenhuis van Kangshan is overleden op 76-jarige leeftijd.
Vier dagen later krijgt hij een overweldigende begrafenis. Bij de heilige mis in de parochiekerk zijn tientallen priesters en meer dan duizend Chinese christenen aanwezig.
De grafsteen van Johan Meijer in de Taiwanese stad Kao-hsiung.
Familiebezoek aan Taiwan
In april 2018 reizen zes familieleden van Johan Meijer naar Kao-hsiung op Taiwan om een eerbetoon te brengen aan zijn graf. Ze worden hartelijk ontvangen door de geloofsgemeenschap in de laatste parochie, die hun (oud-)heeroom heeft gesticht. Zijn foto hangt daar nog in de pastorie te midden van foto’s van andere geestelijken die er hebben gediend. De naam van Johan Meijer leeft voort, zo blijkt tijdens een voor de familieleden georganiseerd diner.
Deze biografie is een korte samenvatting van het artikel over de Spierdijker priesterzoon Johan Meijer in het 89e jaarboek ‘West-Friesland Oud & Nieuw’ (2022, pag. 58 t.e.m. 73) door Peter Smit, tevens samensteller van bovenstaande tekst (Alkmaar, 2024).