Mart Stel
Vier eeuwen ligt het land
hier tussen tocht en sloten
De grond nog altijd zompig,
rietkragen om de polders
Reigers speuren, hoenen hikken,
futen tonen koninklijke trots
De eenhoorn lacht
De grote stolpen staan symmetrisch
uit elkaar, tonen nog het kapitaal
uit walvisvaart en gouden handel;
Spiegels van de grachten
Daartussen strepen van polderwegen,
model voor Manhattan's stratenplan
De eenhoorn schouwt
Seizoenen doen hun vaste rondegang
Dromerige zomermaanden verjaagd
door watervlagen en dekens van mist,
kruipend uit de vaarten. Dan soms weken
Van helderheid en ijs. Tot de kieviten
het land weer voorjaar dagen
De eenhoorn lijdt
Dit op het land waar eens moerassen
waren en meren waaraan Leeghwater
zijn naam ontleende. Dit op het land
dat nog steeds terug verlangt naar zee,
de dag wacht tot de dijk bezwijkt
en het water weer zijn aandeel eist
De eenhoorn zwijgt
Op de Walingerdijk tussen Avenhorn en Ursem staat een 18de-eeuwse banpaal, bekroond met een eenhoorn met het stadswapen van Hoorn. Het jaartal 1408 op de paal verwijst naar het jaar van de uitbreiding van het stedelijk rechtsgebied van Hoorn en de omliggende dorpen. (Foto Theo Mes)
Zie ook: West-Friesland toen en nu 9.11 Banpaal op de grens van Westwoud.
Verhaal van de maand
Iedereen kan voor deze rubriek verhalen insturen. De verhalen moeten zelf geschreven zijn en de Omringdijk als thema hebben. U kunt uw verhaal (of gedicht) sturen naar het Westfries Genootschap.
Iedere eerste maandag van de maand wordt er één nieuw verhaal geplaatst.
De overige inzendingen worden bewaard voor een andere maand.
Dat de muskusrattenbestrijding goed werk doet is bekend.
Ga je langs de kleiputten van Lambertschaag naar Aartswoud zie je niet dat muskusratten daar vrolijk hun gangenstelsels graven. De muskusrattenbestrijder ziet dat wel, hij spoort ze op.
Eind 2013 was het geld voor de vangerij op, maar januari 2014 kon de bestrijder weer vol goede moed aan de slag. Hij wist er op dit traject van ongeveer 5 km in veertien dagen VIJFTIG in de kleiputten te vangen.
Muskusratten komen sinds de twintigste eeuw voor in Nederland. Het zijn geduchte gravers. Met hun flinke gangenstelsels ondermijnen en bedreigen ze onze kaden en dijken. Dat moeten we niet hebben in een gebied dat onder zeeniveau ligt, het zijn dus schadelijke dieren.
Muskusratten planten zich razendsnel voort en ze hebben nauwelijks natuurlijke vijanden.
Een vrouwtjesmuskusrat kan drie keer per jaar jongen krijgen met gemiddeld 5 à 8 jongen per worp. Dat betekent dat één koppeltje in vijf jaar voor 20.000 nazaten kan zorgen. Dit is een voortplantingssnelheid die de beheerders van dijken en kades voor grote problemen zorgt.

Een muskusrat meet van kop tot staart…
Een muskusrat meet van kop tot staart een halve meter, zwemt met zijn hele rug boven water, heeft een opvallende zijdelings afgeplatte palingstaart, een stompe kop en nauwelijks zichtbare oren.
Sporen van de muskusrat
Muskusratten zijn vooral in de schemering en 's nachts actief. De meeste sporen zijn aan de wallekant en in het water te vinden. De muskusrattenbestrijder let:
Op verzakkingen en afkalvende oevers, op zwembanen en zwemgeulen in het kroos, deze gaan kaarsrecht door het water en duiken vervolgens de kant in. Op afgevreten riet. Op ingesleten glij- en treksporen, deze ontstaan doordat ze zich op hun buik het water in laten glijden.
Op de ingang van hun hol, deze wordt zichtbaar bij plotseling laag water en heeft een doorsnee van zo'n 10 cm. Op een met riet afgedekte hut variërend van 50 cm t/m 1 m hoogte.
Tekst en foto Netty Zander, bron: folder Muskusrattenbeheer
Verhaal van de maand
Iedereen kan voor deze rubriek verhalen insturen. De verhalen moeten zelf geschreven zijn en de Omringdijk als thema hebben. U kunt uw verhaal (of gedicht) sturen naar het Westfries Genootschap.
Iedere eerste maandag van de maand wordt er één nieuw verhaal geplaatst.
De overige inzendingen worden bewaard voor een andere maand.
Ina Broekhuizen-Slot
Zomaar een rondje lopen bij de Vooroever en de Koopmanspolder tussen Andijk en Wervershoof.
Zomaar zien hoe mooi buitendijkse land hier is, hoe de stille zandstrandjes ineengedoken liggen te wachten op de zomerzon. Dan spreiden ze zich weer uit om kinderen en grote mensen tot een zacht tapijt te zijn, waarop zij kunnen liggen en spelen.
Zomaar langs de halfronde sloten te wandelen, die het patroon van de Omringdijk kopiëren: een scherp contrast met de rechte verkavelingssloten van het land achter de dijk.
Zomaar een zevental zwanen horen starten (klap, klap, klap over het water) en te zien opvliegen om een eind verderop te draaien en terug te keren, vrijwel naar de plek waar ze vandaan kwamen. Wie gaf het sein? Kwamen wij te dichtbij? Praatten we te luid of zwaaiden we met onze armen?
Zomaar kijken naar de schapen, die opgejaagd worden richting de veewagen.
Maar nee, het gaat alleen om de ram. Die heeft zijn werk gedaan. Alle schapen hebben een groene of rode verfvlek op hun rug. De ram wordt gepakt, over het hek getild en in de veewagen gezet. Niet een van zijn meiden kijkt hem na, ze draaien hem de rug toe of ze nooit iets met hem te maken hebben gehad.
Maar de verf verraadt hen.
Zomaar over de dijk gaan, de borden achterna. Kijk daar, het nieuwe bordje van de Westfriese Omringdijk.
Zomaar blij zijn dat dit er, na zoveel jaren, toch gekomen is – de hele dijk rond.
Zomaar een zondagmiddag, even stilstaan bij een nieuw stukje Westfriesland.
Zomaar.

Schapen jagen tegen de dijkflank bij Wervershoof. Foto: Ina Broekhuizen-Slot.

Allemaal tussen de hekken. Foto: Ina Broekhuizen-Slot.

Maar nee, het gaat om de ram. Die heeft zijn werk gedaan. Foto: Ina Broekhuizen-Slot.
Verhaal van de maand
Iedereen kan voor deze rubriek verhalen insturen. De verhalen moeten zelf geschreven zijn en de Omringdijk als thema hebben. U kunt uw verhaal (of gedicht) sturen naar het Westfries Genootschap.
Iedere eerste maandag van de maand wordt er één nieuw verhaal geplaatst.
De overige inzendingen worden bewaard voor een andere maand.