
Zuster Vendel, de zingende wijkverpleegster
In april 1936 werd Cornelia Vendel aangesteld als wijkverpleegster in dienst van de katholieke kruisvereniging Wit-Gele kruis in Westfriesland. Haar wijk telde vier parochies Spierdijk, De Goorn, Ursem en de Zuidermeer, een zeer groot werkgebied. Ze bleef in dienst tot 1964.
Cornelia werd geboren in 1904 in Den Haag, haar vader (geboren in Schermerhorn) was daar kruidenier geworden. Ze groeide op in een katholiek gezin van tien kinderen. In 1928 ging ze werken in de zelfstandige kraamkliniek Frankenslag in Den Haag. Tussen 1930 en 1935 behaalde ze in ziekenhuizen in Schiedam en in Delft het diploma A (verpleegkunde) en het diploma B (geesteszieken), en rondde dit af met de kinderaantekening. Ze voldeed toen aan de hoge eisen voor toelating tot de wijkverpleging.
Rechterhand dokter Bloem
Zuster Vendel werd de rechterhand van de katholieke dorpsarts dr. Bloem in Spierdijk. De zusters Franciscanessen boden haar onderdak in een kamer van het in 1932 gebouwde bejaardenhuis, St. Theresia-oord, naast de katholieke kerk. Het grote doktershuis van dr. Bloem stond wat verderop langs de Spierdijkerweg bij afslag naar de Korte Verlaatsweg. Daar vertrok Zuster Vendel bijna dagelijks op de fiets om bij de mensen thuis zieken te verplegen en injecties en medicijnen te geven. Alles hiervoor ging mee in de fietstassen.
Cornelia Vendel in 1938.
Ze werd in haar wijk het wakende oog voor dokter Bloem die een zeer groot patiëntenbestand had tot in de Schermer, de Heerhugowaard en Spanbroek aan toe. Besmettelijke ziektes onder kinderen en volwassenen zag ze vaak eerder dan dokter Bloem. Geducht waren de nieuwe tuberculose-uitbraken, de ziekte waar kruisverenigingen in Nederland al dertig jaar tegen streden. Bezorgd keek zuster Vendel naar de uitbraken van runder-tbc in haar werkgebied, een ziekte die ook op mensen kon overslaan. De verpleging van een tbc-patiënt lag geheel op haar schouders totdat ze - vaak na veel moeite - ergens in Nederland een plaats vond in een sanatorium van de kruisvereniging.
Haar werk kon ook riskant voor haar zelf zijn zoals bij een grote tyfusuitbraak in het gezin Smal in de oorlogsjaren. Zieken en gezonden werden daar in huis volledig gescheiden. Dagelijks kwam zuster Vendel voor het wassen en de verdere verzorging van de zieken, op afstand gaf ze instructies aan de nog gezonde kinderen. Voor ze vertrok ontsmette zij ook zichzelf met de stinkende lysol, in de hoop dat het werkte. Drie familieleden overleefden het niet. Het verhaal is terug te vinden in het jaarboek Hemony 2006.
Aandacht vragen voor meer hygiëne
De wijkverpleging was rond 1900 ook opgericht om voorlichting te geven over goede hygiëne in huis om het grote aantal ziektenuitbraken te verkleinen Het was ook in Westfriesland een terugkerend onderwerp bij de huisbezoeken van de wijkzuster en op voorlichtingsbijeenkomsten voor plattelandsvrouwen.
Zuster Vendel wist dat ook in haar wijk voor vele inwoners het wassen van het lichaam geen dagelijkse bezigheid was: ‘Een ‘lappie’ over de handen en het gezicht ’s ochtends was voldoende.’ Een deel van de patiënten waste het de rest van het lichaam zelden of nooit. Vele woningen waren verouderd en gebrekkig. Daar sliepen nog vele mensen dicht bij elkaar in bedsteden of in de ruimte eronder.
Meerdere malen moest zuster Vendel in een bedstee klimmen om achterin een langdurig zieke te kunnen verplegen. De bedstee ging ze zien als een bron van ziekten die werden versterkt door gebrekkige verwarming of tocht in de boerderijtjes of landarbeiderswoningen. Het eerste succes boekte ze in de jaren vijftig, er kwamen geleidelijk in haar wijk eenvoudige douchemogelijkheden in huis. De bedsteden verdwenen bij de renovatie of nieuwbouw van woningen in de groeiende welvaartsjaren na 1965.
In verpleegstersuniform op de fiets
Zuster Vendel fietste per week enkele honderden kilometers. De adressen die ze op één dag bezocht konden wel tien kilometer uit elkaar liggen. Bij haar afscheid in 1964 gaf ze toe dat ze bij harde wind in het open landschap uit vermoeidheid wel eens had moeten afstappen. Onder normale weersomstandigheden vond ze afleiding door het zingen van liederen op de fiets, zo ontstond haar bijnaam ‘de zingende zuster’. Ze werd op de wegen in haar wijk een bekendheid.
Ze maakte lange dagen. Zelfs de avonden in haar kamer in Theresia -oord werden nog wel eens onderbroken door een noodgeval waarbij dr. Bloem haar hulp nodig had. Gelukkig was er dan wel de doktersauto met chauffeur. Ook mevrouw Bloem trok aan haar. Spierdijk telde vele ‘priesterzonen’, vooral missionarissen die verspreid over de wereld werkten. Door jaarlijkse missieacties in de parochie Spierdijk werd hun werk daar financieel ondersteund. Voorzitter van het missiecomité was mevrouw Bloem. Zuster Vendel werd een betrokken penningmeester, ze had zelf een broer en twee zussen in de missie.
Vertrouwensband
Slechts tweemaal is zuster Vendel voor haar werk gefêteerd, bij haar 12,5-jarig jubileum (1948) en haar 25-jarig jubileum (1961), en beide keren op een katholieke wijze. Er was ’s ochtends een Plechtige Heilige Mis met drie heren en met het parochiezangkoor. Haar moeder zat met andere familieleden dan voorin de kerk. Tijdens de middagreceptie in het dorpscafé werd ze door belangrijke mensen uitbundig geprezen voor haar onbaatzuchtig werk voor een gezondheidssysteem in een gebied dat ver van de ziekenhuizen in Hoorn en Purmerend lag. Auto’s reden daar toen nog weinig en het openbaar vervoer was zeer beperkt.
In 1947 was er een geschenk van de bevolking waar volgens de krant ook ‘minvermogenden’ flink aan hadden bijgedragen. Honderden huismoeders kwamen haar feliciteren. In 12,5 jaar tijd had zuster Vendel met hen een vertrouwensband opgebouwd. De gesprekken thuis gingen niet alleen over gezondheid maar ook over andere zaken die daar leefden. Iedereen wist dat Zuster Vendel in het openbaar nooit over haar werk en de persoonlijke contacten sprak. Tijdens haar 25-jarig jubileum prees een spreker haar als een ‘bek-vaste wijkverpleegster’.
Na 1950 werd zuster Vendel ook betrokken bij nieuwe ontwikkelingen: de zittingen van de schoolarts en consultatiedagen voor baby’s. Tegelijk nam in haar wijk door de naoorlogse geboortegolf het aantal patiënten toe.
Om haar werk en reistijd te verlichten kreeg zuster Vendel eerst een ‘dienstbrommer’ en daarna haar geliefde dienstscooter. Foto uit 1961.
Gebrekkige bejaardenzorg
In jaren vijftig werd de bejaardenzorg haar grootste zorg. Er waren nauwelijks oudedagvoorzieningen in haar werkgebied. Theresia-oord in Spierdijk telde 32 kamers voor bejaarden die over een enig vermogen beschikten. Daarnaast waren er ook twee grote zalen, elk voor tien personen die slechts een bed en een kastje hadden. Echtgenoten moesten daar gescheiden leven.
De meeste bejaarden in haar wijk woonden in de jaren vijftig thuis vaak samen met het gezin van een van hun kinderen en ook nog ongetrouwde kinderen. Er was in de voorafgaande crisis- en oorlogsjaren nauwelijks gebouwd. En geld voor woninguitbreiding ontbrak. Kleine boeren of tuinders werkten zo lang als het lichaam toestond door. Pas in 1956 kregen kwam er een AOW voor alle ouden van dagen.
Theresia-oord naast de kerk van Spierdijk. (foto Co Beemsterboer)
De meeste bejaarden stierven thuis, vaak na een lang ziekbed. Zuster Vendel verpleegde hen en zorgde ook voor ‘het afleggen’ na overlijden. In vele rouwadvertenties wordt ze voor haar grote betrokkenheid en inzet bedankt.
Vele bejaarden die thuis woonden gingen haar zien als hun steun en toeverlaat. Ze bewonderden zuster Vendel die achter de schermen streed voor een wijkgebouw voor een bejaardensoos en voor betere medische voorzieningen in elk kerkdorp . Wijkgebouw De Buurt in Ursem (1963) was een resultaat. Trots waren de bejaarden als zuster Vendel met hun meeging bij het jaarlijkse bejaardenreisje vanuit een kerkdorp, voor deel van de groep het enige uitje in het jaar.
Zuster Vendel, vooraan vierde van links, tijdens een van de bejaardenuitjes. Uitsnede van een groepsfoto, voor de hele foto en de namen: zie beeldbank HVU, zie bronnen.
Uit beeld geraakt
Vanwege de zwaarte van wijkzusterschap moest zuster Vendel op zestigjarige leeftijd in 1964 met pensioen Of ze dat wilde blijft de vraag, ze ging direct daarna een vakgenoot in Grootebroek tijdelijk waarnemen. Daarna is er geen enkel krantenbericht, artikel of foto over haar te vinden. Tot 1980, dan neemt ze afscheid als directrice van het bejaardenhuis De Rustenburcht in Ursem.
Zuster Vendel neemt afscheid als directrice van De Rustenburcht, op de voorgrond haar opvolger.
In 1986 overlijdt zuster Vendel in Westerkoggenland. Haar naam bleef er rondzweven getuige de oproep in 2024 om verhalen over haar aan te leveren voor de Wogmeer Kroniek.
Bronnen:
Westfries Archief
Noord-Hollands Archief
https://www.delpher.nl/nl/kranten
Westfriesch Dagblad
Nieuw Noord Hollands Dagblad
Maasbode
Historische Kring Ursem beeldbank https://www.historischekringursem.nl/cgi-bin/beeldbank.pl
Hemony jaarboek 2006
Tekst samengesteld door: Peter Wester te Beuningen (Ov.), (2025)
Noord-Hollands Archief
https://www.delpher.nl/nl/kranten
Westfriesch Dagblad
Nieuw Noord Hollands Dagblad
Maasbode
Historische Kring Ursem beeldbank https://www.historischekringursem.nl/cgi-bin/beeldbank.pl
Hemony jaarboek 2006
Tekst samengesteld door: Peter Wester te Beuningen (Ov.), (2025)