Aljona Terzi uit Schermerhorn is de nieuwe miss Westfriese markt. Een luid applaus klonk toen Rob Hogenes donderdagavond 14 juni de naam van de miss 2012 bekend maakte. Velen hadden haar als uitverkorene op hun lijstje staan. Juryvoorzitter Hogenes prees het hoge niveau van de kostuums, hoofdtooi en sieraden. Veel japonnen waren bovendien door de draagsters zelf gemaakt. De jury koos uit de 21 deelnemers zeven in plaats van zes dames die doorgingen naar de volgende ronde. Deze zeven waren nipt aan elkaar gewaagd, aldus de voorzitter. Tweede werd Ingrid Strijbis uit Nieuwe Niedorp. Zij naaide haar jurk als cursiste van Kap en Dek bij docente Dicky Snijders. Nummer drie was Lies Smit uit Wognum, bestuurslid van Kap en Dek. Ook zij vervaardigde haar kostuum tijdens de cursus in het Timmermansgildehuis.

Spreekstalmeester Jos van Leeuwen en de verraste miss Aljona Terzi.
Aljona is eigenaresse van de stoffenwinkel met dezelfde naam aan de Nieuwe Laagzijde in Schagen. Vorig jaar zag zij tien keer de optocht voorbij komen en ze dacht: ‘Ik wil ook zo'n kostuum maken.’ Ze is volleerd naaister en kon al haar creativiteit en naaldkunst botvieren op haar schitterende japon. Sieraden van kornalijn gaven de finishing touch aan het geheel. Haar zwierige loop en haar mooie uitstraling completeerden het plaatje. Nu mag ze niet alleen kijken naar de optocht, maar voorin meerijden in de sjees van Simon Kroone.
Veel plezier en van harte gefeliciteerd! Dat geldt natuurlijk ook voor Ingrid en Lies!

Alle missen lopen na elkaar het plankier op.
Natuurlijk even naar bekende knikken en zwaaien.
Lies Smit uit Wognum.
Tweede werd Ingrid Strijbis uit Nieuwe Niedorp.
Willem van der Voort reikt het eerste exemplaar van de West-Friese Kroniek uit aan Teuna Engel.
Bij de eerste zeven hoorde ook Lida Grooteman-Dol uit Ursem.
Aljona wordt bewonderend bekeken door de aanwezigen.
Aljona maakt een buiging voor de jury.
Alles van waarde is weerloos – en dat geldt ook voor het oude akkerland ten zuiden van Twisk. Het bestuur van het Westfries Genootschap vindt het bijzonder teleurstellend dat de gemeenteraad van Medemblik vorige week heeft besloten dit historisch waardevolle land niet te behouden voor de toekomst. Het zal gevlakt worden.
Medemblik gaat prat op zijn erfgoed, ook met het oog op het toerisme in het agrarische achterland. Alleen al daarom is het van belang dit oude land onder de aandacht te brengen. Landschapsdeskundige Cor Spijker uit Oostwoud stelt: ‘Dit is geen kadetjesland. Het zijn hoge ronde akkers, begrensd door greppels. Op die akkers ligt een teeltaardelaag van wel 1 à 2 meter dikte, de zogenoemde tuineerdgronden.’
Zo zag het landschap in heel het Twiskerveld er vroeger uit!
Met een fietspad vlak langs dit gebied en een informatie bord erbij is deze plek een unieke kans om jong en oud wat mee te geven over de historie van deze streek. Een gemiste kans! Of kan het tij nog worden gekeerd en kan het weerloze zijn waarde behouden?
Onderstaande foto's geven een beeld van het oude land bij Twisk. Een nieuw aangelegd fietspad voert vlak langs dit perceel.





Het kunst- en erfgoedproject Beloofd Land in de voormalige Wieringermeer heeft een vervolg gekregen in de vorm van verhalenmiddagen in de nieuwe gemeente Hollands Kroon. Inmiddels zijn er twee Kroongetuigen-verhalenmiddagen geweest in in Breezand en Den Oever. Onder het genot van een kop koffie en thee kwamen luisteraars bijeen voor de verhalen van hun dorpsgenoten.
Komt u ook luisteren?
De volgende verhalenmiddag is 2 juni van 13-17 uur in de Laurenskerk, Kerkepad 2 te Kolhorn. Na een inleiding over de Waard- en Groet polder door historicus Frans Diederiks vertellen Puck de Groot, Willem Messchaert, Betty Goedhart, Bep Engel, Anton van de Kreeke, Lies Hoogland en Frans Schepers hun persoonlijk verhaal.
Op 9 juni is Kroongetuigen te gast in Dorpshuis de Harmonie in 't Veld, daar vertellen onder andere Theo Vertelman, Annelien Kranenburg, Jan J. Jong en Anja de Boer.
De serie Kroongetuigen wordt op 16 juni afgesloten in MFC De Doorbraak in Kreileroord. Daar begint Ina Hoogenbosch-Glas de middag met een verhaal over de Kano. Vervolgens komen bekende inwoners waaronder Herman Blokdijk, Annie Aukes, Yvonne en Kees van der Made aan het woord.
Verhalen in beeld
Neem een kijkje op de website voor beelden van de verhalenmiddagen en de terug- en vooruitblikken: www.kroongetuigen.nl.
Op zondagmiddag 6 mei opende Ina Broekhuizen de nieuwe tentoonstellingen in het Molenhuijs Waarland (Hoebelaan 5). Dit gebeurde door het hijsen van de Westfriese vlag.
In het museum is een vaste expositie te zien over de waterschapsgeschiedenis van Waarland en omstreken en een grote luchtfoto van het dorp uit 1945. Daarnaast zijn er twee nieuwe tentoonstellingen.
De genealogie van de familie Poland wordt op vijf panelen in beeld gebracht en twee kunstenaressen Lucia Admiraal en José Klaver exposeren met respectievelijk glaswerk en schilderijen onder de titel Kleurrijke vaardigheden.
De molen die prominent achter het Molenhuijs uittorent, wordt de komende tijd van binnen en van buiten gerestaureerd. Het interieur zal zoveel mogelijk in de oude staat worden teruggebracht.
Deze molen is eigendom van de stichting De Westfriese Molens.

Een onthulling – werd er voorspeld. Een opzienbarende vondst! Kom op 29 maart 2012 kijken en luisteren in het voormalige gemeentehuis van Venhuizen, zo luidde de uitnodiging. Dus stapten Netty Zander en ik die donderdagochtend vroeg in de auto om naar Venhuizen te rijden.
De zaal zat al snel vol met belangstellende historici en betrokkenen van de gemeente Drechterland. Foto's en delen van eikenhouten balken met daarnaast een kettingzaag maakten de aanwezigen duidelijk dat het hier ging om een vierkant van de gesloopte boerderij Streekweg 1 (eigenaar: familie Wiering).
De gemeente gaf opdracht aan Archeologie West-Friesland en Bouwhistorisch onderzoeksbureau Meijers uit Twisk om deze stolp te onderzoeken. Het ging daarbij om houtmonsters uit de balken. Bij de stichting RING in Amersfoort werden de jaarringen van het hout onderzocht. Opzienbarend was de conclusie dat de bouwdatum van de boerderij ligt rond 1560. Dit is ruim een halve eeuw eerder dan de oudste stolpen tot nu toe.
Hiermee werd de stolp aan de Streekweg verklaard tot oudste boerderij van West-Friesland.
Jaarringonderzoeker en archeoloog Dieuwertje Duijn bij de stukken van 't vierkant van de gesloopte boerderij Streekweg 1 in Hoogkarspel.
Jaarringonderzoekster en archeologe Dieuwertje Duijn vertelde met verve over haar werkwijze, waarna archeoloog Michiel Bartels een pleidooi hield voor een gedegen bouwhistorisch onderzoek naar de stolpen die er nu nog staan in West-Friesland.
‘Sinds de Tweede Wereldoorlog is meer dan 40% van de stolpen gesloopt. Hiervoor zijn veelal geen boerderijgebouwen meer teruggekomen.’ Slechts een klein deel van de stolpen staat op de Monumentenlijst. Het behouden van stolpboerderijen lijkt daardoor afhankelijk te worden van de goedwillendheid van de eigenaren. ‘Van belang is een discussie over hoe we de handen ineen kunnen slaan voor onderzoek aan de Hollandse piramides’, stelde Bartels.
Tijdens de vragenronde werden suggesties in die richting gedaan, zorg uitgesproken en ook verklaard dat er in Binnenwijzend wellicht een nog oudere stolp zou staan. Tja, dat gebeurt wanneer je pretendeert de ‘oudste’ te hebben ontdekt. Wie weet welke verrassingen er nog meer schuilen onder de driehoekige daken en achter hoge darsdeuren.
Onze eigen Bouwhistorische commissie kan in het onderzoek ook een rol in spelen. Weet u een stolp die gesloopt of ingrijpend verbouwd gaat worden, meld dit dan s.v.p. bij ons secretariaat!
Marja Koens is kunstschilder en woont in Groningen. Ze schildert onder meer leesplankjes met woorden in verschillende dialecten. Ruim twee jaar geleden bedacht ze dat het leuk zou zijn om een West-Fries leesplankje te maken.
Ze nam contact op met Ina Bak, de toenmalige voorzitter van de stichting Creatief Westfries. In overleg met enkele leden van die stichting zijn de woorden gekozen. Alle klinkers en medeklinkers moesten aan bod komen. Ook moest er een afbeelding te maken zijn die bij zo'n woord past en die Marja inspireerde tot een fraai klein schilderijtje.
En nu is de klus geklaard: het West-Friese plankie is klaar!
Marja noemt haar leesplankjes niet aap-noot-mies plankje, maar ze gebruikt de eerste drie dialectwoorden.
Het West-Friese leesplankje heet dus aagie-stookie-wiel plankie.
De primeur is nu op onze website te zien.
Wanneer het plankje in de handel komt, is nog niet bekend.
U wordt daarvan op de hoogte gehouden.

Op het verzoek om de tekst van de voordracht De Klompies kregen we twee reacties.
De inhoud komt op hetzelfde neer, maar de teksten zijn toch verschillend.
Hieronder de beide voordrachten. Dank aan de inzenders!
Goeieneivend, allegaar tesamen
wat hewwe jullie hier een skik!
Ik docht: ik loop ‘rs efkes binnen,
want weer skik is, deer bin ik.
Ja, jullie zelle wel zegge:
‘Jíj hewwe je toid aars had.’
Maar vroeger kon ik niet,
toen 'k in de kloine joôs nag zat.
Ik hew 'r tien, da's gien gekhoid,
allegaar zo in 't verskiet.
Ja, den komt 'r heêl wat koike,
ik gun 't 'n aar den ok niet.
Moin man, dat was zô'n prusser!
Een koetje of acht en den wat bouw,
en den hillegaar gien cente,
den raak je wel d'rs in 't nauw.
Ik was bloid as alles weer te bed leê,
en ieder had weer zain gerak.
Den gong 'k de klompies telle,
in 't hossie, op moin gemak.
Maar 't was 'ris op een eivend,
deer was ien paar te kort.
Hoe of 'k ok al telde,
't wás en 't bleef vort.
Ik zee: ‘Man, jij mot 'ris koike,
d'r is ien paar te kort.’
Hai zoit: ‘Leit moin maar d'ris telle,
gaan jij maar d'ris efkes vort.’
Moin man an 't tellen: ‘Ien, twei, drie paar,
vier, voif zes, zeuven paar, acht, negen…
Ja, vrouw, ien paar dat is 'r niet.
Ik mis 't kloinste paartje,
da's 't paartje van kloine Piet.
Ik hew 'm toch z'n stikkies geven,
hai zat in 't hoekie bai de kast,
den mot-ie later vort gaan weze,
tóen was-tie d'r, da's vast.’
Wai an 't zoeken in de skure,
op 't erf en in de boet,
bai de ierpoel, bai de bure,
ja, zelfs in 't hokkie bai de toet.
Nergens, nergens was oôs Pietje,
gien geluidje wier d'r hoord.
Ik liep 'r al van te grienen,
mens, mens, wat was ik beloord.
Ik gong toe maar weer nei huis toe,
en deer was 't 'n lawaai.
't Kwam uit de bedstee in de koejes,
een spektakel en 'n kabaal!
Ze sliepe deer altoid mit z'n drietjes,
Jan en Kees en kloine Piet,
maar ik was veself niet woizer
of oôs Piet, die was 'r niet.
Ik zee: ‘Hoe zel 't nou weze
ik bin evegoed al zo akelig naar,
en den jullie nag zô'n herrie,
koppe dicht, hoor, allegaar!’
‘Ja, dát denk 'k ok’, zoit Jantje.
‘Wai make hier voor niks gien pret,
oôs kloine Piet, die skopt oôs,
want hai lait mit klompies an te bed!’
Nou, ik bloid, da' begroip je,
wég was opiens al moin verdriet!
het beddegoed zat vol met prut, oôr,
maar een standje kreeg Piet niet!'
Goeieneivend allegaar tesamen
wat hewwe jullie hier een skik,
ik docht ik loop 's effe binne
want weer skik is deer ben ik.
Ja, jullie zelle wel zegge :
jij hewwe je toid aars had,
maar vroeger kon ik niet
toen ik in de kloine joôs nag zat.
Ik hew er tien, 't is gien kloinighoid
allegaar zo op mekaar
en hêlegaar gien cente
nou den gaat 't welders raar.
M'n man was ok maar zo'n prusser
een koetje of acht en den wat bouw
d'r komt heel wat boi koike
den wil je welders an de sjouw.
Ik wist ok welders niet hoe'k ‘t had
al die joôs zo om je bien
en al dat werken, al dat naaien
gun 't werkelijk an genien.
‘k Was bloid as de dag om was
en alles was weer goed en wel,
want dat spande d'r om, hoor
ik raakte welders van de rel.
As den alleman te bed lag
's eivends na de warme prak
gong Jan altoid de klompies telle
in de hos op z'n gemak.
Maar 't was ‘rs op een eivend
hai was deer en hai bleef deer maar.
Ik zoi op slot: “nou Jan, weer bloif je?”
Hij zoi: “Ja, vrouw, 't zit zo raar.
Ik tel al zeuven kere over
maar d'r is ien paar te kort.”
Ik zoi: “Leit moin maar d'rs effies telle.
Gaan jij maar d'rs effies vort.
Ien, twei, drie, vier, voif, zes, zeuven, acht, negen en niet meer
Ja man, ‘k zie de kloinste klompies niet
De kloinste klompies
Dus, das Piet.
Ik hew hem toch z'n stikkies geve
Hai zat in 't hoekie boi de kast.
Den moet 'ie later vort gaan weze
Want toe was 'ie d'r, das vast.”
Nou woi zoeke, roepe, koike
Op 't urf en in de boet
boi 't boenhok en langs de sloôt
En boi 't hok van de toet.
Nergens, nergens was oôs Pietje
Gien geluidje werd er hoord
Ik liep er van te drensen
Mens, mens wat was ik beloord!
Ik ben maar weer naar huis toe gaan
Deer was 't een leven en lawaai
't kwam boi de koejes vandaan
Een geskreêuw en een poehaai
Ze sliepe deer altoid met z'n drieën
Jan, Kees en kloine Piet
maar ik was vezelf niet woizer
of oôs Pietje was ‘r niet.
Ik zoi: “Hoe zal 't nou weze
‘k ben evegoed al zo vreselijk raar
En jullie nag zo'n ruzie
Stil, koppe op mekaar.”
“Nou dat denk ik ok”, zoi Keesie
“We make hier voor niks gien pret
Piet die skopt oôs, dat snotjoôn
loit met z'n klompe an te bed!”
Nou, ik bloid dat begroip je
weg opiens al moin verdriet
't beddegoed was puur met prut, hoor,
maar een standje kreeg oôs Pietje niet.”
Ina de Vries uit Hengelo is al een hele tijd op zoek naar een oude voordracht in het West-Fries. (uit ongeveer 1960). Die voordracht heet De Klompies en gaat over een moeder die elke avond de klompies van haar tiental telt en zo weet dat ze allemaal in bed liggen.
Ina weet alleen het begin en dat gaat zo:
Goeieneivend allemaal tesamen
wat hewwe jullie hier een skik
ik docht ik kom 's effe binnen
want weer skik is deer ben ik
jullie zelle wel zegge
jij hewwe je toid aars had
maar vroeger kon ik niet
toen ik in de kloine joôns nag zat
Hierna volgt nog een heel stuk waar zij naar op zoek is.
Ina hoopt op een reactie.
Weet u een deel of liever nog het hele rijm, neem dan contact op met:
Tel. 0229 217121.
In deze rubriek staan liedjes en voordrachten die vroeger in West-Friesland werden gezongen of ten gehore gebracht bij een bruiloft of een ander feest.
Aanvullingen zijn altijd welkom! Ook als u maar een deel van een tekst weet, kunt u die opsturen. Wellicht kennen anderen die tekst wel.
Opsturen kan per mail:
Wie kan de tekst aanvullen van de voordracht Te warskip, die hieronder staat?
Deze oude voordracht werd ingezonden door Riet Kuin-Ooijevaar uit Wervershoof.
Er ontbreken twee coupletten aan het eind. Wie weet de tekst daarvan?
Moin man zee iemeslesten: 'Meroitje, weet je wat,
wai hewwe nou nag nooit 'rs gien dag vekantie had.
We hewwe al oôs dage maar loupen en maar sloufd,
we moste d'rs te warskip gaan, had ik zomaar in m'n houfd.'
Ik zoi: 'Malle kwibus, hoe kom je deer nou bai?
De bône moete in 't zoutvat, dat kin toch zomaar niet vrai?'
Maar ja, 't most toch beure, dat ik - ik kreeg 't drok
met stoppen en met naaien en meer van zok en zok.
Maar op 't lest was alles toch pittig voor mekaar
't leste pluurtje dichtnaaid en alles kant en klaar.
We ware op z'n zundes, Jan had z'n steertjas an
en ik m'n beste kleidje, zo ginge we uitverdan.
We hadde ouwe bure, die weunde in de stad
deer ginge we nei toe, zien, noh, we hewwe 't er pittig had.
't Was wel een hêle rois, hoor, we ginge met 't spoor
maar op 't lest den wor je zomaar wat louf en goor.
Maar deer had ik voor rekend, wat appels in m'n zak
en sletjes in m'n diesek, dat was een groôt gemak.
We kwamme in de stad an, oh, oh, wat was 't deer drok
ze keke nei m'n hultje en boerehoedje ok.
't Was wel een beetje vreemdig, 's nachs in zô'n open bak
en den in huis op 't huisie en meer van zuk gerak.
-
Ik zocht nei Jan maar die sting al efkes an de doik,
hoi zoi: 'Meroi, kom ok 'rs, ik staan hier wat te koik.'
't Zontje ging met onder, de skeipe kwamme thuis
en ik en Jan die zoide: 'We gaan gien meer van huis!'
(Tekst en muziek: Fred Groot)
Op 't plointje bai de herberg deer benne ze an de veert,
een zweef, een kraam, een skiettent, een spul met ien aref peerd.
D'r komt ok een tent met klône, zoit Gert van Janbuur en lacht
want straks zal 't kermis weer weze en 'k zing bai m'n oigen al zacht…
Refroin:
Efkes de bientjes nou van de grond,
't is zo'n mooi woisie dat zwier maar in 't rond
Jasper, Meroitje en Griet
Aaltje van Gertbuur en Piet.
Nou de zurrege an de kant
kermis is 'r weer in 't land
't is voor allegaar
en 't komt maar iens in 't jaar!
En alles wordt pikt en dreven, want alleman kroigt een gast,
we skake en we skure en 't nuwe kleidje wordt past.
Wat spouwers en 'n tulband en rookvlees wordt 'r al brocht
want straks zal 't kermis weer weze en deervoor is alles al kocht…
Refroin
Verrut, nou is 't begonnen, gien mens bloift thuis, wel nei!
De zweef speult al z'n woisies, deer zwiere ze allegaar mee.
We gaan naar 't eerste deuntje, van ien, twei, drie, goed in de maat,
gien ien in de stad ken zo danse zoas 't in West-Friesland gaat…
Refroin
(opgestuurd door mevrouw Tiny v.d. Nes uit Midden Beemster, zij kan deze voordracht ook zingen)
Hij:
Hew 'k jou niet eerder zien?
weer dat ben 'k vergeten.
Ja, dat hew ik ook al docht,
'k had alles effies naar jou keken.
Zij:
Vroeger hew 'k al 's met jou danst
in Limmen of Zuid Laren
of was 't misskien in Akersloot,
't was in oôs jonge jare.
Refrein, samen:
't Was in de herfst, m'n oud,
't was op de breg,
Deer was zo'n lollig feist
Weet je nag, zeg.
Hoe lang is dat nou lee,
Voor jou en main?
Maar de herinnering
die blaift oôs bai.
Zij:
Santemekramen een lange rai
Koek om op te kouwen,
's eives was 'r muziek en dans
gonge wai kermis houwe.
Hij:
'k Hew jou toen naar huis toe brocht,
je weunde in Noord Skarwouwe,
We krope nag effies in de skuur,
Zij:
Zeg, wul jij je mond welderus houwe.
Refrein samen
Hij:
'k Weunde jare in Spierdijk,
een huisie an de Linde,
'k Weunde bai m'n zuster in,
'k kon 't wurrempel met heur vinde,
Zij:
Jare komme, jare gaan
Zo is 't, zo mot 't weze
En as 'k jou 'rs vrage mag
uwes kon toch de toekomst leze?
Refrein samen
Hij:
Zulle we saampies trouwe gaan,
'k Hew nag puur zo'n zooitje cente,
Saampies in een heêl leuk huis,
Met een zooitje rente.
Zij:
Oh, dat vin 'k verlegen fain
'k dorst dut best te wagen,
Dat jai main nag te lange lest
ten huwelijk kwam vrage.
Refrein samen:
't Was in de herfst, m'n oud,
maar jong van hart,
en dêle heêl wat jare
vreugd en smart.
Hoe lang zal dat nag zain,
voor jou en main
maar de herinnering,
die blaift oôs bai!
Een West-Friese schibboleth
(Schibboleth (Hebreeuws, uit Richteren 12:6) is een herinneringswoord, een herkenningswoord, een kenmerk, kenteken van de spraak waaraan men kan horen of iemand tot een bepaalde bevolkingsgroep/partij behoort)
Weet je wat een miesker is
en een puntje op de mis
en de hulfte in 't hossie
en wat is punneke op een klossie?
Wat is bikkele op de bak
wat een kiep en wat een jak
wat betekent: hai stiemt of?
Springe met de boereplof
wanneer bleis je in een spouwer
riep je wel 's: 'Wat een sjouwer!
net baitoi(d)s bin 'k binnen mikke!'
Nou, den bin je net as ikke.
Refrein:
O taal, die w'eens van onze moeders hoorden
vergetelheid bedreigt u in 't verschiet.
Gij zijt ons lief, wij kinderen uit het noorden
ons oud-Westfries, dat schaamt ons niet.
Wat is een boeiskop en een zain
graasde butter en een tain
wat is pent en prol en troet
en wat: de toet is in de boet?
Je binne toch gien groôske tiet
't oôtje of een lange sliet?
Kin je een huut, een voôl, een ket
en een beers die biene het?
Hou je ok van alderhand
of hew je liever tulleband
deid je soms je bord ofslikke?
Nou, den bin je net as ikke.
Refrein
Speulde je ok wuppele-deêltje
zong je: 'Jan die sleipt bai Neêltje'
en den: 'Neêltje sleipt bai Jan
al in de koekepan'?
Hew je wel d'rs sloôtje sprongen
heugt je hoe de joôs toe zonge
- 't water saipelde uit je broek -
huizehoug: 'Een snoek! Een snoek!'
Hoe je - in de poepsekarn zat,
deer liep je as een natte kat!
Moeder zai: 'Wel potverdikke!'
Nou, den was ze net as ikke.
Refrein
Wat is wapele en een steek
een spekmof en een skeipeteek
wat is: 'k gaan de wilge bolle,
kaik 'rs hoe de eende polle.
Wat is wel: een skeip moet ône
eek en stroop op gêle bône
wat is een breg en wat een steg
had je skot soms in de reg?
Wat is stenne, penne, peêuwe
'k moet efkes ruste om te beseêuwe
ik bin hooigat en ik fnies.
Wie dat nag weet is een Westfries!
De vier jaargetijden
Door Louise Fleuron, waarschijnlijk uit 1932.
Ingezonden door M. M. Slikker-Kijzers, die het als kind van haar moeder leerde.
Het voorjaar
Hij vijftien, zij zestien, de jaartjes gekomen, onschuldig rein
Twee hartjes door Amor tezamen gekomen, dat moest zo zijn
Kort is nog 't rokje en kort nog 't broekje van haar en hem
Toch zoeken ze samen een rustig stil hoekje, hij fluistert met bevende stem:
'Toe, geef mij een zoen', maar ze fluistert ontdaan:
'Foei, dat mag je niet doen, docht ze laat hem maar gaan
Kust hij haar voor de eerste keer, doet ze net of 't haar griefde
Dra kust hij haar weer, 't is de lente der liefde!'
De zomer
Meestal blijven zij die zo vroeg zijn begonnen hun liefde trouw
Dan heeft hij na jaren geheel haar gewonnen, ze wordt zijn vrouw
Zijn liefde tot nu toe in banden gekluisterd viert hooggetij
Hij neemt zijn lief vrouwtje in d'armen en fluistert eerst: 'Nu ben je werkelijk van mij!'
Kussen zij elkaar met een vrolijke lach
Dat doen ze zo waar honderd maal op een dag
't zij vroeg of 't zij laat, kusjes moeten zij geven
nooit hebben ze genoeg, 't is de zomer van 't leven!
De herfst
Nu komen er kleintjes en daarbij de zorgen om het bestaan
Een kus in de morgen en één in de avond, daarmee is 't gedaan
Wanneer zij des avonds om elf uur gaan slapen dan zijn zij moe
Dan ligt hij met zijn mond als een hooischuur te gapen en draait hij zijn rug naar haar toe
Dan zegt hij: 'Nacht, vrouw' en ze mompelt: 'Nacht, man'
een nachtzoen, hij slaapt, weet nergens meer van.
Dra slaapt ook z'n vrouw maar ze mompelt nog even:
'Vroeger sliep je niet zo gauw', 't is de herfst van 't leven!
De winter
Nu zijn ze in de winter van 't leven getreden, vergrijsd is 't haar
Dat zij elkaar kusten is lang reeds geleden van 't gouden paar
Maar op deze dag komt de herinnering weder van 't gouden feest
Dan lacht zij heel teder en hij zegt verlegen: 'Ach vrouw, wij zijn ook jong geweest.'
Dan spitst zij de mond met geen tand er meer in
en drukt hem een kus op z'n stoppelige kin.
Dan zegt zij: 'Och Heer, zo veel kusjes gegeven
hebben wij lang niet meer, 't is de winter van 't leven!
In deze geluidsopname uit 1969 leest mevrouw Trijntje Claij (dan 77 jaar oud) het rijm ‘Jan Teunis’ voor. Jan is een boerenzoon die een meisje op het oog heeft om mee naar de kermis te gaan. In het rijm komen oude gezegdes en gewoonten aan de orde.
Mevrouw Claij was getrouwd met Cornelis Tuinman, zij woonden in de Zak van Hauwert, in de laatste boerderij aan de westkant. Haar ouders waren Klaas Claij en Dieuwertje Claij-Claij. Ze kreeg drie kinderen: Antje, Klaas en Dieuw.
De geluidsopname is voor de website beschikbaar gesteld door Kees Kruisdijk, zoon van Antje Tuinman.
Jan Teunis door Oma Tuinman. (mp3, 3MB)
Klaas Claij en Dieuwertje Claij-Claij ouders van T.Tuinman-Claij.
Cornelis Tuinman en Trijntje Claij met Antje Tuinman.
Foto Zak van Hauwert uit het blad De Boerderij 02-02-1955.