De LTB-Handelsraad ging vanaf 1916 veevoer en kunstmest verkopen in het gebied van het bisdom Haarlem. Omdat katholieke veehouders geen plaatselijke coöperaties opzetten, traden handelaren op als vertegenwoordiger. Katholieke tuinders zetten wel dorpscoöperaties op maar deze kochten weinig bij de Handelsraad, die dan ook in 1921 failliet werd verklaard. Ze bleef echter op de been dankzij steun van de centrale bank in Eindhoven.
Het veilen van het fruit uit Blokker en omgeving werd geregeld door de vereniging Op Hoop van Zegen.Het veilen van het fruit uit Blokker en omgeving werd geregeld door de vereniging Op Hoop van Zegen. Het bieden en loven werd oorspronkelijk gedaan in cafés, zoals Het Gouden Hoofd en De Bessentuin – hier op de foto uit 1901. (C. de Bakker, Alkmaar)

Protestantse veehouders richtten wel dorpscoöperaties op. In 1892 richtten zeven boeren de coöperatieve aankoopvereniging ‘Berkhout’ op om gezamenlijk gerstemeel bij een molenaar te kopen. Zij was de belangrijkste van de coöperaties die omstreeks 1960 opgingen in Overnoord te Hoorn. Na 1973 gingen de Handelsraad en Overnoord op in CAVO LATUCO.

Grootste beurs van Europa

In West-Friesland werden mosterd, karwij- en blauwmaanzaad geteeld voor menselijke consumptie. Deze zaden werden verhandeld op de beurs in Hoorn. Daarnaast werden er zaaizaad, veevoer en bloembollen verhandeld. De beurs vond eerst plaats op het Breed en vanaf 1908 in Het Park. Zij was omstreeks 1929 de grootste in Europa en telde wekelijks wel duizend bezoekers. Een van de handelaren in zaden was kaaskoper De Jong uit Hoogkarspel. Ook kleineren deden mee, zoals Jan Koomen, cafébaas uit Wadway. Zoon Piet Koomen vertrok naar Opmeer en bezat tussen 1889 en 1949 een handel in granen, zaden en peulen. Voor erwten en bonen was hij hèt adres in West-Friesland.
In de crisisjaren was de nood onder de Westfriese tuinders hoog.In de crisisjaren was de nood onder de Westfriese tuinders hoog. Vanuit Den Haag konden zij op weinig steun rekenen. De Grootebroeker tuinder Th. Roosje protesteerde in 1932 luidkeels tegen de regering: “Maandenlang hebben we moeten ageren om de minister de nood aan het verstand te brengen en tergend langzaam kwam er beweging in het regeringsapparaat. Dat er tienduizenden bloemkolen naar de vuilnisbelt verhuisden, tonnen kool op de velden lag te rotten, deerde hen niet. We worden opgejaagd door schuldeisers en deurwaarders. In deze grote nood durfde de regering als redding aan te bieden zegge zeven ton. (...) Al dat werken perst onze woede neer om de godstergende lamlendigheid van hen die ons welzijn moeten behartigen. Om Gods wil helpt ons ons te handhaven als tuinders en zendt ons niet als een troep getergde proleten naar de armenzorg.” Op de foto uit 1935 bloemkooltelers uit Lutjebroek. (P.M. Rooker, Enkhuizen)

Na de bedijking van deze Zuiderzeepolder in 1930 kocht hij in de Wieringermeer graan op en schoonde dat voor de meel- en veevoerindustrie. Karwijzaad kocht hij van Westfriese tuinders en van akkerbouwers uit de polders. Koomen kocht ook mosterdzaad van boeren en akkerbouwers, en hij ging in de jaren vijftig mosterdzaad opslaan voor Luycks.
De handel vond plaats op beurzen. Maandag te Rotterdam en Amsterdam, dinsdag Groningen en Purmerend, woensdag Middenmeer, donderdag Schagen en vrijdag te Alkmaar.

Foto uit 1896 van de koolhaven van Broek op Langedijk.Foto uit 1896 van de koolhaven van Broek op Langedijk. (SLV)