De Reiscommissie van het Westfries Genootschap heeft een mooie excursie naar Dokkum achter de rug.
Op dinsdag 25 april en op dinsdag 2 mei is de dagexcursie naar Aalsmeer gehouden. Vanaf Hoorn vertrok de bus naar de bloemenveiling en de Historische Tuin Aalsmeer. Op het programma stonden ook een lunch en een boottocht op de Westeinderplassen.
De reiscommissie heeft in verband met afnemende belangstelling besloten de meerdaagse reis naar Limburg (september 2006) te annuleren. Ook voor de toekomst zal de commissie zich niet meer inspannen voor het organiseren van meerdaagse reizen. Natuurlijk zal de commissie de populaire excursies van één dag blijven organiseren!

Op weg naar de Historische Tuin.

Theedrinken bij Cruquius.
(foto's: André en Greet Hoffman-Weijtze, Spierdijk)
Ruim 80 personen hadden ingeschreven voor de excursie naar de Zaanse Schans die de reiscommissie dit jaar had georganiseerd. Verdeeld over twee groepen is er op 24 april en 1 mei 2007 een bezoek gebracht aan deze zo typisch Hollandse bezienswaardigheid. Op beide dagen begeleid door prachtig weer werden we na de koffie door deskundige gidsen rondgeleid over de Schans. In een anderhalf uur durende wandeling kregen we veel details over Albert Heyn, Honig, de verschillende molens, de woning van de familie Mol en "De Hoop Op d’Swarte Walvis".
Na een prima lunch volgde een boottocht over de Zaan waarbij de stuurman ons kennis liet maken met de voormalige en de huidige bedrijvigheid langs het water. Ook weten we nu wat een "goedjaarsend" of een "bestjaarsend" is.
Al met al weer een geslaagde excursie, die dit keer ook het laatste optreden betekende van de heer D. Schuitemaker als medeorganisator van deze dagen. De reiscommissie is hem dank verschuldigd voor zijn bijdragen gedurende een reeks van jaren.
Stan Nuveen
Onderstaande foto's zijn genomen tijdens de excursies naar de Zaanse Schans.









Slechts zo'n 20 personen hadden ingeschreven voor de excursie die op 23 april j.l. naar Den Helder voerde. De reiscommissie heeft zich afgevraagd wat de oorzaak kan zijn van dit toch uitzonderlijke lage aantal deelnemers. Waren het de kosten, een verkeerd gekozen dag of was het gewoon omdat het Den Helder was?
Het blijft gissen en we zijn wel benieuwd naar reacties van leden die andere jaren wel meegingen en dit jaar niet.
Overigens, de wegblijvers hadden ongelijk. Vraag het degenen die wel de reis naar het Noorden hebben gemaakt. Begeleid door fraai weer deden we eerst Fort Kijkduin aan.

Rondleiding Fort Kijkduin.
Na de koffie werden we vakkundig rondgeleid door een gids die even komisch als lang was - en hij was 2 meter. Tijdens een wandeling door het fort werd uitleg gegeven over het ontstaan en de historie van het bouwwerk. Vervolgens werd een bezoek gebracht aan het zeeaquarium met onder meer de glazen tunnel, waar je je als bezoeker echt tussen de vissen waant. Na de uitstekende lunch die in het restaurant van het fort werd gebruikt, vertrok de groep naar het Nationaal Reddingsmuseum 'Dorus Rijkers'.
Nationaal Reddingsmuseum 'Dorus Rijkers'.
Ook daar kregen we een rondleiding en wel door de directeur van het museum, een voormalig duikbootcommandant, die ons vakkundig informeerde over de geschiedenis van het Nederlandse Reddingswezen in de laatste twee eeuwen.
De naam Dorus Rijkers kreeg daardoor bij ons weer de inhoud die hij verdient. De rondleiding werd besloten met een vaartocht in één van de historische reddingboten die eigendom is van het museum.

De reacties in de bus na afloop waren zonder uitzondering positief, het was een gezellige en interessante dag geweest.
Stan Nuveen

Vaartocht in één van de historische reddingboten.
'Jannetje' een Schokkervrouw.
Onder een vriendelijk schijnend zonnetje verzamelden zo'n 55 leden zich op 21 april j.l. in Hoorn voor een excursie naar Schokland en Urk. De zon liet tijdens de busrit door de polders korte tijd verstek gaan, maar eenmaal in Schokland aangekomen lag het landschap er weer in volle voorjaarsglorie bij.
Wij, de reiscommissie, waren blij met de grote belangstelling, omdat het vorig jaar leek alsof die belangstelling tot een dieptepunt was gedaald. Echter nu hadden we weer een volle bus en konden oude maar ook nieuwe contacten weer leven in geblazen worden.
Schokland, het voormalige eiland in de Zuiderzee, dat als een van de weinige bezienswaardigheden in ons land geplaatst is op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Dit jaar is het 150 jaar geleden dat het eiland werd verlaten door de toenmalige bewoners.
Na aankomst eerst maar aan de koffie met appeltaart, daarna door het museum naar het kerkje. Daar werden we bijgepraat door 'Jannetje' een Schokkervrouw in klederdracht die verhaalde over haar opa en andere familieleden en over hoe het leven was op Schokland. Leerzaam en amusant en dat moeiteloos gedurende meer dan een uur.
Klaas Bant bedankt 'Jannetje'.
Vervolgens hebben we genoten van de lunch, konden we nog heel even rondkijken in de museumwinkel of buiten wat foto's nemen en toen was het al weer tijd om in de bus te stappen. Via een kleine omweg door Nagele naar Urk. Nagele is een typisch dorp uit de Noordoostpolder, aangelegd via een strak stedenbouwkundig plan met alleen huizen met platte daken. In de bus gaf Klaas Bant uitvoerige informatie over de totstandkoming van de polder en de daarin gesitueerde dorpen.
In (of op) Urk tijd om wat in beweging te komen en een wandeling door het centrum te maken om daarbij onder meer de herdenkingsmuur te bekijken met alle namen van op zee gestorven Urker zeelieden. Indrukwekkend om te constateren hoe soms drie of vier leden van hetzelfde gezin of dezelfde familie tegelijk zijn verdronken.
Na de wandeling verzamelen om thee of koffie te drinken, waarna het rond vier uur al weer tijd was om richting Hoorn te vertrekken.
Gezien de reacties van de deelnemers kunnen we terugkijken op een zeer geslaagde dag waarbij het weer goed gelukt is het nuttige met het aangename te verenigen.
Namens de reiscommissie,
Stan Nuveen

Rondkijken op Urk.
Op dinsdag 20 april j.l. was het weer zo ver: tijd voor de jaarlijkse excursie van het Genootschap. De rit voerde ons dit keer naar Friesland en wel de plaatsen Workum en Hindeloopen.
De laatste oproep in 't Vierkant had geholpen, er hadden toch op het laatste ogenblik nog een aantal deelnemers ingeschreven waardoor de bus met uiteindelijk 43 personen naar het Noorden reed.
Naast de specifieke doelen van zo'n excursie - vandaag het Jopie Huismanmuseum en het schaatsmuseum - is het bijkomend effect natuurlijk de hernieuwde kennismaking met oude bekenden of juist het kennismaken met nieuwe gezichten in de bus of aan tafel.
Het Friese programma was een idee geweest van ons commissielid Leny Langedijk, die ervoor gezorgd had dat zelfs het gebak bij de koffie een Friese specialiteit was: Oranjekoek speciaal voor ons gehaald bij de banketbakker.
Na de koffie wordt het Jopie Huismanmuseum bezocht, prachtige realistische schilderwerken van de misschien wel na Stiefbeen de bekendste lompen- en oude metalenhandelaar van Nederland.
Dan met de bus verder naar Hindeloopen, net als Workum zo'n rustig en fraai klein stadje dat soms meer op een openluchtmuseum lijkt dan op een woonplaats.

Na de prima verzorgde lunch in het schaatsmuseum volgt een uitleg over de Hindelooper klederdracht in de Hervormde kerk. Op plastische wijze werden we ingewijd in de geheimen van het vrouwenkostuum waarbij uit de doeken werd gedaan wat de verschillen zijn tussen de getrouwde en de ongetrouwde vrouw, de pronkdracht en de werkdracht en wat de kenmerken zijn van de vrouw in de rouw. Voor al die verschillen moet u maar eens op internet kijken (www.friesecultuur.nl/informatie/klederdracht_hindeloopen.html). Ook het kostuum van de man kwam aan de orde, een kostuum dat is afgeleid van dat van de kapiteins van de Hindelooper handelsvloot. Bijzonder daarbij was een halsdoek die onder de oksels doorliep en feitelijk tevens fungeerde als opvang van zweetgeur (tip voor de modebewuste moderne man!)

De Hindelooper dame nam ons tevens mee voor een korte wandeling door Hindeloopen waarbij ze vertelde wat er zoal te zien was. Zon volop, maar een stevige en gure wind maakte het verblijf buiten niet altijd even aangenaam. Dus weer snel naar het museum waar schaatsen het belangrijkste onderwerp vormt, honderden schaatsen van klein tot groot, schaatsen met een geschiedenis, schaatsen van kampioenen. Naast het zelfstandig naamwoord schaatsen, is er veel te vinden over schaatsen als werkwoord: de elfstedentochten, bekende Nederlandse schaats(st)ers, de afgevroren teen, kortom voor de liefhebber een paradijs.
Op de bovenverdieping van het museum kon ook nog het Hindelooper schilderwerk bewonderd worden, zowel producten die daarmee waren verfraaid als het schilderen zelf.
De positieve geluiden aan het einde van de dag kunnen niet anders dan tot de conclusie leiden dan dat het weer een leuke en leerzame excursie was geweest.
Namens de reiscommissie
Stan Nuveen







De jaarlijkse excursie van het Genootschap ging evenals vorig jaar naar Friesland. Na in 2010 Workum en Hindelopen te hebben aangedaan, reden we dit keer naar Joure en Allingawier. Een uitstapje richting Friesland heeft als praktisch voordeel dat je nooit bang hoeft te zijn voor lange files en dat de planning dus geen problemen oplevert. Het aantal deelnemers aan de excursie bedroeg dit keer 44 en begeleid door perfecte weersomstandigheden gingen we op weg naar onze eerste bestemming: het Museum Joure. Daar aangekomen begonnen we de dag met koffie en oranjekoek, een typisch Friese lekkernij. Voor de gemiddelde museumbezoeker zal bij het noemen van de naam museum Joure niet direct een belletje gaan rinkelen. Maar toch, het gaat wel degelijk om een plek die veel Nederlanders bekend in de oren zal klinken. Het gaat hier om de plaats waar Egbert Douwes in de 19e eeuw zijn koffie brandde en samen met zijn vrouw een winkel in koloniale waren begon. Er werden artikelen verkocht die “tot de genoegens van het dagelijks leven behoren”, waaronder chocolade en zuidvruchten. Hun zoon Douwe Egberts nam het bedrijf in 1780 over en hij hield zich bezig met het bewerken en meleren van koffie, thee en tabak.
Winkel en bedrijfsgebouwen maken nu deel uit van het museum Joure evenals een kopergieterij, klokkenmakerij, zilversmederij, drukkerij en bakkerij. Kortom een brede collectie interessante en antieke objecten, waarbij ook het voormalige woonhuis van de bekende koffie-, thee- en tabaksfamilie te bezichtigen is. Voorts is er ook een verzameling prachtige Friese staartklokken te zien. In de beschikbare tijd was er in feite te veel te zien, er waren dan ook veel reacties in de trend van 'hier komen we nog eens terug om eens rustig rond te kijken'. En vanzelfsprekend kunt u hier ook uw DE punten inwisselen, voor zover u die spaart.
Dan voor de lunch naar Allingawier, een van de dorpjes gelegen aan de Aldfaersroute. Allingawier is een museumdorp waar natuur, cultuur, recreatie en nostalgie hand in hand gaan. Na genoten te hebben van een voortreffelijke lunch, kregen we in de authentiek ingerichte boerderij een uitleg over de betekenis van de verschillende soorten ûleborden. We kregen informatie over zes borden die ter plekke stonden opgesteld, maar we weten nu ook dat er wel honderd verschillende soorten zijn, dat een groene kleur wijst op een boerderij in eigendom en een witte kleur op een pachtboerderij en dat de symboliek vaak gaat over leven en sterfelijkheid of over vrede en hoop.
Daarna kon iedereen het dorp verkennen en de ter plaatse gevestigde museumobjecten, zoals de bakkerij, de smederij en het arbeidershuisje bezoeken. Dan was er nog een dvd presentatie in de woord & beeldkerk waarin het scheppingsverhaal met een Fries sausje centraal stond.
De dag werd afgesloten met koffie/thee en drabbelkoek, een specialiteit uit Sneek. Aan de hand van de reacties van de deelnemers kon de conclusie worden getrokken dat we er ook dit keer weer in waren geslaagd een leuke en leerzame dag te organiseren. Het was jammer dat ons commissielid Leny Langedijk door ziekte verstek moest laten gaan, temeer omdat zij degene was die het programma had georganiseerd. Wij hopen van harte dat zij er de volgende keer weer bij kan zijn.
Namens de reiscommissie
Stan Nuveen
Hieronder beelden van het museum Joure, waaronder het huisje van Douwe Egberts.













Hieronder beelden van de lunch in Allingawier, de ûleborden en het dorp zelf.








De combinatie van een bezoek aan een museum en een boottocht is er waarschijnlijk één die de mensen aanspreekt, want we hadden dit jaar een groot aantal aanmeldingen voor onze excursie naar Elburg. Dat betekende dat we in ieder geval dit keer weer met een volle bus uit Hoorn konden vertrekken. Verwend door de gewoonte dat we de laatste jaren steeds goed weer hadden, was het dit keer wat minder, maar zeker niet zodanig slecht dat het de dag bedierf. Integendeel het viel alles mee en zelfs de zon liet zich af en toe nog zien.
Zo'n excursie is altijd een dag waarop ook de sociale contacten belangrijk zijn, de reiscommissie probeert dan ook steeds het nuttige met het aangename te verenigen en ook dit keer is dit weer aardig gelukt. De eerste plek waar dat goed tot uiting komt is natuurlijk bij de koffie, dit keer in restaurant De Haas in Elburg, waar de koffie werd gepresenteerd vergezeld van een “Elburger Botje”. Een lokale specialiteit van bladerdeeg gevuld met spijs en in de vorm van een bot (voor alle duidelijkheid de platvis).
Na de koffie ging de groep naar de sjoel, de voormalige synagoge van Elburg, nu een verhalenmuseum over de geschiedenis van de joden in de mediene (de provincie). In een kleinschalige omgeving wordt op indringende wijze een beeld geschetst van het leven van de voormalige joodse inwoners van het stadje. Ook de wijze waarop de joodse en niet-joodse Elburgers naast en met elkaar leefden wordt helder gepresenteerd. Bijzonder zijn ook de vele persoonlijke bezittingen die bewaard zijn gebleven en die in het museum zijn tentoongesteld. Hierdoor gaat de geschiedenis nog meer leven dan het geval is bij alleen maar woord en beeld.
Niet alleen kon het museum worden bezocht, maar ook werd een film vertoond met vele oude beelden over het joodse leven in de mediene. In de film werd voorts door de huidige generatie verteld hoe gebruiken en rituelen nu werden gehandhaafd.
Terug naar restaurant De Haas waar ook de lunch was gereserveerd. Een prima keuze zo bleek.
Na de lunch kon via een korte wandeling naar de boot een indruk worden gekregen van Elburg. Een prachtig oud stadje met kaarsrechte straatjes en stegen, fraaie monumentale panden en een haventje met oude vissersschepen.
We moesten nog even wachten op de boot en dat was ook net het enige moment dat de regen ons wat parten speelde, maar daarvoor is gelukkig de paraplu en de regenjas uitgevonden.
Eenmaal op de boot was er weer ruime gelegenheid om de sociale contacten te onderhouden, voor zover dat al niet gebeurd was. Een rondvaart van ruim een uur over het Veluwemeer voor een groot deel begeleid door de zon en donkere luchten met een uitleg van de kapitein over de omgeving bood een ontspannen middag voor alle deelnemers.
Zo rond half zes zette de bus het gezelschap weer af in Hoorn en kon iedereen weer terug zien op een geslaagde dag, dit is althans de conclusie die we aan de hand van de reacties hebben getrokken.
Namens de reiscommissie
Stan Nuveen
















Dat Texel de meeste zonuren van het land heeft, werd maar weer eens bewezen op 23 april j.l. toen een bus vol leden van het Genootschap bij het “betreden” van Texel volop kon genieten van een heerlijke lentezon terwijl nog met sombere wolken uit Hoorn werd vertrokken.

Voor velen was het een tijd terug dat ze op Texel waren en rondgereden worden langs de mooiste plekjes brengt dan mooie herinneringen naar boven. Onze eerste stop was het Kaap Skil Museum van Jutters en Zeelui in Oudeschild. Vanzelfsprekend werd er eerst koffie gedronken en daarna werden we bijgepraat door een jutter die aan de hand van strandvondsten prachtige verhalen kon vertellen die aan de gevonden voorwerpen waren verbonden. We weten nu ook dat per week gemiddeld 2000 kilo aan materialen van het strand wordt gehaald en dat tegenwoordig 90% daarvan bestaat uit plastics. Dat is geen vrolijke boodschap want een groot deel van dat plastic blijft op zee en zorgt steeds meer voor problemen bij flora en fauna.
We wisten natuurlijk al dat jutten verboden is, dus strafbaar. Juist om die reden en het feit dat hun activiteiten niets kosten en soms wel wat opbrengen, begeven de jutters zich in de late avond- en vroege ochtenduren te voet op het strand om controle door de strandvonders – die het officiële toezicht uitoefenen op de stranden& ndash; te ontlopen.
Het was jammer dat er te weinig tijd was om het museum daarna goed te bekijken. Alleen al de Reede van Texel, een enorme maquette met uitvoerige toelichting, is zeer de moeite waard om goed te bestuderen.
Daarna snel naar de lunch in restaurant De Pelikaan. De vereiste ingrediënten voor een geslaagde lunch, t.w. kroket en soep, waren aanwezig dus ook op dat punt geen op- of aanmerkingen.
Voor het middagprogramma zou oorspronkelijk gekozen kunnen worden voor een wandeling door Den Burg of een rondrit over het eiland. Discussie met de buschauffeur die problemen zag met het weer bij elkaar komen van de verschillende groepen en daarmee met het tijdig halen van de boot van 17.00 uur, leidde tot het schrappen van die keuze. De groep bleef bij elkaar en dat betekende een rondrit. Achteraf was dat zeker geen verkeerde keuze omdat we op mooie plekken zijn geweest, zoals langs het water van de Waddenzee, waarvan we niet wisten dat je daar ook met de bus kon komen. De reiscommissie en de chauffeur hadden in hun wijsheid besloten een koffiepauze in te lassen op het Noordelijkste puntje van het eiland, vrijwel onder de vuurtoren. Daar konden we op het terras uit de wind genieten van de zon, de omgeving en onze consumpties. Een perfecte locatie om te zitten, maar ook om nog even het strand op te gaan of de vuurtoren te beklimmen. Zo kon een ieder toch nog een kleine eigen invulling geven aan de dag.

Aan het einde van onze trip voerde de chauffeur ons nog via allerlei binnenwegen door het deel van Texel dat we nog niet hadden gezien en uiteindelijk bereikten we vijf minuten voor vijf de boot, precies op tijd dus.
Al met al kunnen we weer terugzien op een mooie en interessante excursie die mede door het prachtige weer bijzonder geslaagd was. Voor menigeen wellicht een reden om toch weer eens snel op eigen gelegenheid Texel te doen.
De reiscommissie.
Dinsdag 22 april j.l. was het weer tijd voor de jaarlijkse excursie van het Genootschap. Dit maal was de Veluwe ons reisdoel. Zoals bijna gebruikelijk waren de weersomstandigheden die dag prima.
Het is jammer dat vrijwel elk jaar er toch een paar mensen die zich hebben opgegeven, niet komen opdagen. Het dagschema laat niet toe dat we langer dan vijf minuten wachten, vijf over negen is dan ook echt de tijd om te vertrekken. We zullen zien of we de volgende keer de deelnemers nog duidelijker kunnen maken dat ze op tijd moeten zijn of anders een van de commissieleden bellen.
Afijn, zo'n anderhalf uur later zat ons gezelschap aan de koffie met koek in het restaurant van boerderijmuseum De Bovenstreek in Oldebroek. Dit museum was de bestemming voor het ochtendgedeelte van de excursie en het was voor Westfriezen toch om een beetje jaloers op te worden. Een prachtige oude boerderij waarin en waaromheen het Veluws cultuurgoed in al zijn facetten was te bezichtigen. Zou het niet prachtig zijn als er in West-Friesland onder de paraplu van het Genootschap ook zo'n centrale accommodatie zou zijn waar historie en cultuur van de streek kunnen worden bewonderd. Overigens dankzij de inzet van vele vrijwilligers. Wij hebben veel van dat alles in de regio, alleen het is versnipperd over allerlei musea, instellingen, museumboerderijen e.d. Na de koffie kregen we een mondelinge toelichting over het reilen en zeilen van het museum en een beknopte uitleg over de historie van het gebied en met name de plaats Oldebroek.
Daarna kon iedereen op eigen gelegenheid door het museum wandelen en kennis nemen van die zaken en objecten die hem of haar het meest interesseerden. Zowel binnen als buiten het museum was het nodige te zien en het gaf vele bezoekers in ieder geval aanleiding om vergelijkingen te maken met het Westfriese.

Ook de lunch werd geserveerd – hoewel geserveerd is niet helemaal het goede woord want het was een buffet – in het restaurant van het museum en naast het al genoemde gebruikelijke mooie weer was ook gezorgd voor de gebruikelijke kop soep en de legendarische kroket.
Het middagprogramma bestond uit een bezoek aan de schaapskooi van Elspeet waar de herder ons vertelde hoe moeilijk het tegenwoordig is om de exploitatie van een schaapskudde financieel rond te krijgen. Ook hier is sprake van het wegvallen van subsidies. We kregen een korte demonstratie van het kunnen van de hond, die zo weten we nu 5x zo veel kilometers per dag loopt als de herder en die loopt gemiddeld zo'n 8 kilometer per dag. Het was jammer dat die demonstratie tot slechts één enkel “kunstje” beperkt bleef, dat had wel wat langer mogen duren. Veel verbazing was er over het feit dat de schaapskooi midden in het centrum van Elspeet lag, als je van een centrum mag spreken. Bij een schaapskooi denken we toch in eerste instantie aan heidevelden of op z'n minst aan een plek buiten de bebouwing.
Na afscheid van de herder en zijn hond en uiteraard zijn schapen werd het tijd voor een consumptie op het terras in Elspeet. Daar konden nog eens de ervaringen van de dag worden geëvalueerd en de onderlinge contacten worden doorgenomen.
Rond half zes was de bus weer terug in Hoorn en konden we terugzien op een geslaagde dag.
Graag wil ik ook op deze plaats ons reiscommissielid Leny Langedijk en haar echtgenoot Cor bedanken voor de plezierige en enthousiaste wijze waarop zij de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan de organisatie van de excursies en de financiële administratie daarvan. Leny en Cor hebben aangegeven dat ze beiden met hun werk voor de commissie willen stoppen.
Namens de reiscommissie
Stan Nuveen









Aan het einde van de dag was iedereen het erover eens: het was een prachtige dag geweest. Uiteraard is het weer een belangrijk element in het slagen van zo'n dag en daarover hadden we niets te mopperen. Een stralende lentezon begeleidde onze groep op 21 april j.l. naar de Weerribben in Noordwest Overijssel. Het contact met oude bekenden of volstrekt vreemden is een ander element dat zo'n dag kan doen slagen. Ook op dat punt is iedereen aan zijn/haar trekken kunnen komen.

Het eerste doel was het stadje Blokzijl, voor velen nog een onbekende plek op de kaart, maar nu kennen we de historische achtergrond en de charme van de plaats. Gestart werd met koffie en een “brok” op het terras van het Prins Mauritshuis. Uitzicht op het haventje, genieten van de zon, de rust en de koffie, wat wil een mens meer. We werden opgehaald door twee gidsen van het Museum Het Gildehuys, die ons zouden inwijden in de historie van Blokzijl. Een deel van de groep ging naar het museum en het andere deel werd meegenomen naar de Grote Kerk.
In het museum werd een video vertoond die ons in 20 minuten een beeld schetste van de geschiedenis: het ontstaan, Diederik van Sonoy, de gilden, de walvisvaart, de stadsrechten, de mattenvaart, kortom vele aspecten kwamen aan de orde. Zo kwamen we te weten dat er in de 17e en 18e eeuw maar liefst zeven bierbrouwerijen in Blokzijl waren. Voor de lezers die meer willen weten over Blokzijl, verwijs ik naar een interessante website (www.blokzijl.nl/historie) waar al die aspecten uitvoerig aan de orde komen.

Dan naar de Grote Kerk, een uit 1609 daterende hervormde kerk die in de jaren 1995/1999 grondig gerestaureerd is. Tijdens de werkzaamheden bleek dat de fundering door de drooglegging van de Noordoostpolder flink was aangetast waardoor er veel meer geld nodig was dan in eerste instantie begroot. Allerlei acties werden opgestart om dat benodigde geld bij elkaar te brengen, o.a. een veiling met als kavel o.a. een keizersnee voor een koe! Onze gids wees ook op de zandloper die bij de preekstoel stond, de dominee draaide de zandloper aan het begin van zijn lezing en precies na een uur was de loper leeg en was het tijd voor de dominee om te stoppen.

Van de kerk en het museum was het maar een paar stappen naar de boot die voor ons klaar lag voor een tocht van twee uur door het Nationaal Park De Weerribben. Op de boot werd ook de lunch gebruikt. Langs plaatsen als Muggenbeet, Nederland en Kalenberg arriveerden wij uiteindelijk in Ossenzijl. We weten nu ook dat “zijl” sluis betekent en dat het feit dat de familie Osse de sluis beheerde heeft geleid tot de naam Ossenzijl. Onderweg wees de kapitein/gids ons erop dat het gebied ondanks de zichtbare ongereptheid, voor het grootste deel door mensenhanden is gemaakt. Het turf dat hier in de vorige eeuwen is getrokken heeft geleid tot een landschap dat door wind en golven kon worden beïnvloed, waardoor grote meren (de wieden) konden ontstaan. Vanaf de boot hadden we een mooi uitzicht op de natuur, prachtige huizen en vele “bewoonde” ooievaarsnesten.

Na het afmeren in Ossenzijl kon een bezoek worden gebracht aan het bezoekerscentrum van de Weerribben of kon op het terras van het tegenover gelegen restaurant genoten worden van een consumptie. Exact vier uur vertrok de bus weer naar Hoorn en konden we terugkijken op een dag die een prima mix van cultuur en natuur had geboden.
Namens de reiscommissie
Stan Nuveen




















Misschien kende nog niet iedereen het verschil tussen deze twee gradaties, maar na de excursie naar kasteel De Haar en de Loosdrechtse plassen bestaat die onduidelijkheid niet meer.
We werden verrast door onverwacht prachtig weer toen we op de ochtend van de 12e april vertrokken naar kasteel De Haar in Haarzuilens. Zelfs 's middags op de boot varend over de plassen, stond er vrijwel geen wind en konden we op het bovendek genieten van de zon!

Maar eerst dus naar het grootste en meest luxueuze kasteel van Nederland. Voor de vervaardiging van elk detail, hoe klein ook, zijn kunstenaars en ambachtslieden ingeschakeld die met gebruikmaking van prachtige materialen het kasteel met wel 200 kamers, van alle gemakken hebben voorzien. En dan praten we over het begin van de 20e eeuw. Electrische verlichting, centrale verwarming, warm en koud stromend water en een lift zijn slechts enkele voorbeelden van dergelijke gemakken. Het gebouw is met de daarin ondergebrachte kunst een groot “gesamt”kunstwerk dat een enorme waarde vertegenwoordigt. Dat alles is te danken aan een “puissant” rijke familie en een creatieve architect. Het waren baron Etienne van Zuylen en zijn vrouw Hélène de Rothschild die samen met architect Pierre Cuypers (van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam) zorgden voor een neo-gotisch sprookjeskasteel. Hoever de detaillering ging blijkt wel uit het feit dat Cuypers ook het bestek ontwierp, bestaande uit 850 onderdelen, waaronder olijflepels en druivenschaartjes!

Wij als nuchtere Westfriezen konden ons vergapen aan de keuken, de prachtige Balzaal en de Ridderzaal en zelfs de slaapkamer van de barones kende voor ons geen geheimen. De gidsen die ons rondleidden kenden alle details en achtergronden waardoor wij in een korte tijd toch een redelijke indruk kregen van het kasteel en zijn bewoners.
Al dwalend door het gebouw besef je dat het toch wel ongelijk verdeeld is in de wereld, maar aan de andere kant is het prachtig dat wij een dergelijk erfgoed kunnen bezoeken en bewonderen, immers zonder de financiële mogelijkheden die de bouwers hadden, was dit sprookjeskasteel er niet geweest.

Na het bezoek aan De Haar ging de bus naar de Loosdrechtse Plassen, waar de boot klaar lag voor een vaart over de Vecht en het plassengebied. Tijdens de lunch konden we al varend genieten van de vele buitenplaatsen en landhuizen langs de rivier, voor het merendeel in de Gouden Eeuw daar gebouwd door rijke handelslieden uit Amsterdam. Ook deze gebouwen vallen in de categorie “nauwelijks te betalen voor gewone mensen”, maar er is toch duidelijk een gradatieverschil met kasteel De Haar. Tijdens het tweede deel van de tocht, over en door het plassengebied wees de kapitein ons op de diverse landhuizen van de nieuwe rijken die in dit gebied zijn neergestreken, waaronder Jeroen Pauw en de voormalige dj Joost de Draaier (Willem van Kooten)
Het was de eerste keer in 10 jaar dat wij een excursie hebben georganiseerd die ons voorbij Amsterdam bracht. We hebben dat altijd proberen te voorkomen vanwege mogelijke vertragingen door verkeersproblemen. Aangezien er slechts een klein oponthoud optrad, biedt dat wellicht mogelijkheden om ook in de toekomst vaker naar het Zuiden af te reizen.

Voor mij was het de laatste keer dat ik als lid van de reiscommissie met veel plezier mijn bijdrage aan het jaarlijkse uitje mocht leveren. Ik vond dat het na 10 jaar tijd werd dat een ander het stokje van mij gaat overnemen.
Namens de reiscommissie
Stan Nuveen



























